ChristenUnie en CDA staan minder dicht bij elkaar dan je denkt.

 

Wishful thinking

Uiteraard is het nog niet zeker dat het VVD-CDA-D66-CU-kabinet er komt, maar als de formatie lukt dan hebben we een kabinet met twee christelijke partijen erin. De laatste keer dat we zo’n kabinet hadden was in 2007, hoewel de confessionelen qua zetelaantal toen veel sterker stonden.

Vandaag staat er in een Algemeen Dagblad een boeiend artikel over de verschillen tussen ChristenUnie en CDA, waarvoor Ruben L. Oppenheimer een geniale cartoon heeft gemaakt. Je ziet links Gert-Jan Segers naar links wijzen, en rechts Sybrand Buma naar rechts. Samen vormen beide christelijke heren een kruis. Heel symbolisch.

De cartoon van Oppenheimer deed mij denken aan de cartoon van Opland uit de jaren zeventig, waarop hij de leiders van CDA-voorgangers KVP, ARP en CHU op een tandem neerzette die drie richtingen uit kon: linksaf, rechtsaf of rechtdoor. Elke richting liep echter dood. De boodschap van Opland: er was geen toekomst meer voor de christendemocratie. Het was een beetje wishful thinking en het bleek ook niet te kloppen. In de jaren tachtig immers werd het CDA de hoeksteen van de kabinetten-Lubbers I en II die de economische crisis oplosten.

 

Nestgeur

Volgens de auteurs van het Algemeen Dagblad is de ChristenUnie kleiner, christelijker en linkser dan het CDA. Maar hét grote verschil is de nestgeur:

Als volkspartij richt het CDA zich van oudsher op dat deel der natie dat niet per se christelijk (meer) is, maar zich wel door de christendemocratie aangesproken voelt. De ChristenUnie zoekt meer de niche: de partij van Gert-Jan Segers heeft een grote aanhang onder gereformeerd-vrijgemaakten, een orthodox-protestantse stroming die zich in vroeger tijden de enige ware kerk achtte.

Een geliefd grapje in protestantse kringen maakt de verschillen subtiel duidelijk: christenen die het tijdelijke voor het eeuwige hebben verwisseld, melden zich aan de hemelpoort. Petrus geeft ze een rondleiding door het paradijs. Plots maant hij de groep tot stilte. ‘Ssst, hier zitten de gereformeerd-vrijgemaakten’, fluistert de apostel. ‘Zij denken dat ze hier alleen zijn.’ Neuteboom: ,,CU’ers kunnen wat overtuigd zijn van hun eigen morele gelijk.”

Helaas verzuimt AD te melden dat de vrijgemaakt-gereformeerden vroeger, tot 2000, ook hun eigen partij hadden, het Gereformeerd Politiek Verbond, waar in de praktijk alleen gereformeerd-vrijgemaakt lid van mochten worden. Inmiddels zijn de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) niet meer wat ze geweest zijn: men is van het ware-kerk-idee afgestapt, vrouwen mogen dominee worden en men streeft naar hereniging met de Nederlands Gereformeerde Kerken, ontwikkelingen die volgens Gerrit-Jan Kleinjan van Trouw misschien wel zullen leiden tot een nieuwe afscheiding/vrijmaking.

Echter, die christelijke geloofsijver, die je ook bij veel evangelische christenen en rechtzinnige hervormden terugziet, daar heeft het CDA totaal geen last van. Het CDA is breder, minder uitgesproken christelijk, rekkelijker ten aanzien van de moraal. En cultureel-kerkelijk gezien ook veel breder, omdat de partij voor ongeveer de helft uit katholieken bestaat. De ChristenUnie is nauwelijks katholiek, alleen katholieken uit de zeer rechtzinnige hoek (Katholiek Nieuwsblad) voelen zich tot de partij van Gert-Jan Segers aangetrokken.

Nieuwe ARP

Als je de ChristenUnie van nu ergens mee zou moeten vergelijken is dat de Antirevolutionaire Partij van weleer. De ARP, die in 1980 in het CDA is opgegaan, was de meest christelijke van de drie voorgangers van het CDA, maar ook de meest linkse. Dat was trouwens niet altijd zo. Onder Hendrikus Colijn tijdens het interbellum en onder Jan Schouten in de jaren vlak na de oorlog voerde de ARP een hele rechtse koers, maar in de jaren zestig ging het roer om en werd de partij opeens zeer links. De standpunten veranderden, maar het missionaire moralisme bleef. Schouten was eind jaren veertig fel tegen de dekolonisatie van Indonesië en de verzorgingsstaat en wilde iedereen van zijn heilige principes overtuigen, vijfentwintig jaar later was Willem Aantjes op een zelfde manier kritisch over het Nederlandse NAVO-lidmaatschap en riep hij in zijn ‘Bergrede’ op om de hongerigen te voeden en de naakten te kleden.

Bij de ChristenUnie heeft er een soortgelijke ontwikkeling plaatsgevonden. De ChristenUnie van nu maakt zich lang niet zo druk meer over abortus, euthanasie en het homohuwelijk als D66’ers vrezen, maar de geloofsijver van nu is gericht op de menswaardige behandeling van vluchtelingen, een schoon milieu en een gelijkere inkomensverdeling. Bij de SGP-jongeren wordt PerspectieF smalend maar niet helemaal ten onrechte, de jongerenorganisatie van GroenLinks genoemd. Trouwens, GroenLinks is via de de semichristelijke Politieke Partij Radikalen en de pacifistische Evangelische Volkspartij ook een bastaardkindje van de ARP, dus dat het linkse moralisme van Jesse Klaver en de zijnen zo christelijk aandoet is geen toeval. Het is evenmin een wonder dat linkse theologen als Ruard Ganzevoort, Rikko Voorberg, Alain Verheij, Janneke Stegeman en Noortje Blokhuis allen GroenLinks-lid dan wel -sympathisant zijn.

Het CDA is qua standpunten, en qua mentaliteit, gans anders. De CDA’ers die ik spreek vinden de ChristenUnie degelijk, maar ook een beetje te principieel. CDA’ers kunnen een stuk conservatiever zijn, de wending van Sybrand Buma naar het nationalisme bij de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen is daar een goed voorbeeld van, maar de christendemocraten zijn allesbehalve zeloten. Zelfs de SGP kan tegenwoordig wat beter relativeren dan de ChristenUnie, wat volgens mij vooral komt door het komische duo Menno de Bruyne en Elbert Dijkgraaf.

Als Alexander Pechtold slim is, en dat is hij, maakt hij gebruik van de rivaliteit tussen CDA en ChristenUnie om de invloed van de confessionelen op het kabinetsbeleid niet al te groot te laten worden. Vrij naar het roemruchte gezegde over gemengde huwelijken uit de tijd van de verzuiling: Sybrand Buma en Gert-Jan Segers op één kussen? Daar slaapt Alexander Pechtold tussen! 

Afbeelding: Wikipedia / Wikimedia Commons