Als niemand het doet, doen wij het maar: links eens in het zonnetje zetten. 

De komende dagen zult u op Jalta lofzangen kunnen lezen op feministen, krakers, hippies, vakbonden en milieubeweging. U zult bijdragen lezen van linkse commentatoren die met gepaste trots hun eigen politieke traditie verdedigen, en van rechtse commentatoren die met welgemeende adviezen komen om links er weer bovenop te helpen. U zult handzame overzichtjes krijgen van de leukste linkse Twitteraars en de meest onmisbare linkse boeken en kunstwerken. U zult zelfs – the horror! – een verdediging lezen van linkse terreurbewegingen uit de jaren zeventig (toen terreur nog cool was. Nou ja, volgens de auteur van dat stuk althans).

Het is natuurlijk allemaal een beetje tongue in cheek: we zouden immers niet willen dat u aan het eind van deze week opeens alsnog het Morgenrode licht ziet. Toch heeft het wel degelijk een serieuze ondertoon. Wat in de bijdragen van deze week namelijk duidelijk naar voren zal komen, is dat een wereld zonder progressieve idealen in onze ogen schraal en onrechtvaardig zou zijn. Links activisme komt soms wereldvreemd over, maar het heeft wel degelijk geleid tot tal van concrete verbeteringen in onze leefomstandigheden. Op zijn best heeft links het vermogen om over de horizon van ons dagelijks bestaan heen te kijken en ons te tonen wat erachter ligt. Het durft te dromen van ruimer leven, niet alleen voor de bevoorrechten maar ook voor de zwakkeren en achtergestelden.

Al met al genoeg reden om links eens in het zonnetje te zetten. Want laten we eerlijk zijn: een beweging die zozeer in de greep is van zelftwijfel en electoraal verval kan wel een hart onder de riem gebruiken.