Ewout Klei bespreekt Kwaad van Joost Niemöler en De Beste toespraken van Barack Obama.

 

De controversiële journalist Joost Niemöller heeft een boek over boze burgers geschreven: Kwaad. Hij interviewde 31 autochtone Nederlanders die zich kwaad maken over de islam in Nederland en zich unheimisch voelen, maar met hun kritiek nergens terecht kunnen: daarom stemmen ze Geert Wilders.

Het is een heel deprimerend boek. Joost Niemöller, die zich net als journalist Wierd Duk erg identificeert met met de PVV-stemmer, stelt de boze burgers geen kritische vragen, maar laat hen helemaal leeglopen. Op zich wel interessant, want op deze manier weet je wat PVV-stemmers beweegt. Maar aan de andere kant zorgt deze empathische benadering ook voor een kokervisie, omdat de subjectieve ervaringen van deze mensen als de waarheid worden opgevat. Dat zijn deze ervaringen uiteraard niet, ze zijn hooguit een deel van de werkelijkheid. Joost Niemöller heeft echter totaal geen distantie en bedrijft propaganda voor de ideologie van de PVV.

Doe ik daarmee het boek tekort? Nee, Quinsy Gario kan precies eenzelfde boek schrijven, met precies dezelfde titel bovendien, over boze blacktivisten in Nederland. Van zo’n boek leer je ook alleen maar dat deze zwarte activisten heel erg boos zijn en dat Nederland zogenaamd door en door racistisch is. Subjectieve ervaringen van mensen zijn natuurlijk heel interessant, maar als je deze goed wil duiden moet je ook een zekere afstand in acht nemen. Doe je dat niet dan ga je mee in hun beleving van de werkelijkheid, die zeer gekleurd is, en kom je uiteindelijk geen steek verder.

Moeten we de boze burgers dan maar wegzetten als een stelletje achterlijke racisten en hun mening negeren? Nee, dat is zeker geen goed idee. Dat een grote groep autochtonen in Nederland zich unheimisch voelt en het gevoel heeft niet worden gehoord in Den Haag is een slechte zaak. De kloof tussen deze mensen en de politiek moeten we proberen te overbruggen. Maar dat betekent uiteraard niet dat de onderbuik op de troon moet zitten. Politiek is compromissen sluiten, rekening houden met de verschillende meningen, realistisch zijn, beseffen dat veel maatschappelijke spanningen niet meteen kunnen worden opgelost maar dit jarenlang kan gaan duren. Een beetje hoop, zonder valse beloften, zou misschien heel heilzaam kunnen zijn.

Zo kom ik bij Barack Obama, de voorganger van Donald Trump. We missen hem nu al. In tegenstelling tot Hillary Clinton – een soort van Amerikaanse kruising tussen Nina Brink en Femke Halsema – was Barack Obama er voor iedereen. Obama zette zich in voor alle Amerikanen – uiteraard voor de zwarten, de latino’s, de vrouwen en de homo’s – maar ook voor de laagopgeleide blanke mannen, de groep kiezers die Hillary met intense halsemaanse minachting de ‘deplorables’ noemde. Die arme blanken moet je niet vertellen dat ze ‘wit privilege’ genieten. Ze zijn helemaal niet geprivilegieerd.

Barack Obama durfde bovendien krachtig afstand te nemen van zwarte zeloten die zichzelf als antiracist beschouwden maar juist waren geworden wat zij anderen verweten. Denk hierbij aan de zeer linkse dominee Jeremiah Wright, die meende dat het racisme (lees: blank racisme) in de Verenigde Staten onuitroeibaar was en dat het islamitische terrorisme het logische gevolg was van het Amerikaanse en Israëlische optreden in het Midden-Oosten. Obama kerkte bij Wright en snapte zijn radicalisme, maar nam in duidelijke bewoordingen afstand van zijn rabiate, extreemlinkse ideeën. Waar de zogenaamde antiracisten van nu – zoals Jeremiah Wright, Ta-Nehisi Coates, Quinsy Gario en Sylvana Simons – blank en zwart tegen elkaar proberen op te zetten daar predikte Obama verzoening. Hij besefte dat hij een president voor alle Amerikanen moest zijn.

Terug naar Niemöller en zijn boek: een belangrijke reden waarom veel autochtone burgers zo boos zijn is omdat ze zijn ‘verraden’ door de Partij van de Arbeid. De PvdA is helemaal Hillary: feministisch, moralistisch en heel erg Grachtengordel. De baantjescarrousel en het hebben van het ‘correcte’ morele standpunt is veel belangrijker dan het vertegenwoordigen van het Nederlandse volk. Andere politieke partijen kampen uiteraard met soortgelijke problemen, maar hebben toch meer ‘feeling’ met hun achterban. De Socialistische Partij, bepaald niet mijn club trouwens, gaat de straat op, luistert naar de mensen en is wars van linkse betutteling, waar PvdA en GroenLinks zo goed in zijn. In tegenstelling tot PvdA en GroenLinks staat de nuchtere SP ook veel gereserveerder tegenover modieuze UvA-ideeën over intersectioneel feminisme en wit privilege. Niet dat de SP een partij voor alle Nederlanders is – ondernemers en bankiers bijvoorbeeld hebben als klassenvijanden pech – maar de echte socialisten doen het toch een stuk beter dan hun verwaterde sociaaldemocratische neefjes en nichtjes. En het is ook geen toeval dat de PVV – die deels uit de zelfde electorale vijver vist als de SP – de verzorgingsstaat omarmt.

De kwaadheid van de boze burgers is een groot maatschappelijk en politiek probleem. Het is levensgevaarlijk om de woede aan de macht te helpen – in tegenstelling tot de VVD en het CDA is de PVV wel echt een gevaar voor onze rechtsstaat – maar we moeten hier wel iets mee doen. Luisteren naar deze boze mensen is belangrijk, daar heeft Nienmöller wel een punt, maar daarnaast moet er naar een verzoenende oplossing worden gezocht. Nederland heeft een Barack Obama nodig.

 

Afbeelding: Wikimedia / Wikipedia Commons