Gezonde vaderlandsliefde, de onderkenning van het belang van een dominante joods-christelijke cultuur. Dat moet er komen, in plaats van een cultuurrelativisme dat onze samenleving nu al enkele decennia in zijn greep heeft. Dat betoogt de leider van het CDA, Sybrand Buma, in het nieuwste nummer van Christen Democratische Verkenningen, het kwartaaltijdschrift van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA.

Het is een vreugde van dit artikel kennis te nemen. Het CDA – als fusie van drie christelijke politieke partijen – is altijd een partij geweest die zich inzette voor de vrijheid van de samenleving ten opzichte van de overheid. (In theorie althans, in de praktijk ging er nog wel eens iets mis natuurlijk.) Dat kwam natuurlijk omdat ARP, CHU en KVP zijn ontstaan in de strijd tegen het liberalisme. Dat liberalisme baseerde zich op de gedachte dat er op een gegeven moment een bepaalde fase is bereikt waarin iedereen de standpunten van een meerderheid moet delen en onderschrijven. Het, wat mij betreft, beruchtste voorbeeld is de liberale minister Kappeyne van de Coppello, die in 1878 een Onderwijswet maakte die een bepaalde ideologie (die van het liberalisme uiteraard) via de scholen tussen de oren van alle Nederlandse kinderen wilde krijgen.

Tegen deze dwingelandij organiseerde Abraham Kuyper een volkspetitie. Die was een groot succes: 340.000 mensen plaatsten hun handtekening op het formulier tegen de nieuwe wet, terwijl op dat moment slechts zo’n 200.000 mannen in Nederland kiesgerechtigd waren. Zo zien we maar weer: iedere politieke beweging begint een tikkeltje populistisch door de kloof tussen de politieke elite en de wensen en verlangens van de bevolking bloot te leggen en zo haar eigen onmisbaarheid aan te tonen. In 1879 was de ARP van Kuyper een feit.

Vanuit deze achtergrond heeft het CDA altijd wantrouwend gestaan tegen iedere poging van de staat om een bepaalde eenheid aan de samenleving op te leggen. Christen-democraten verdedigden diversiteit en pluriformiteit. Iedere groep moest de ruimte hebben om naar eigen overtuiging te leven.

Wat vaak vergeten werd – ook binnen het CDA zelf – is dat een samenleving met zoveel ruimte voor individuen en groepen ook bepaalde grenzen vooronderstelt. Om te beginnen kan zo’n samenleving alleen bestaan wanneer alle groepen elkaar ook die ruimte gunnen. Ze kunnen over van alles en nog wat van mening verschillen en daar scherp met elkaar over debatteren, maar altijd vanuit de gedachte dat de ander er ook mag zijn. Zo’n samenleving kan ook alleen bestaan wanneer ze bereid is zich weerbaar op te stellen tegenover alle krachten die een einde aan zo’n samenleving willen maken. Iedereen heeft binnen zo’n samenleving democratische rechten. Een groep die het politieke bestel en die rechten wil misbruiken om die rechten voor anderen af te schaffen zodra die groep daartoe de macht heeft, kan niet worden toegelaten.

Het besef van deze voorwaarden wordt binnen het CDA weer gearticuleerd – nu dus in het artikel van Buma (samen met Pieter Heerma) in CDV. Maar niet iedereen snapt dit. Een voorbeeld van de oude reflex is de column die Hans Goslinga in Trouw aan het artikel van Buma en Heerma wijdde. In een vlaag van verstandsverbijstering vergeleek hij de teneur van het artikel zelfs met een vorm van staatsreligie die kan leiden tot zoiets als de communistenjacht van McCarthy.

De noodzaak onszelf te definiëren en als samenleving weerbaar te zijn, is natuurlijk mede ingegeven door de vluchtelingenstromen van het afgelopen jaar (het nummer van CDV gaat daar in zijn geheel over). Goslinga kan in het artikel alleen maar een afwerende houding tegenover vreemdelingen zien. Dat is een leuk frame om verder niet meer na te hoeven denken. En dat doet Goslinga dan ook niet. Als hij dat wel had gedaan, had hij begrepen dat het artikel is geschreven vanuit de realistische inschatting dat er veel vreemdelingen naar Nederland zullen komen en hier zullen blijven, en dat dat niet vanzelf goed gaat. Om ze goed te kunnen integreren, moeten we zelf in staat zijn om duidelijk te maken waarín ze moeten integreren.

Goslinga zou een punt hebben wanneer volstaan zou zijn met een goedkope, populistische verwijzing naar de ‘joods-christelijke cultuur’. (In een oud nummer van CDV heeft Bart Wallet al eens duidelijk gemaakt welk misbruik er van dit concept wordt gemaakt.) Maar Buma/Heerma maken nu juist vrij precies duidelijk wat daarmee wordt bedoeld: de volstrekte gelijkwaardigheid tussen mensen, ongeacht hun overtuiging of achtergrond, vrijheid als het recht om te doen wat men behoort te doen, en de deugden die het culturele fundament van een samenleving vormen.

Het kan nauwelijks beter onder woorden worden gebracht. Het vraagt ongetwijfeld enige moed het belang van een gezonde vaderlandsliefde uit te dragen – de Pavlovreacties in de linkse Trouwstal bewijzen het. Maar het is Gebot der Stunde. Als we dit nu niet doen, hoeft het straks niet meer.