Het religieseizoen is weer begonnen. Het was al bijna een jaar geen groot onderwerp meer, maar het Freedom of Thought Report van de Internationale Humanistische en Ethische Unie (IHEU) gaat de aanleiding tot debat. Een debat dat maar al te vaak op hoge toon wordt gevoerd, maar nooit aan de kern raakt. Jeroen Pauw zei enkele weken terug dat ‘iedereen die zich er een beetje in verdiept toch wel weet dat al die heilige boeken alleen maar ellende en narigheid veroorzaken’. Het standpunt dat religie en intolerantie onafscheidelijk zijn lijkt steeds meer steun te krijgen, maar juist deze mensen zorgen voor de onverdraagzaamheid die ervoor zorgt dat een fundamenteel debat over religie onmogelijk is.

Naar aanleiding van de uitspraak van Jeroen Pauw schreven de Amsterdamse predikant Paul Visser en EO-presentator Tijs van den Brink een brief aan Pauw, waarin ze de toon van het debat hekelden. Pauw was vervolgens wel zo sportief om beide heren uit te nodigen voor een gesprek over dit onderwerp. Afgelopen woensdagavond zaten zij samen met een islamologe bij hem aan tafel en haalden zij flink uit naar de ongenuanceerde opinie van de VARA-presentator. Pauw probeerde zich lange tijd nog te handhaven, maar moest aan het einde van het gesprek toch, weliswaar schoorvoetend, toegeven dat het weliswaar niet altijd, maar toch wel heel vaak aanleiding gaf tot onverdraagzaamheid en ellende.

Eenzelfde stelling poneerde Bert Wagendorp gisteren in de Volkskrant, maar dan naar aanleiding van het rapport van de IHEU. Volgens hem was het slecht nieuws dat het aantal gelovigen wereldwijd zal toenemen, ‘omdat geloof en onverdraagzaamheid al sinds mensenheugenis hand in hand gaan’. Een stelling die breder gedragen wordt in de samenleving en na elke aanslag van moslimextremisten meer en meer steun krijgt. In zijn column verwijst Wagendorp naar ‘religieus ongeïnteresseerden voor wie geloof een notie uit de Middeleeuwen is’. Wagendorp zou gelijk kunnen hebben als religie nog hetzelfde karakter had als vorige eeuwen, maar ik kan hem en u geruststellen: godsdienst wordt steeds minder politiek. De eeuwen waarnaar Wagendorp refereert en waar meer mensen mee komen als zij kritiek hebben op religie in het algemeen waren de tijden van de inquisitie, de kruistochten en de slavernij, en is mijn inziens geen goed en eerlijk argument in een discussie over zo’n gevoelig onderwerp. Ik zou namelijk ook heel flauw kunnen zeggen dat atheïsten – eeuwen na de hierboven genoemde voorbeelden van inquisitie, slavernij en kruistochten – miljoenen en miljoenen mensen hebben afgeslacht, vergast en geëxecuteerd. Nu was het geen paus, imam of dominee meer die hiertoe aanriepen, maar Hitler, Lenin, Stalin en Mao, die in het geheel niets te maken hadden met het christelijke, islamitische of Joodse geloof.

Het verschil tussen het geloof van de vijftiende, zestiende en zeventiende eeuw en onze huidige tijd is dat geloof toentertijd veel politieker was. Geloofsintolerantie was een manier om het volk te verenigen, bij elkaar te houden om een ander volk, een andere godsdienst te verslaan. Ik durf de stelling wel aan dat waar geloof en politiek bij elkaar komen religieuze intolerantie op de loer ligt. Een goed voorbeeld hiervan vind ik het SGP-voorstel om minaretten tot stilte te manen.

Maar deze gedachte kun je evengoed breder trekken: op het moment dat je levensbeschouwing, of het nu christendom of liberalisme, islam of socialisme of Jodendom en humanisme, met politiek laat samenkomen ligt intolerantie als vanzelf op de loer. Wagendorp schrijft dat ‘de goden van de grote godsdiensten in werkelijkheid de illusoire personificaties zijn van onderdrukkingsmethoden, met hun heilige boeken als legitimatie’. Trek de lijn door en je kunt evengoed stellen dat de niet-goden van ongelovigen de illusoire personificaties zijn van onderdrukkingsmethoden, met hun liberalisme, socialisme of humanisme als legitimatie. Het feit dat er onverdraagzaamheid op deze aarde bestaat heeft weinig te maken met het bestaan van religies op zichzelf, ook niet met het bestaan van levensbeschouwingen in het algemeen.

Verdraagzaamheid is de manier waarop je de ander benadert. Doe je dit met respect, geef je de ander het recht om te geloven wat hij of zij wil óf wil je per se jouw ideeën opdringen? Die eerste gedachte, iemand de vrijheid geven om te geloven wat hij wil, is niet een verworvenheid van de Verlichting, maar werd in de zeventiende eeuw bedacht door John Locke, niet geheel toevallig een christen. Het is juist dit gedachtegoed waarop Wagendorp zich in zijn column op beroept, maar door het slecht nieuws te noemen dat het aantal gelovigen de komende decennia alleen maar zal groeien, krijg ik toch sterk het idee dat hij liever in een wereld woont waarin iedereen zijn gedachtegoed deelt.

Wagendorp ventileert een angst voor verscheidenheid die niet zelden bij anderen heeft geresulteerd in een intolerantie jegens gelovigen. Virginia Woolf schreef dat ‘hoe minder men ziet, des te meer men gelooft’, maar andersom is het niet minder waar dat hoe meer men ziet, des te minder men gelooft. Het is waar: je zou, na het zien van een zoveelste reportage van een volgende aanslag gepleegd door moslimextremisten, bijna willen dat de islam van deze aardbodem verdwenen zou zijn. Maar dan zouden de mensen die dit echt zouden willen ook rechtlijnig moeten zijn bij het zien van de beelden na aanslagen van de Rote Armee Fraktion, en willen dat het socialisme van de aardbodem verdwenen zou zijn. De ‘horizontale onvrijheid’ die zich tussen burgers afspeelt, wordt evengoed veroorzaakt door de mensen die zich Verlicht plachten te noemen en daaraan een superioriteitsgevoel ontlenen.

Kern van het debat zou moeten worden dat het uitgangspunt is dat men verdraagzaam is, in de breedste zin van het woord. Het probleem is dat niet de ideologie in zichzelf onverdraagzaam is, maar dat mensen er in het verleden en in het heden mee aan de haal zijn gegaan. Christenen die vroeger het zwaard opnamen omdat ze enkel het Oude Testament hadden gelezen en niet aan het Nieuwe Testament toegekomen zijn, waar juist geen enkele oproep wordt gedaan om andersdenkenden onverdraagzaam te bejegenen. Juist Christus, die in dit Evangelie centraal staat en waar heel dit Testament om gaat, is degene die de christenen heeft geleerd iedereen, herhaal: iedereen, met liefde te bejegenen en dús verdraagzaam toe te treden.

Het probleem is dan ook dat wij allemaal mensen zijn: geneigd onze eigen standpunten te verheerlijken en ons superieur te voelen boven anderen. Alleen wat ik denk is juist, zonder er maar een seconde over na te denken dat ons gedachteproces wellicht niet zo feilloos is als wij denken. Het is dan ook niet de oplossing om religieuze symbolen uit de samenleving te verwijderen, zoals de intolerantste der toleranten, D66, graag ziet gebeuren, maar om juist deze vormen toe te staan. Op het moment dat wij mensen niet meer willen verdragen komt de absolute intolerantie opgang. Een onverdraagzaamheid die wij niet willen in onze samenleving, omdat juist daarmee onze gehele samenleving wordt platgelegd. Wil Wagendorp, wil Pauw, wilt u wellicht, anderen ertoe dwingen zo verdraagzaam te zijn? Dan moet juist u verdraagzaam zijn jegens anderen, hoe intolerant die anderen in uw ogen dan ook mogen zijn. Want net als vrijheid geldt, de verdraagzaamheid begint bij u.