Rechts is het nieuwe links: het weigert de feiten over criminaliteit te accepteren

In 2002 publiceerde ik een essay in het dagblad Trouw met de titel Stop de misdaad. Het was een noodkreet, bedoeld om het door politiekecorrectheid en wegkijkreflexen dichtgetimmerde debat over de in ons land destijds welig tierende criminaliteit open te breken. Kort samengevat: criminaliteitscijfers hadden rond de eeuwwisseling hun piek bereikt, een vertienvoudiging van het aantal geregistreerde misdrijven in veertig jaar tijd. De kloof tussen het aantal geregistreerde en het werkelijk ervaren aantal misdrijven was daarbij gegroeid. En linkse politici en beleidsmakers weigerden stelselmatig om te accepteren dat migranten oververtegenwoordigd waren in criminaliteitscijfers. Sterker nog, ze deden er zelfs alles aan om dat feit te verdoezelen (met als triest dieptepunt het optreden van staatssecretaris van PvdA-huize Ella Kalsbeek die publicatie van een rapport over criminaliteit onder asielzoekers blokkeerde). De politie zelf behandelde criminaliteit als een uiting van slachtofferschap van de kant van de dader. Ik citeerde de Amsterdamse rabbijn Evers die zich in een open brief aan burgemeester Cohen had beklaagd over de lakse houding van de lokale ordehandhaving: “De politie doet niks, is laks. ‘Die jongeren die lopen te schelden hebben het al zo moeilijk’, zegt de politie dan.”

We zijn inmiddels zeventien jaar verder. Er is in die tijd veel ten goede veranderd. Heel veel zelfs. Voor de feiten verwijs ik u naar mijn bijdrage van gisteren. De trend is er een van aanhoudend sterke daling van criminaliteitscijfers, zowel de geregistreerde als de via slachtofferschapsenquetes opgetekende ervaren criminaliteit. Die daling heeft allerlei oorzaken. Over wat wel en niet aan deze trend heeft bijgedragen, valt een interessant en voor de toekomst ook belangrijk debat te voeren, maar dat parkeren we even. Ik wil het namelijk hebben over een opvallend fenomeen: de rechtse onwil om de feiten over dalende criminaliteitscijfers te accepteren.

Na publicatie van mijn bijdrage van gisteren werd ik op Twitter met boze reacties bestookt door types met gele hesjes en/of Nederlandse vlaggetjes is hun bio. De reacties vielen in drie soorten uiteen. Een groep had het artikel gewoon niet gelezen en meende dat ik met de titel  “Stijgende migratie, dalende criminaliteit” een causaal verband suggereerde. Quod non uiteraard, ik stelde slechts vast dat de door rechts al jarenlang luid uitgedragen these dat meer migratie tot meer criminaliteit leidt niet klopt. Niet ik maar zij veronderstelden dus een niet-bestaand causaal verband.

Een tweede groep claimde dat de dalende criminaliteitscijfers slechts zouden verhullen dat de aangiftebereidheid ‘scherp’ zou zijn gedaald. Nu haalde ik die these in het artikel al onderuit door vast te stellen dat de slachtofferenquetecijfers laten zien dat de daadwerkelijk ervaren criminaliteit net zo hard daalt als de geregistreerde. Belangrijker is dat de claim over ‘scherp dalende’ aangiftebereidheid gewoon niet waar is. Een recent WODC-rapport laat zien dat de aangiftebereidheid sinds het begin van de wel bestaande scherpe daling van de criminaliteitscijfers midden vorig decennium in de tien jaar daarna nauwelijks lager ligt (26% ivm 29% in 2005). Voor zover er al sprake is van een daling, zou die volgens de onderzoekers vooral terug te voeren zijn tot methodologische verschillen. De voor registratie van criminaliteit belangrijkere meldingsbereidheid is zelfs licht gestegen (van 31% naar 34%).

De derde reactie kwam erop neer dat ik politiekcorrect zou zijn. Ik mocht dan wel op trends wijzen, maar wist ik wel dat allochtonen nog altijd oververtegenwoordigd waren in dader en gevangenispopulatiecijfers? Antwoord: ja dat weet ik, maar de daling is bij die groep net zo stevig als bij autochtone verdachten en gevangenen. Verder verwees men vooral naar zelf opgetekende ervaringen (die dan altijd van anderen zijn) of naar mijn uiterlijk, mijn woonplaats of mijn intellect – op zich vermakelijk maar voor een serieuze discussie als deze verder niet relevant.

Wat aan de reacties vooral opviel, was de felheid. Er sprak een soort paniek uit. Dit kan niet waar zijn, sterker nog: dit mag niet waar zijn! Men heeft een wereldbeeld en bijpassend beeld van de immigrant geconstrueerd, daar kunnen dit soort cijfers alleen maar afbreuk aan doen. Dus probeert men uit alle macht ze te ontkennen – daarmee precies datgene doende dat men in de jaren negentig en aan het begin van deze eeuw nog terecht het linkse kamp verweet. Dit is overigens niet alleen een Twitterprobleem. Politici van gevestigde rechtse partijen maken zich er ook schuldig aan. Zie bijvoorbeeld de manier waarop CDA-politica Agnes Mulder vorig jaar de conclusies van een rapport over criminaliteit rond asielzoekerscentra volkomen verdraaide om de indruk te wekken dat er wel degelijk sprake was van een serieus probleem. Dit terwijl het rapport juist had vastgesteld dat de onveiligheid in de buurt niet was toegenomen na de komst van een AZC.

In 1993 publiceerde de Democratische senator uit New York Daniel Patrick Moynihan een alarmistisch essay getiteld ‘Defining Deviancy Down: How We’ve Become Accustomed to Alarming Levels of Crime and Destructive Behavior’. In 2019 zou er een nieuw artikel geschreven kunnen worden over de rechtse neiging om goed nieuws over dalende criminaliteit weg te masseren: defining normalcy down. Rechts is het nieuwe links geworden – en dat is geen verbetering voor de publieke zaak.