Er is de laatste tijd sprake van een intrigerend fenomeen dat zo langzamerhand lijkt uit te groeien tot heuse trend: van huis uit linkse schrijvers, politici en intellectuelen vertellen in de media dat het wringt tussen hen en links. Ofwel ze herkennen zichzelf niet meer in wat tegenwoordig voor links doorgaat, ofwel wat tegenwoordig voor links doorgaat erkent de persoon in kwestie niet meer als links.

Vaak beginnen die verhalen met zinnen als: ‘Zo lang ik me kan heugen, klopt mijn hart links,’ of: ‘I am a ‘lefty’. I have voted Labour all my life,’ of iets van die strekking. Want als de auteurs ergens geen misverstand over willen laten bestaan, dan is het toch wel dat hun passies en idealen nog altijd bij de progressieve zaak liggen. Volgens henzelf dan. Maar zonder uitzondering volgt daarop een soms droevige, dan weer verbaasde analyse van waar het toch is misgegaan in deze relatie.

Er klonken al langer zulke dissonante geluiden in de media, hoewel druppelsgewijs. In de VS bijvoorbeeld zorgden Danusha V. Goska en de gevierde toneelschrijver David Mamet voor ophef met hun taboedoorbrekende artikelen waarin ze uitlegden waarom ze niet langer een ‘brain-dead liberal’ waren. In Groot-Brittannië schreven onder anderen Nick Cohen, Julie Burchill en de late, great Christopher Hitchens tal van artikelen en boeken die uiteenzetten waar de liefde doofde tussen hen en links. In Nederland publiceerden schrijvers als Carel Brendel, Joost Zwagerman en Ayaan Hirsi Ali erover.

De laatste tijd verschijnen er steeds meer van dit soort artikelen, en ze volgen elkaar steeds sneller op. Zo schreef Elma Drayer een lang essay ‘Links maakt het je niet makkelijk om links te zijn’ voor Vrij Nederland. Daarin legt ze uit hoe ze zich – links sinds de jaren ’70 – niet meer kan vinden in een links dat de eigen beginselen in de uitverkoop heeft gedaan. Eddy Terstall viel niets dan hoon ten deel toen hij vrienden vertelde voor dit medium te schrijven: “Maar dat is een heel rechtse site?!” Ook veelzeggend is een Volkskrant-interview met Samira Bouchibti, waarin zij uitlegt waarom ze van de PvdA overstapte naar de VVD: “Ik noem het niet rechts, ik ben liberaler geworden. Nederlandse Marokkanen zouden het fijn moeten vinden dat ze als individu worden gezien en niet als groep. Ik ontmoet er genoeg die de groep zijn ontgroeid en nu op de VVD stemmen.”

Soms is er bijna sprake van excommunicatie. Een korte maar onthullende column van Gregory Cowles in de New York Times deed vorige week uit de doeken hoe Ayaan Hirsi Ali, toen ze naar de VS verhuisde, eerst bij alle mogelijke linkse denktanks solliciteerde, maar niemand op links wilde haar hebben. Zo belandde ze uiteindelijk bij het aartsconservatieve American Enterprise Institute – niet bepaald haar eerste keus. En de Britse schrijver Tim Lott schreef in maart een onthutsend stuk met de titel ‘If leftwingers like me are condemned as rightwing, then what’s left?’ Hij verklaarde aan zelfcensuur te doen uit angst voor de reacties van zijn ‘progressieve’ vrienden. Kortom, zoals Nick Cohen schreef in zijn vlammende aanklacht What’s Left?: “Why is the world upside down?”

Dat is een verdomd goede vraag.

Zoals uit Terstalls evaring blijkt, worden de termen rechts en links in het dagelijks taalgebruik doorgaans gedachteloos en reflexmatig gebruikt. Het komt maar al te vaak neer op: ‘links’ is alles wat deugt, de norm, ‘ons soort mensen’, het weldenkende, moreel superieure deel van de samenleving. ‘Rechts’ is een diskwalificatie en veroordeling, in sommige kringen zelfs een belediging of scheldwoord. Rechts is oneerlijk. Rechts heeft het gewoon niet begrepen, zodat links het nu ‘nóg beter moet uitleggen’. Het gaat zelden over de daadwerkelijke inhoud van deze begrippen, want die ‘hoort bekend’ te zijn. Maar de inhoud is juist essentieel om te begrijpen hoe het komt dat er de laatste tijd zoveel mensen, vaak tot hun eigen verbazing, op een of andere manier in de positie van ‘niet-links’ worden gemanoeuvreerd.

Joshua Livestro gaf daarvoor de aanzet in zijn artikel ‘Links en rechts, toen en nu’ door te wijzen op het bestaan van niet één links-rechts continuüm, maar meerdere assen die verschillende aspecten van het links-rechts spectrum bestrijken. Livestro onderscheidt met name een sociaal-economische en een cultureel-religieuze as. Dit sluit ook aan bij de bekende Engelstalige kieswijzer The Political Compass. Die maakt gebruik van een kwadrant om politieke voorkeuren te duiden. De horizontale as is het klassieke onderscheid tussen economisch links en rechts en loopt dus van communisme naar de meest extreme vormen van vrijemarktdenken. De verticale as toont het sociale continuüm van autoritair naar anarchistisch: zeg maar van Hitler en Pol Pot tot Ayn Rand en Emma Goldman. Maar wie de test invult, realiseert zich direct dat de uitslag niet aansluit bij de huidige beleving van rechts of links. Wat ontbreekt is Livestro’s cultureel-religieuze as. En het is juist deze as die de laatste jaren allesbepalend is gebleken voor de invulling van de begrippen links en rechts, die het publieke debat beheerst en die ervoor zorgt dat tal van oud-linkse intellectuelen, bien étonnés, ineens aan de rechterzijde van het spectrum belandden.

Deze as loopt ruwweg van cultureel, moreel en religieus relativisme aan de linkerkant, naar secularisme en universele mensenrechten aan, wat bij gebrek aan beter, maar de rechterkant moet worden genoemd. Etnocentrisme, traditioneel het tegenovergestelde van relativisme, dekt hier de lading al heel lang niet meer. Islamisten, met hun universalistische ideeën en ambities, staan op deze as vanzelfsprekend ook uiterst rechts; iets wat hun pleitbezorgers in het relativistische kamp gek genoeg nauwelijks lijken op te merken.

Maar deze as – en daar wringt het ’m – is nieuw. Nog niet zo heel lang geleden liep de cultureel-religieuze as namelijk van secularisme en universele mensenrechten ter linkerzijde, naar religieuze en sociale privileges – rechten uitsluitend voor het ‘betere deel van de samenleving’ – op rechts. Hoe lang geleden? Nou, we hoeven er niet eens voor terug naar de afschaffing van slavernij in de negentiende eeuw of het vrouwenkiesrecht aan het begin van de twintigste. We hoeven er zelfs niet voor terug naar de periode van dekolonisatie na de Tweede Wereldoorlog. Er zijn mij gevallen bekend van vrouwen die nog in de jaren ’80 officieus van hun werkgever te horen kregen dat het uiteraard, begrepen ze natuurlijk ook zelf, wel de bedoeling was dat ze ontslag namen als ze zwanger raakten. Anders zou er een reden worden gevonden om hun contract niet te verlengen. Dat was dus een heel letterlijke keus tussen kind of carrière. De bedrijfscultuur in Nederland nu is wezenlijk anders, maar zo lang geleden is het nog niet.

Wie al sinds z’n schooltijd trouw is gebleven aan dezelfde linkse verlichtingsidealen van universele mensenrechten, verheffing, vrijheid, gelijkheid en secularisme, en wie al die tijd een pas op de plaats heeft gemaakt op de cultureel-religieuze as, is op een kwade ochtend wakker geworden aan de uiterste rechterzijde van het spectrum. Niet omdat ’ie met het rechterbeen uit bed stapte, maar omdat links de as heeft verlegd. Wat links was, is het nieuwe rechts geworden. Wie kiest voor traditioneel linkse universele waarden, kiest noodgedwongen rechts. Rechts is het nieuwe links.

Dat is meer dan alleen maar een gevoel: de cijfers tonen het aan. Neem een van de grote, klassieke grondrechten: de vrijheid van meningsuiting. In 1970 was nog 85% van links vóór de vrijheid van meningsuiting (versus 43 % van rechts). Dat is nu nog geen 50%. ‘Vrijheid van meningsuiting is al langer geen links issue meer,’ schrijft het Sociaal en Cultureel Planbureau in het rapport van het Continu Onderzoek Burgerperspectieven (december 2014). Vanaf 2009 heeft rechts links ingehaald als het gaat om de vrijheid te zeggen wat men wil. Opvallend is dat het rapport ook concludeert: ‘De politieke achtergrond voor de steun voor de vrijheid van meningsuiting is dus niet pas veranderd sinds LPF en PVV het onderwerp ‘framen’ in relatie tot immigratie en integratie.’ Aan de grafiek is af te lezen dat die ontwikkeling al lang in gang was gezet voordat LPF of PVV ook maar werden opgericht. We moeten dus de reden waarschijnlijk bij links zelf zoeken.

Screen Shot 2015-04-06 at 16.49.03

Wie erg goedwillend is, kan stellen dat links ‘met z’n tijd mee’ is gegaan. Ik ben het daar niet mee eens. Dit is geen kwestie van modes of aankleding. Universele mensenrechten, secularisme, gelijke kansen, rechten en plichten voor mannen en vrouwen, homo’s, minderheden: het zijn absolute kernwaarden van links. Hoe pover, wat een zwaktebod om zulke democratische grondrechten in te ruilen voor een angstvallig cultuurrelativisme, groepsdenken en ‘identity politics’. Links heeft verzaakt. Links heeft de traditionele achterban, supporters en idealen keihard laten vallen. Links heeft niet minder dan z’n eigen raison d’être bij het grofvuil gezet.

Over het hoe en waarom van deze onbegrijpelijke verschuiving, en wat we eraan kunnen doen, gaat deel 2 van dit stuk.