De deze week overleden schrijver-politicus was tot het eind een contrair denker. Met zijn diepe kennis van de godsdienstige tradities van het Midden-Oosten voorzag hij het PVV-geluid van een intellectueel fundament.

Ik heb als hoofdredacteur een aantal keren te maken gehad met Hans Jansen. In die contacten openbaarden zich al snel zijn voornaamste kwaliteiten: een tegendraadsheid die aan oudhollandse koppigheid grensde, en een enorme belezenheid. Die laatste kwaliteit maakte het een groot geluk om met hem te mogen werken. Die eerste kwaliteit soms wel, maar soms ook niet. Laten we het maar het voorrecht van de onafhankelijke geest noemen: het recht om zich van precies niemand of niets iets aan te trekken bij het zoeken naar waarheid in het debat. Want dat was wat Jansen vooral was: een waarheidszoeker.

In de westerse intellectuele traditie was het tot niet zo heel lang geleden gewoon dat denkers en schrijvers zich in enigszins besluikte termen uitlieten over zaken die te dicht raakten aan maatschappelijke en religieuze taboes. De Amerikaanse filosoof Leo Strauss beschreef dit proces van verlichte zelfcensuur in zijn essaybundel Persecution and the art of writing. Tussen de regels van hun teksten verstopten de grote denkers de boodschappen die in hun eigen tijdsgewricht niet hardop uitgesproken konden worden. Het bijzondere aan ons eigen tijdgewricht is dat we voor het eerst een intellectuele stroming kennen die zich aan deze literair-filosofische conventie niets gelegen laat liggen. Noch aan enige andere conventie overigens: elk taboe wordt geschonden, elke waarheidsclaim – hoe heilig ook voor hen die erin geloven – op zijn merites getoetst. Van die stroming was Hans Jansen in ons land een van de belangrijkste vertegenwoordigers.  Met zijn genadeloze exegeses werd hij een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Nederlandse intellectuele islamkritiek.

Aan die kritiek is een intellectuele omwenteling voorafgegaan die hij zelf beschreef in een tweeluik in het ter ziele gegane weekblad Opinio. Het was een ontwikkeling die terugging tot zijn eerste kennismaking met de Arabische denkwereld in de latere jaren zestig tijdens een verblijf in Egypte, en die eindigde met de terreuraanslagen van 11 september 2001. Die aanslagen bewezen zijn in de jaren tachtig uitgewerkte stelling dat de islam dankzij de jihad altijd een geweldspotentieel zou bezitten – al gaf hij ruiterlijk toe dat hij toen niet had voorzien dat dit geweld zich ook tegen doelwitten buiten de islamitische wereld zelf zou kunnen keren. Deze toevoeging is ook kenmerkend voor de intellectueel Jansen: bereid alles aan zijn zoektocht naar waarheid ondergeschikt te maken, zelfs zijn eigen eer. Voor hem dus niet het gemakkelijke krediet van het “Ik had het al voorspeld!”

Het makkelijk krediet was sowieso niet iets waar Jansen naar streefde. Zijn europarlementlidmaatschap had hij kunnen gebruiken om net als zoveel politieke epigonen het eigen ego eens flink uit te vergroten. In plaats daarvan diende hij in alle stilte de man die hij als zijn vriend en leerling beschouwde, Geert Wilders. Journalisten die hoopten dat Jansen voor een relletje zou zorgen toen het er even op leek dat Wilders de zetel waarop Jansen volgens de uitslag recht had zou opeisen, kwamen dan ook bedrogen uit: als Wilders de zetel wilde hebben, dan was het wat Jansen betreft vanzelfsprekend dat hij zou terugtreden. Aan gratis kopij kon hij het toegesnelde journaille helaas niet helpen.

Het zou overdreven zijn om te stellen dat ik bevriend was met Jansen. Sterk overdreven zelfs. Zijn koppigheid heeft me in een vorige hoofdredactionele functie wel eens tot wanhoop gedreven. Zijn opvattingen over islam en radicalisme lieten me bovendien te weinig ruimte voor een intellectuele uitweg uit de huidige malaise waarin die godsdienst zich bevindt. Maar ik zal de eerste zijn om te erkennen dat Jansen een belangrijke rol vervulde in het Nederlandse intellectuele debat over politiek en islam, en dat we met hem een dappere, tegendraadse denker verliezen. Ik wens zijn familie, en zijn politieke medestanders, veel sterkte bij het verwerken van dit verlies.