Chris Aalberts schrijft in het Leidsch Dagblad dat D66 onverstandig bezig is, door de PVV uit te sluiten. Hoewel er wel wat voor de redenering van Aalberts te zeggen valt heeft Alexander Pechtold niettemin groot gelijk.

 

Aalberts zet een interessante redenering op. De PVV is volgens Aalberts lokaal minder controversieel dan landelijk, omdat lokaal de belangrijke thema’s niet spelen. Door de PVV niet bij voorbaat uit te sluiten hebben CDA en VVD meer onderhandelingsvrijheid straks tijdens de collegevorming. Ze kunnen D66 tijdens de coalitieonderhandelingen meer onder druk zetten, omdat ze kunnen dreigen alsnog met de PVV tot zaken te komen. D66 moet in plaatsen waar de PVV in de raad wordt verkozen tijdens de coalitieonderhandelingen dus meer water de wijn bij de wijn doen, omdat de partij minder coalitiealternatieven heeft.

Hoewel Chris Aalberts hierin gelijk heeft is zijn conclusie dat Alexander Pechtold er beter aan had gedaan zijn mond te houden over het al dan niet uitsluiten van partijen niet juist. Waarom? Omdat voor kiezers de opstelling van Pechtold wel belangrijk is. VVD-stemmers en CDA-stemmers die niet moeten denken aan samenwerking met de PVV stemmen misschien liever op D66, een partij die de PVV durft uit te sluiten, dan op partijen die de deur naar de PVV open blijven houden. Het uitsluiten van de PVV bij voorbaat is ook een electorale strategie, waarmee D66 stemmen kan afsnoepen van CDA en VVD. En voor D66 is het het uitsluiten van de PVV bovendien een identity marker. D66 is na 2006 mede zo hard gegroeid omdat Pechtold zich fel tegen Geert Wilders keerde.

De kans dat de PVV gaat meedoen aan colleges is ten slotte buitengewoon klein. Dit heeft niet alleen te maken met de radicale opstelling van de PVV, maar ook met de incompetentie van veel PVV-politici. Regeren met de PVV, landelijk, lokaal of provinciaal, is vragen om problemen. Dat weten VVD en CDA door schade en schande ook wel. Ook al sluiten ze de PVV niet bij voorbaat uit, de PVV is geen serieuze optie. D66 is dat wel.

 

Afbeelding: Wikimedia / Wikipedia Commons