De Staatkundig Gereformeerde Partij bestaat dit jaar 100 jaar. Afgelopen weekend werd dit feestelijk gevierd in Nieuwegein. Mark Rutte, onze liberale(!) premier, was eregast op dit herdenkingsfestijn.

 

De SGP lijkt onveranderlijk, maar dat is niet helemaal waar. Het verbod op vrouwen in de politiek is van de baan, de partij is officieel niet meer voor de theocratie en in plaats van Rome is de islam de grote vijand geworden. Belangrijker is echter de andere rol die de partij speelt in het politieke spel. Bij de oprichting in 1918 was de SGP een getuigenispartij, die het spreekgestoelte in de Tweede Kamer beschouwde als een preekstoel. Tegenwoordig is de SGP een machtsfactor geworden, die gedoogsteun levert aan kwetsbare coalities. Mede daarom was Mark Rutte ook aanwezig op de SGP-bijeenkomst, omdat hij de mannenbroeders misschien/wellicht straks nodig heeft om zijn kabinet in het zadel te houden. Van de meer oppositioneel ingestelde linkse partijen, om het nog maar niet te hebben over de populisten, hoeft hij niet te rekenen.

De SGP was lange tijd niet de enige kleine christelijke getuigenispartij in het parlement. Tijdens het interbellum had je de Hervormd-Gereformeerde Staatspartij, oftewel de HGS. Zonder ironie zeiden HGS-politici dat deze afkorting ook stond voor ‘Hoor Gods Stem’. De HGS wilde dat de Nederlandse Hervormde Kerk de staatskerk zou worden en hield onverkort vast aan de 21 woorden van artikel 36 de Nederlandse Geloofsbelijdenis die door de mainstream-gereformeerden waren geschrapt, namelijk ‘om te weren en uit te roeien alle afgoderij, en valse godsdienst, om het rijk des antichrists te gronde te werpen’. De SGP zou deze theocratische politiek van de HGS overnemen. In tegenstelling tot de SGP, die zeer met de bevindelijk-gereformeerde kerken verbonden was, had de HGS geen vaste electorale basis. De partij verdween bij de parlementsverkiezingen van 1937 uit de Tweede Kamer.

Na de Tweede Wereldoorlog hielden het GPV (vanaf 1963) en de RPF (vanaf 1981) de SGP gezelschap. De drie partijen werden klein-rechts genoemd. Ze waren tegen abortus, euthanasie en het homohuwelijk en verzetten zich tegen het gelijkheidsbeginsel. Christelijke scholen en andere instellingen moesten homo’s blijven kunnen weren. Hoewel GPV en RPF ook kritisch waren tegenover de democratie stonden waren ze wat opener naar de buitenwereld toe. Toen het GPV in 1993 de exclusieve band met de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) in theorie opgaf was de weg naar fusie met de RPF vrijgemaakt. In 2000 ontstond de ChristenUnie, die in 2007 voor het eerst meedeed aan een kabinet.

Na 2000 dreigde de SGP in een isolement terecht gekomen. Omdat de partij echter koos om met het populisme te gaan flirten en de nieuwe leider Kees van der Staaij met zijn hoofd op de televisie verscheen is dit gevaar bezworen. Sterker nog, dankzij de anti-islamkoers van de partij was de SGP ook populair bij de rechterflank van de ChristenUnie, die André Rouvoet en Arie Slob te links vond.

Hoe nu verder? Het ligt in de lijn der verwachting dat er over niet al te lange tijd vrouwen namens de SGP in raden en staten verkozen zullen worden. Vrouwelijke Kamerleden zullen er voorlopig nog niet komen. Pas in 2002 kreeg de ChristenUnie in de persoon van Tineke Huizinga een vrouw in de Kamer, het GPV en de RPF vaardigden al die jaren alleen maar mannen af.

Ondanks het orthodox-christelijke en conservatieve, soms zelfs reactionaire imago is de SGP toch van toegevoegde waarde voor de Nederlandse politiek. Dat komt niet alleen omdat zij een klein maar stabiel minderheidsgeluid vertegenwoordigt, maar ook omdat zij door de grote kennis van Kees van der Staaij van de politieke spelregels een soort van staatsrechtelijk geweten vormt van de Tweede Kamer. Die rol speelde het GPV eerder, eerst in de persoon van Pieter Jongeling (Kamerlid van 1963 tot 1977) en daarna Gerrit Schutte (Kamerlid van 1981 tot 2001).

 

Afbeelding: Wikimedia / Wikipedia Commons