Het aftreden van Van Miltenburg naar aanleiding van het rapport over de Teevendeal was op zich niet onvermijdelijk. Maar het is uiteindelijk wel beter zo. Sinds haar aantreden heeft ze nooit de indruk kunnen wegnemen het voorzitterschap vooral namens haar partij te vervullen. Dat valt overigens eerder haar partij dan haarzelf te verwijten.

De komende dagen zullen de Haagse kolommen van de kranten worden gevuld met terugblikken op het Kamervoorzitterschap van Anouchka van Miltenburg. Woorden als ‘lijdensweg’ en ‘onvermijdelijk’ zullen ongetwijfeld veel worden gebruikt. Dat ligt voor de hand, want de afgelopen drie jaren waren een aaneenschakeling van incidenten en ongelukken. De grootste brokken maakte ze met haar aangifte tegen GroenLinks-Kamerlid Linda Voortman. Die werd door haar, naar later bleek ten onrechte, beschuldigd van het lekken van informatie over de benoeming van de nieuwe Ombudsman. Het leidde tot een quasi-schuldbekentenis in de vorm van een typisch Haagse mistige formulering: “Ik heb te weinig oog gehad voor het feit dat het voor Voortman een moeilijke zaak is geweest.” Alsof je over het hoofd kunt zien dat aangifte tegen een collega doen en die vervolgens geschorst zien worden voor die ander geen feestelijke gebeurtenis is.

Rode draad

Niet geheel toevallig was de kandidaat over wie werd gelekt een VVDer (Guido van Woerkom). Met haar aangifte wekte Van Miltenburg de indruk er vooral te zijn voor het klaren van VVD-klusjes, in dit geval een wraakoefening tegen de krachten die de benoeming van Van Woerkom hadden bemoeilijkt. Of die interpretatie door de feiten wordt gedekt, doet er niet toe. Feit is dat de indruk was gewekt, en dat het niet de eerste keer was dat Van Miltenburg van een gebrek aan neutraliteit werd verdacht. Een jaar eerder had CDA-leider Buma zich al eens openlijk beklaagd over het feit dat ze wel erg opzichtig probeerde een VVD-bewindsman (de later opgestapte staatssecretaris Weekers) uit de wind te houden. Buma noemde haar optreden “erg sterk sturend in een bepaalde richting”, een beschaafde manier om te stellen dat ze zich opstelde als een VVD-lakei.

In het dossier over de Teevendeal ging ze voor de derde keer in de fout, ditmaal met fatale gevolgen. Het vernietigen van de anonieme brief met gevoelige informatie over mogelijk verkeerd voorlichten van de Kamer was op zich al een grote vergissing, al had ze zich daar nog uit kunnen redden door te verklaren dat ze twijfelde over de echtheid van de brief. Maar die verklaring ondermijnde ze zelf door de inhoud van de brief vervolgens te lekken naar haar VVD-bovenbaas, fractieleider Halbe Zijlstra. Het uitlekken van deze combinatie van feiten maakte haar positie op slag onhoudbaar.

Bredere verantwoordelijkheid

Was Van Miltenburg een goede Kamervoorzitter? Nee. Ze had te weinig autoriteit, kwam soms ook te weinig georganiseerd over. Maar het is te makkelijk haar falen geheel aan haarzelf te wijten. Haar partij treft ook blaam. Misschien had Van Miltenburg, eenmaal gekozen, zich onafhankelijker moeten durven opstellen. Maar de VVD-top had haar er ook na de eerste affaire al op kunnen wijzen dat ze noch zichzelf, noch de partij er een plezier mee deed door zich op de voorzittersstoel als een VVD-pion te gedragen. Dat lijkt nooit te zijn gebeurd. Sterker nog, het lijkt erop alsof eerder het tegenovergestelde is gebeurd.

Het was de top van de VVD op wiens verzoek ze leek te handelen in de affaires Weekers en Voortman en de VVD-fractievoorzitter die ze probeerde in te lichten over de Teevendeal. Wat vooral blijft hangen, is de indruk van een partijtop die, wellicht onder druk van de kleine meerderheid van de coalitie, ervoor koos de Kamervoorzitter te gebruiken als veredelde klusjesvrouw die de VVD onwelgevallige moties mocht blokkeren en de VVD onsympathieke Kamerleden mocht aanpakken. Een voorzitter van en voor de VVD dus. Het kon nooit een goede basis vormen voor een Kamervoorzitterschap – laat staan voor een duurzaam Kamervoorzitterschap.