Het establishment begint zich steeds meer te gedragen als een elite in de antidemocratische zin van dat woord. In politiek Den Haag, journalistiek Hilversum en cultureel Amsterdam wordt afkeer van de “gewone man” met de dag zichtbaarder. Ook in onze buurlanden klinkt steeds luider de roep de kiezer zoveel mogelijk te negeren – een levensgevaarlijke ontwikkeling. Stevent West-Europa af op een nieuw feodalisme?

Toegegeven, zo democratisch was Nederland al niet. Wie kiezen wij nu eigenlijk? Niet het staatshoofd, niet de regering (althans niet direct), niet de burgemeester, niet het hoofd van de provincie. Zelfs onze parlementariers worden niet echt direct gekozen: de Eerste-Kamerleden worden getrapt gekozen en in de Tweede stemmen wij toch vooral op partijen, meer dan op individuele leden.

In de nasleep van de Brexit- en Oekrainereferendums hoor je veel dat dit maar goed is ook, dat onze representatieve democratie eindeloos superieur is aan de grillen van directe inspraak. Dit is 100 procent opportunistische flauwekul van een establishment dat zijn positie bedreigd ziet: waren de uitslagen van deze twee referendums (ja, dat is het correcte meervoud) andersom geweest, hadden politici en pers hen bejubeld als het summum van democratie, de kers op de taart van ons systeem.

Klootjesvolk

Helaas, het klootjesvolk doet niet langer zoals het wordt opgedragen. Het leest liever GeenStijl dan NRC Handelsblad, het luistert meer naar Geert Wilders dan naar Alexander Pechtold. De paniek in Den Haag is totaal en uitgezaaid naar de perslakeien in Hilversum en bij de ‘kwaliteitsbladen’. Steeds opener wordt ervoor gepleit de rol van de kiezer in te perken (vanmorgen nog was in de Volkskrant te lezen dat de referendumwetgeving maar helemaal moet worden afgeschaft). D66, de partij die zich ooit hard maakte voor meer directe inspraak van de kiezer, ziet nu het referendum als een bedreiging voor onze democratie. Wat is er gebeurd?

Politici zijn de nieuwe aristocraten, afkomstig uit hetzelfde milieu, met dezelfde opleiding, het ultieme ons kent ons, kortom: L’état, c’est nous

Onze samenleving begint steeds meer trekjes aan te nemen van een feodaal systeem, waarin het politieke establishment – gesteund door de pers, de top van het bedrijfsleven en de culturele sector – niet langer de kiezer, de burger, het volk, maar vooral zichzelf dient. Dit is niet uitsluitend een kwestie van eigenbelang. Natuurlijk speelt het plucheplakken hierbij een belangrijke rol, net als het veiligstellen van de eigen economische positie. Dat ex-EUbaas Barroso zonder boe of bah gaat werken bij Goldman Sachs, de bank die Griekenland hielp diezelfde EU op te lichten, wekt nauwelijks verbazing. Net als al die Kamerspecialisten die een baan vinden in de sectoren die tot hun agenda behoorden. Andersom gebeurt ook, Volkskranthoofdredacteur Pieter Broertjes werd voor zijn jarenlange gPvdA-propaganda beloond met het burgemeesterschap van een middelgrote stad. Wij noemen dit geen corruptie, maar dat is meer een definitiekwestie dan een inhoudelijke vraag.

Eigenbelang

Maar het is niet alleen eigenbelang. Het is erger. Het politieke establishment (en ik kan niet vaak genoeg herhalen dat een groot deel van onze pers, met name binnen de NPO, zich hier willoos bij heeft aangesloten) gelooft werkelijk het beter te weten dan de kiezer. Periodieke verkiezingen lijken steeds minder een mandaat en steeds meer een excuus te geven aan Den Haag om de eigen weg te behandelen. Nergens werd dit zo duidelijk als na de twee referenda waarin het Nederlandse volk probeerde op de EU-rem te trappen. Het parlement besloot met een pennenstreek de wil van de kiezer te negeren. Daarbij heeft onze premier ook nog eens het lef te doen alsof hij daarmee de democratie een dienst bewijst, wanneer hij verkondigt mordicus tegen referendums te zijn. Hetzelfde zien wij bij de Britten, waar de Brexit nog lang niet in kannen en kruiken is, ondanks de expliciete, ondubbelzinnige opdracht die het volk de politici daartoe gaf.

Verkiezingen zijn belangrijker dan hun uitslag, zij zijn geen middel, maar een doel

Tegenover het democratische optimisme uit het begin van de jaren 90, samengevat in de slogan “Wir sind das Volk”, staat nu het nieuwe cynisme van beroepspolitici als Mark Rutte. Een houding die veel meer doet denken aan die van een feodaal systeem. Politici als de nieuwe aristocraten, afkomstig uit hetzelfde milieu, met dezelfde opleiding, het ultieme ons kent ons, kortom: L’état, c’est nous. Ik heb er een hekel aan in dit verband het woord elite te gebruiken omdat dit een kwalitiatief aspect impliceert, die het establishment grosso modo nauwelijks lijkt te bezitten. Toch past het woord, maar dan eerder in de zin die de Marxisten (en in sommige gevallen ook de fascisten) eraan gaven: een kleine groep beroepspolitici die het volk op sleeptouw neemt, desnoods tegen zijn wil in.

Aristocraten en populisten

Het is opvallend dat deze elitaire houding juist nu zo zichtbaar wordt. Europa lijkt uiteen te worden getrokken door de nieuwe aristocraten die coute que coute hun agenda van globalisering, kosmopolitisme, politieke correctheid en economisch (neo-)liberalisme willen doordrukken, en bereid is daarvoor (een deel van) de democratie op te offeren. Aan de andere kant zien we de nationalistische populisten van UKIP, FN, PVV, AfD en hun nog succesvollere, meer autoritaire Oost-Europese bondgenoten. Het hoeft nauwelijks betoog dat onder hen de democratie nauwelijks in veiliger handen zal zijn. In Hongarije of Polen is hun natuurlijke dedain voor democratie en rechtsstaat al snel boven komen drijven en in eigen land doet de wijze waarop Geert Wilders zijn partij bestiert, sterk twijfelen aan de waarde die hij hecht aan inspraak en machtsdeling. De Amerikaanse verkiezingen in november staan symbool voor het kwaad in beide stromingen: de ultieme insider Hillary Clinton, door en door corrupt en onaantastbaar voor de wet, tegenover de verpersoonlijking van dom, populistisch nationalisme. De democratie tussen Scylla en Charybdis.

Wat te doen, nu wij dreigen te verdrinken tussen een monster en een draaikolk? Ik kan slechts één oplossing bedenken en dat is democratie zelf. Meer, meer, meer ervan en hoe directer, hoe beter. Laten wij ophouden verkiezingen te beoordelen op hun uitslag en aanvaarden dat de soevereine wil van het volk superieur is aan de mening van zelfverklaarde experts. Verkiezingen zijn belangrijker dan hun uitslag, zij zijn geen middel, maar een doel. Ik ben jaloers op de Britten, niet omdat zij de EU (misschien) zullen verlaten, maar omdat zij de kans hebben gekregen hier zelf over te beschikken. Dus geef ons meer referendums, en maak deze bindend. Doen wij dat niet, zal de kloof tussen burger en politiek alleen maar groeien, zullen nationalisme en populisme alleen maar toenemen, en zal uiteindelijk de democratie de nek worden omgedraaid door de politici die zo luid beweren haar te dienen.