Enkele dagen geleden publiceerde de Britse krant The Independent een artikel getiteld ‘Map shows where President Barack Obama dropped his 20,000 bombs’. Ik heb een hekel aan artikelen zoals deze. Het loutere aantal bommen is irrelevant: wat belangrijk is, is of ze effectief militaire doelen hebben geraakt en erin slaagden burgerdoden en –schade zo veel mogelijk te vermijden. Nog belangrijker is natuurlijk of je het juiste politieke doel hebt bij het uitvoeren van luchtaanvallen.

 

Wat vaak wordt vergeten wanneer analyses zoals deze worden gemaakt, is niet alleen het gereduceerde tonnage en de toegenomen precisie van bombardementen onder de regering-Obama vergeleken met Bush, zoals andere commentaren op dit artikel al terecht opmerkten, maar ook de *noodzaak* van militaire interventies middels luchtsteun.

 

Sommige “pacifisten” zijn tegen iedere vorm van interventie en kiezen daarmee de facto om *niets* te doen tegen dreigende of al bezige genocides en andere extreme misdaden tegen de menselijkheid in het buitenland, hetgeen ik uiterst immoreel vind. Zij leven in een fantasiewereld waarin de planeet vrolijk en vredig zal zijn zo lang westerse landen erbij staan en ernaar kijken (omdat het beschermen van weerloze niet-westerse burgers op de één of andere manier “neo-kolonialisme” of “imperialisme” is), terwijl wrede niet-westerse regimes (zoals die van Saddam en Kaddafi) of rebellenbewegingen (zoals Islamitische Staat) hun eigen of elkaars bevolkingen uitmoorden.

 

Je zult ze vaak horen spreken in termen van “landen bombarderen”, alsof dit wordt gedaan zonder enig specifiek doel of precisie, gewoon voor de lol. Omdat het kan. Een zin zoals ‘And as the world gears up for a seemingly more violent four years…’ weerspiegelt een soortgelijke generalisatie: de auteur zal het blijkbaar jeuken waarom bombardementen eigenlijk plaatsvinden en doet ze allemaal af als slecht omdat ze ‘gewelddadig’ zijn (nogal wiedes), daarbij de mogelijkheid uitsluitend dat ze wellicht erger voorkomen. Iets anders dat pacifisten graag zeggen is dat we altijd de “soevereiniteit” van landen moeten respecteren, zelfs als hun regimes afgrijselijke misdaden tegen de menselijkheid plegen. Dat wij een morele plicht hebben om de mensenrechten van onze medemens in andere landen te verdedigen zodat ook zij in vrede kunnen leven, lijkt niet tot deze “pacifisten” door te dringen.

 

Uiteraard dienen vredesonderhandelingen altijd eerst te worden geprobeerd en zou militaire interventie het laatste redmiddel moeten zijn. Echter, je kunt tot Sint Juttemis hameren op vredesbesprekingen, maar als de onderhandelingen geen enkel effect hebben op gestoorde genocidale gekken –die kunnen besluiten iedere VN-resolutie aan hun laars te lappen zo lang de internationale gemeenschap niet eens dreigt om tussenbeide te komen-, dan zullen de gruwelen voortgaan. In de praktijk zijn pacifisten niet “tegen oorlog”, ze zijn “vóór oorlog”, maar staan aan de andere kant.

 

Ik behoor tot degenen die zeer opgelucht zijn dat de VS onder Obama de omverwerping van Kaddafi in Libië heeft gesteund, en zich opwierp als beschermer van de jezidi’s, Koerden en andere slachtoffers van IS, daarbij luchtaanvallen hanterend ter ondersteuning van hun bondgenoten aan de grond. Ja, die bestaan; er zijn miljarden niet-westerse mensen die eisen dat hun mensenrechten worden gerespecteerd, net zoals ze dat worden of tenminste zouden moeten worden in het westen. Degenen die dachten dat alle niet-westerlingen anti-westers zijn en het leuk vinden om in omstandigheden te leven waarin de mensenrechten regelmatig en op afschuwelijke wijze worden geschonden, moeten zich diep schamen.

 

Leon Korteweg.

 

Afbeelding: Wikimedia / Wikipedia Commons.