Opeenvolgende regeringen hadden veel eerder openheid van zaken moeten geven over de details van de treinkaping bij De Punt. Nu vullen Indianenverhalen het informatievacuum.

Door: Willem Jan Hilderink

Op 11 juni 1977 joeg een jonge Dick Berlijn met zijn F-104 Starfighter de inzittenden van de gekaapte trein bij De Punt de stuipen op het lijf. Hij en andere piloten vlogen hun ‘vliegende kachelpijpen’ laag over de plek die het toneel zou worden van een uitstekend uitgevoerde bevrijdingsactie. Maar het was ook de plek waar de waanzinnigste verhalen werden geboren. Berlijn was al zes jaar afgezwaaid als Commandant der Strijdkrachten, voordat de Nederlandse regering – 37 jaar na dato – bijna volledige openheid van zaken zou geven over wat er precies gebeurde.

Tot vorige week was dit het officiële verhaal van de regering dat van Van Agt, minister van Justitie tijdens de kaping, in 1977 naar buiten bracht. Er zouden geen ongewapende kapers zijn gedood en er zou niemand zijn geëxecuteerd, ondanks de zes gedode kapers. Nu heeft de regering dat eerste bijgesteld: er zijn ongewapende kapers gedood. Maar er is niemand geëxecuteerd en dat is van belang.

Er zouden geen ongewapende kapers zijn gedood en er zou niemand zijn geëxecuteerd, ondanks de zes gedode kapers.

Dat blijkt uit het nauwgezette archiefonderzoek dat vorige week verscheen. De ministers Hennis (Defensie) en Opstelten (Veiligheid en Justitie) definiëren ‘executie’ als een doelbewuste en vooropgezette actie om te doden. En daarvan was dus geen sprake. Er zijn weliswaar ongewapende kapers doodgeschoten omdat ze zich niet duidelijk herkenbaar overgaven, maar dat is niet hetzelfde als een missie om ze allemaal een kogel tussen de ogen te jagen. Geenszins.

Joop_den_Uyl_1975

Het is eeuwig zonde dat de regering niet eerder zo transparant is geweest. Nu heeft de geruchtenmolen vier decennia kunnen draaien. Ooggetuigen, zelfbenoemde deskundigen en direct betrokkenen kwamen met de wildste verhalen. Maar er is geen enkel bewijs voor zoiets uitzinnigs als executies. Niet alleen dat: hoe voorstelbaar is het dat in de linkse jaren zeventig, onder de nog linksere premier Den Uyl, de staat zijn geweldsmonopolie gebruikt om doelbewust te executeren? De maatschappij was in die tijd banger voor een ‘politiestaat’ dan voor de Sovjetunie – die er overigens een echte politiestaat op nahield.

Maar kennelijk heeft elk rapport iets waarin verbitterde nabestaanden zich kunnen vastbijten. De vrouwelijke kaper Hansina Uktolseja lag bijvoorbeeld gewond en ongewapend op de grond en werd gedood. Dat is een fout, maar een fout waarvan zeer de vraag is of die de mariniers valt aan te rekenen. Hun eerste prioriteit was het in veiligheid brengen van de gegijzelden, levens van gijzelnemers sparen was daaraan ondergeschikt.

Kennelijk heeft elk rapport iets waarin verbitterde nabestaanden zich kunnen vastbijten.

Daarom is het ook van de ratten besnuffeld dat nabestaanden van de kapers en gijzelaars met Stockholm-syndroom excuses en zelfs een schadevergoeding van de staat eisen. Nee, er is in Nederland geen legale manier om een moordenaar voor zijn vergrijp van het leven te beroven, want wij kennen de doodstraf niet. Maar om erger te voorkomen – in zo’n extreem geval als de treinkaping – is dodelijke uitschakeling wel geoorloofd. Dat daarbij in de onwaarschijnlijke hectiek fouten zijn gemaakt, is wellicht nauwelijks te voorkomen geweest. Maar er is dus nooit een vooropgezet plan geweest om de kapers om het leven te brengen. Daarom zijn excuses en schadevergoeding ook niet op hun plaats; de roep daarom is misplaatst.

Treinkaping_bij_De_Punt_-_929-2101

De regering heeft het bijna veertig jaar lang nagelaten nabestaanden – alle nabestaanden -te helpen door onzinnige claims de nek om te draaien. Hopen dat zwijgen complotdenkers en juridische zwendelaars het stilzwijgen oplegt, is zorgwekkend naïef. Een nadrukkelijk justitiële actie behoort niet langer dan een rijke militaire carrière in nevelen gehuld te blijven. Zeker niet als er niets is dat het daglicht niet kan verdragen, zoals nu is gebleken.

Beeld trein CC Nationaal Archief