Demissionair minister van Financiën en voorzitter van de Eurogroep, Jeroen Dijsselbloem, moest zich gisteren in het Europees Parlement verantwoorden voor zijn eerdere uitspraken over Zuid-Europese landen. Politici uit de landen in kwestie voelden zich geschoffeerd en eisten zijn aftreden bij de Eurogroep. Dijsselboem weigert dat zeer terecht.

“Ik kan niet al mijn geld aan drank en vrouwen uitgeven om daarna om hulp te vragen.” liet Dijsselboem onlangs optekenen tijdens een interview met een Duits blad. Hij doelde daarmee op de financiële wantoestanden in Zuid-Europese landen die vervolgens in rekening worden gebracht bij andere EU-lidstaten. Een situatie die er in de betalende landen, maar uiteindelijk ook in de ontvangende landen, voor zorgt dat het draagvlak voor de EU afneemt. Het voelt logischerwijs oneerlijk aan voor veel belastingbetalers. Dat Dijsselbloem dit vanuit zijn positie aan de orde stelde, verdient niets anders dan lof.

Dat er vanuit Zuid-Europa vooral geklaag, gejammer en boe-geroep Dijsselbloems kant op kwam, versterkt zijn punt alleen maar. Politici uit de landen in kwestie hebben als het om de financiële wanorde gaat geen enkele zelfreflectie. Dit zagen we eerder al toen Dijsselbloem in aanvaring kwam met de linkse regering in Griekenland.

Dat het Europees Parlement koste wat kost moest vergaderen over deze terechte kritiek, baart zorgen. Er zou gesproken moeten worden over de inhoud van Dijsselbloems woorden en niet over de vorm waarin hij het zei. Maar daarvoor zijn veel Zuid-Europese politici blijkbaar te laf.

Europa heeft meer politici als Jeroen Dijsselbloem nodig. Mensen die vooruit willen met de EU, maar landen die financieel niet mee willen komen niet met fluwelen handschoenen aanpakken. Wie mee wil integreren met de EU, zal de zaken op orde moeten hebben. Dat is niet beledigend, dat is eerlijk.

#TeamDijsselboem