De krant probeert de gehaktbal tot de banaan van het klimaatdebat te maken.

“Klimaatakkoord bemoeit zich met Hollandse eetgewoonte! Vlees moet op rantsoen!”, kopte De Telegraaf gisteren. “Als het aan de opstellers van het klimaatakkoord ligt, eet Nico Kabel – evenals de rest van Nederland – straks nog maar twee dagen per week vlees,” luidde het bijschrift bij een foto van een twee trotse ballen omhoog houdende Nico.

Nu wil ik Paul Jansen zijn dagelijkse portie paniekzaaierij zeker niet ontzeggen. Maar zoals het gezegd luidt: hij heeft wel recht op zijn eigen meningen maar niet op zijn eigen feiten. Om maar met de basisfout in zijn verhaal te beginnen: het klimaatakkoord spreekt inderdaad over het nastreven van een gedragsverandering bij consumenten die uiteindelijk moet leiden tot een ander consumptiepatroon. Nu is de verhouding dierlijke-plantaardige eiwitten in onze collectieve consumptiepatroon nog 60-40, in 2050 zou die verhouding 40-60 moeten zijn. Er zitten zoals bekend zeven dagen in een week. Dat betekent dat elke dag 14,3% van ons wekelijks dieet vertegenwoordigt. Als we momenteel 60% van de week vlees eten, is dat dus net iets meer dan vier dagen (4=57,2%). Bij een omslag naar 40% wordt dat ongeveer drie dagen (3=42,9%). Dat is dus niet “hooguit een of twee keer per week vlees” maar drie keer in plaats van vier.

Drie hele dagen per week mag Nico dus nog gewoon zijn tanden in een sappige bal blijven zetten. Of zelfs vaker, want dit is waar het Telegraafverhaal pas echt misleidend wordt in zijn feitenvrijheid. Het streefcijfer in het klimaatakkoord gaat namelijk niet over individuele consumenten maar over onze gezamenlijke consumptiepatroon. Er wordt daarbij ook niet ingezet op bindende wetgeving maar op gedragsverandering via voorlichting. Als Nico in 2050 zeven dagen per week ballen wil eten staat hem dat vrij.

Maakt het dan wat uit, drie ballen in plaats van een of twee? Ja dat maakt wat uit. En niet alleen voor ons klimaat. Erger is dat de krant door een loopje met de feiten te nemen het debat vervuilt. Men introduceert verzinsels als feiten, in een poging de publieke perceptie van het door de redactie ongewenst verklaarde akkoord negatief te kleuren. In het Verenigd Koninkrijk is dat jarenlang ook gedaan over de EU. Elk wetsvoorstel werd aangegrepen om de indruk te wekken dat ‘Brussel’ het op de vrijheden van de Britse burger en ondernemer voorzien zou hebben. Hele Britse volksstammen zijn geindoctrineerd met het verhaal dat de EU wettelijk zou hebben voorgeschreven hoe krom een banaan moet zijn. Of hoe recht een komkommer. “Barmy bureaucrats ban our bananas!” – een leugen die aanvankelijk grappig leek, maar in feite puur vergif was.

Op het klimaatakkoord valt ongetwijfeld het een en ander aan te merken. De vraag is vooral of de lasten tussen burgers en bedrijven wel eerlijk worden verdeeld. Het zou ook goed zijn als het kabinet in een vroeg stadium al duidelijk maakt op welke manier huishoudens en bedrijven voor de onvermijdelijke uitvoeringskosten van het akkoord zullen worden gecompenseerd. Maar wat we niet moeten willen, is dat het debat wordt gekaapt door hysterische stemmen met een agenda die helemaal niets te maken heeft met klimaatbeleid.