Brexit is geen feest maar een moderne rampenfilm waarin crash op crash wordt gestapeld. Het is belangrijk dat Nederlandse kiezers begrijpen dat uittreden uit de Unie uitsluitend enorme economische kosten met zich meebrengt – om van de politieke verliezen nog maar te zwijgen.

Als we de economisch-politieke analfabeten uit het populistische kamp mogen geloven (Wilders, Baudet & Kelder, GeenStijl) is Brexit een groot feest. Vreemd dus dat Boris Johnson en Michael Gove, de leiders van de Leavecampagne, er de afgelopen dagen bijliepen alsof ze net van een begrafenis kwamen. Of eigenlijk helemaal niet zo vreemd. Anders dan onze populisten snappen zij namelijk wel dat Brexit een onversneden ramp wordt.

Als we de economisch-politieke analfabeten uit het populistische kamp mogen geloven (Wilders, Baudet & Kelder, GeenStijl) is Brexit een groot feest. Vreemd dus dat Boris Johnson en Michael Gove, de leiders van de Leavecampagne, er de afgelopen dagen bijliepen alsof ze net van een begrafenis kwamen

En nee, dan bedoel ik niet eens de onmiddellijke reactie op de kapitaal en aandelenmarkten. Dat is overigens allemaal al erg genoeg. Het Britse pond werd op slag tien procent minder waard. Het staat nu op de laagste koers sinds het midden van de jaren tachtig. De FTSE-250, waar uitsluitend Britse bedrijven aan genoteerd zijn, verloor in twee dagen handel ongeveer 15 procent – de ergste schok sinds Black Monday in 1987, erger nog dan de Lehmancrisis uit 2008. Markten wereldwijd volgden de Britse duikvlucht, zelfs onze eigen AEX verloor in twee dagen bijna 10 procent.

Dit soort tegenslag is op zich al erg – de pijn gaat immers gevoeld worden door vakantievierders (de vakantie van de gemiddelde Brit is op slag tien procent duurder geworden), consumenten (alle importprodukten in Britse supermarkten zullen in prijs stijgen) en pensioenspaarders en ontvangers (de waarde van Britse pensioenfondsen daalde zo sterk dat aanpassingen aan premies en uitkeringen onvermijdelijk zijn). Maar het ergste is dat de werkelijke pijn nog moet komen.

Recessie en depressie

Dat zal in twee stadia gaan. Het eerste stadium is een nu al onvermijdelijke recessie in de komende twaalf maanden. De onzekerheid over wat voor soort regelgeving en markttoegang bedrijven kunnen verwachten post-Brexit gaat leiden tot het uitstellen van investeringen. Bedrijven zullen geen nieuwe mensen aannemen, voorgenomen fusies en overnames worden uitgesteld, uitbreidingen van bedrijfsprocessen in de pauzestand gezet. Dat betekent onvermijdelijk stijgende werkloosheid en economische krimp.

Als Brexit eenmaal werkelijkheid is, na het inroepen van artikel 50 en het afronden van de onderhandelingen, volgt de werkelijke klap. Allerwege wordt er rekening mee gehouden dat Brexit leidt tot het verlies van de zogeheten ‘passporting rights’ van de City – het recht van Britse financiele instellingen om zonder belemmering te handelen in heel de Europese Unie. Als dat wegvalt, zullen alle op de EU gerichte operaties vertrekken naar het continent (vandaar dat aandelen van Britse banken harder daalden dan de rest van de index). Daarmee vallen ook alle belastinginkomsten uit hun operaties weg voor de Britse Treasury.

De Britse minister van Financien George Osborne schat het verlies aan belastinginkomsten als gevolg van Brexit op ongeveer £36 miljard. Per jaar. Op een rijksbegroting van £750 miljard betekent dat dus op slag een tekort van bijna 5%. Daar komt dan nog eens het effect bovenop van het vertrek van alle op Europese export gerichte zware industrie. Een structureel teruglopen van de belastinginkomsten met 5 tot 6 procent is niet ondenkbaar. En dat is dan dus niet eenmalig maar blijvend. Logisch dat Osborne nu al heeft gewaarschuwd dat bij het daadwerkelijk doorgaan van Brexit  belastingverhogingen en zware bezuinigingen onvermijdelijk zijn. Het is de enige manier om te voorkomen dat de begroting volledig uit het lood slaat. Sterk oplopende werkloosheid en blijvend lagere groei zijn daarmee overigens niet meer te vermijden. Het gaat uitsluitend om het voorkomen van een onmiddellijk bankroet van de Britse staat.

Plan B: de EER

Nogmaals: dit is allemaal onvermijdelijk als de Britten de voorschriften volgen van de economische IQ-nullussen uit het populistische kamp (Baudets “alleen vrijhandelsverdragen tussen lidstaten en verder niks”, grofweg het stelsel van WTO-afspraken waarop de partijen terugvallen als twee jaar onderhandelen tussen EU en VK niets oplevert).

Zijn er dan geen alternatieven? Ja die zijn er natuurlijk wel. Er is allereerst de EFTA-optie, het Zwitsers model zeg maar (European Free Trade Association ofwel de Europese Vrijhandelsassociatie). Die optie kunnen we snel wegstrepen omdat hij nauwelijks beter is dan de WTO-optie. Hij biedt de Britten geen toegang tot de Interne Markt, dus de City loopt nog steeds leeg met alle gevolgen vandien. Dat nadeel kleeft niet aan de EER (Europese Economische Ruimte). Deze Noorse optie heeft voor Brexiteers nog een voordeel, namelijk dat bepaalde delen van de Europese acquis (het gezamenlijk stelsel van wettelijke afspraken) niet langer op het VK van toepassing zijn. Maar voor de resterende 80 procent van die afspraken geldt dat het VK ze onverkort zal moeten uitvoeren. Niet alleen dat, ze zullen alle verdere afspraken die de EU-lidstaten maken ook onverkort moeten uitvoeren – zonder dat ze enige invloed hebben op de totstandkoming ervan. Niet voor niets wordt de EER-optie daarom wel ‘government by fax’ genoemd – Brussel faxt elke week de afspraken door die het land vervolgens zonder morren moet uitvoeren. En ook niet onbelangrijk: ze moeten gewoon blijven meebetalen aan de Europese begroting. Geen ‘£350 million for our NHS’ dus – al was dat sowieso een loze belofte, een van de vele die het Leavekamp de afgelopen maanden deed.

Als het doel was democratie en soevereiniteit te herstellen, is dit natuurlijk niet echt een aantrekkelijke optie. Nog vervelender is dat hiermee ook de beloofde controle over de grenzen niet wordt hersteld. Bij toegang tot de Interne Markt hoort immers dat je vrij verkeer van personen accepteert – een van de Vier Vrijheden die het fundament vormen onder diezelfde Markt. Sterker nog, een van de toetredingsvoorwaarden tot de EER is dat je lid wordt van Schengen. De grenscontroles die Britten nu nog kunnen uitvoeren, zullen op slag moeten worden afgeschaft. EER-lidmaatschap levert per saldo dus minder controle over Britse grenzen op in plaats van meer.

Duivels dilemma

Dit verklaart waarom Johnson en Gove er momenteel zo bleekjes bijlopen. Ze hebben dingen beloofd die ze onmogelijk kunnen waarmaken. Althans: niet allemaal, en zeker niet allemaal tegelijkertijd. Ze zullen nu moeten kiezen: gaan ze voor volledige souvereiniteit en beheer van de eigen grenzen? Of kiezen ze voor behoud van markttoegang en daarmee het veiligstellen van de belastinginkomsten van de City en de eigen zware industrie? Je kan niet allebei krijgen. Johnsons uitspraken van de afgelopen dagen doen vermoeden dat hij dit snapt, en dat hij uiteindelijk zal kiezen voor de EER-optie. Maar daarmee zet hij de deur wel wagenwijd open voor Farage, die met een ‘onze mensen eerst’ anti-immigratiecampagne Johnson klem zal zetten. Dat kan ook vrij eenvoudig, omdat Johnson zo onverstandig was op het campagnepad allerlei beloften te doen over het terugdringen van immigratie die hij binnen het EER-scenario onmogelijk kan waarmaken.

Ze zullen nu moeten kiezen: gaan ze voor volledige souvereiniteit en beheer van de eigen grenzen? Of kiezen ze voor behoud van markttoegang en daarmee het veiligstellen van de belastinginkomsten van de City en de eigen zware industrie? Je kan niet allebei krijgen.

Als Labour erin slaagt van Corbyn af te komen (geen uitgemaakte zaak, want hij heeft een fanatieke basis van volgelingen die hem tot diep in het ravijn zullen volgen) en hem vervangen met een verkiesbare pro-Europeaan, gaat Johnson waarschijnlijk van twee kanten worden bestookt. Op links gaat het pro-Europese deel van het Conservatieve electoraat oversteken naar Labour en de LibDems, op rechts verliest hij de slag met Farage. Wat daarmee dreigt is een electoraal bloedbad op het niveau van de Canadese Progressive Conservatives in 1993 (die gingen in een verkiezing terug van 160 zetels naar 2 – een electoraal armageddon). Logisch dat in de Britse media Johnsons overwinning van vorige week wordt omschreven als de ultieme Pyrrhusoverwinning – een winst die vrijwel zeker zijn politieke ondergang inluidt.

Uitweg

‘Two dead ends and you still got to choose’, zong Tom Waits ooit. Maar dit is politiek, en in politiek is er altijd een derde optie. In dit geval luidt die: helemaal geen Brexit. Ook lastig te verkopen, zeker voor Johnson. Het is bovendien verre van zeker dat het lukt. Maar als het lukt is deze uitweg aantrekkelijker dan de twee opties waaruit de Conservatieve partij nu moet kiezen. Hij kan op meerdere manieren gestalte krijgen. Een is heronderhandelen en over die uitkomst vervolgens een tweede referendum houden, ditmaal met het WTO-scenario (onmiddellijke economische catastrofe) als stok achter de deur. Het is wat de Conservatieve minister voor gezondheidszorg Jeremy Hunt gisteren voorstelde. De kans dat mensen daar gevoelig voor zijn als ze middenin een recessie zitten is niet onaanzienlijk. Maar het blijft een riskante optie. De andere optie is gewoon niets doen. Studeren, wachten, kijken, overwegen, maar onder geen enkele voorwaarde artikel 50 inroepen (als het VK dat doet, is uittreden immers onvermijdelijk; het heeft dan ook nog nauwelijks controle over de uitkomst van de onderhandelingen omdat de EU de agenda bepaalt). Bij de volgende parlementsverkiezingen kan dan wel of niet uitvoeren van het referendum tot inzet worden gemaakt. Als de pro-EU partijen de absolute meerderheid halen, kan de uitslag in de onderste lade worden geschoven. De Leavestemmers hebben dan niets te klagen, want er is immers nu een mandaat voor niet uitvoeren. (Dat ze dat niet zal weerhouden van klagen is een andere zaak. Er is nu helaas geen scenario meer waarin de deksel weer op de doos kan, Europa zal de Britse samenleving nog decennialang tot op het bot splijten. Dit referendum heeft de situatie wat dat betreft nadrukkelijk verslechterd)

Uiteraard is ook dit veel makkelijker gezegd dan gedaan. Makkelijke opties zijn er niet meer. De kans dat het ene kamp of het andere om het even welk compromis zal accepteren is klein. De Britse staat en economie gaan een periode van grote onzekerheid tegemoet. Wat daarbij in ieder geval nu al duidelijk is, is dat Brexit nooit het feest gaat worden dat de Nederlandse populisten in al hun onnozelheid beloofden. In tegendeel zelfs.

Ik heb ergens in een pro-Brexit commentaar de vergelijking gelezen met de Berlijnse Muur. Die gaat inderdaad op, maar niet op de manier die de Brexiteers denken. Er wordt namelijk geen muur neergehaald maar opgetrokken. Bij een volledige breuk met de EU zouden Britse burgers immers de vrijheden verliezen die de EU nu nog garandeert

Vrijheidsverlies

Ik heb hierboven overigens alleen nog maar gesproken over de economische verliezen. Die zijn groot, maar ze verbleken wat mij betreft bij de constitutionele gevolgen (het uiteenvallen van het Verenigd Koninkrijk, ‘the ever shrinking kingdom’ zoals Derk Jan Eppink het noemde) en vooral: de vrijheidskosten. Ik heb ergens in een pro-Brexit commentaar de vergelijking gelezen met de Berlijnse Muur. Die gaat inderdaad op, maar niet op de manier die de Brexiteers denken. Er wordt namelijk geen muur neergehaald maar opgetrokken. Bij een volledige breuk met de EU zouden Britse burgers immers de vrijheden verliezen die de EU nu nog garandeert. De rest van Europa is opeens niet meer vanzelfsprekend toegankelijk voor Britse werknemers, spaarders en investeerders. Vrij reizen wordt al lastiger, vrij vestigen onmogelijk.

Zelfs als de economische gevolgen beperkt zouden blijven, is dit voor mij al reden genoeg om uit principe tegen Brexit te zijn (full disclosure: mijn kinderen zijn Brits, het raakt dus ook hun vrijheden en hun toekomstperspectief). Maar het gaat dus niet alleen om dit vrijheidsverlies. De economische rampspoed komt er nog eens bovenop. Dit is allemaal uitgebreid aangekondigd tijdens de campagne. Het werd door het Leavekamp echter afgedaan als ‘Project Fear’, angstzaaierij. Nu is Project Fear dus Project Reality geworden. Mijn stem zou in de Conservatieve leiderschapsverkiezingen dan ook gaan naar Boris Johnson. Hij heeft deze grote puinhoop mede helpen veroorzaken, laat hem die dus nu zelf maar opruimen. Good luck with that, Boris old chap!

PS: terwijl ik dit schrijf komt Boris met een verduidelijking van zijn standpunt. Na felle kritiek vanuit het rechterkamp van zijn partij op zijn column van gisteren waarin hij verklaarde dat het referendum “niet over immigratie ging” is hij bij nader inzien toch van plan om de grenzen te sluiten voor Europese migratie. Nou ja, voor zolang als het duurt. We kunnen Boris momenteel niet helemaal serieus nemen, zo laten zijn vrienden behulpzaam weten, hij is namelijk ‘een beetje moe’. Misschien toch maar een serieuzer iemand als premier aanstellen…