Ons publieke defensiebeleid wordt in toenemende mate medebepaald door private veiligheidsbedrijven.

Door Dieuwertje Kuijpers

Bij ‘huurlingen’ denkt men al snel aan films over Vietnam-veteranen of door de woestijn scheurende jeeps, volgestouwd met soldaten van het Vreemdelingenlegioen. Niet aan de keurige en correcte Nederlandse staat. Vergis je niet, ook Nederland is niet vies van het uitbesteden van militairen taken aan schimmige veiligheidsbedrijfjes of lokale milities. Sterker nog, ze is er operationeel van afhankelijk.

Private bedrijven die hand- en spandiensten verlenen aan staten is niet nieuw. De Egyptische farao Ramses II wist voor de befaamde slag om Kadesh zijn weg richting huurlingen al moeiteloos te vinden. Wat wel nieuw is, is het aandeel van deze zogeheten Private Military Security Companies (PMSC’s) in missies. Was de ratio PMSC-werknemers ten opzichte van reguliere militairen tijdens de Eerste Golfoorlog (1991) nog 1 op 50, tien jaar later, tijdens Operation Iraqi Freedom (2003), was deze al 1 op 10. In Afghanistan waren er sinds 2010 zelfs meer PMSCs actief dan soldaten. Deze toename is ook terug te zien in taken die aan hen toebedeeld worden; het gaat niet langer om hand- en spandiensten zoals persoonsbeveiliging, maar ook om operationele taken als beveiliging en logistiek. Dit brengt deze private uitvoerders dichterbij het slagveld. terwijl zij tegelijkertijd onder de radar van politieke verantwoordelijkheid vliegen. Dat komt Den Haag misschien goed uit, maar de rechtsstaat niet.

“…ook Nederland is niet vies van het uitbesteden van militairen taken aan schimmige veiligheidsbedrijfjes of lokale milities. Sterker nog, ze is er operationeel van afhankelijk.”

Ook Nederland sluit zich aan in de rij Westerse landen die gebruikmaken van meer en meer PMSC’s. Zo is Nederland operationeel gezien zelfs afhankelijk van private partijen. Deze PMSC’s kunnen lokale partijen zijn wanneer ondersteuning in de zogeheten “host nation” niet voldoende is, maar ook Westerse bedrijven die hun diensten aanbieden.

Beide opties staan niet zelden garant voor dubieuze zakenpartners, krijgsheren met grootheidswaanzin en ex-mariniers die Miami Vice komen spelen. Zo werden in de regio Uruzgan taken uitbesteed aan de lokale krijgsheer Mutiullah Khan die met zijn privélegertje miljoenen wist te verdienen met het bewaken van NAVO-bevoorradingskonvooien en het veilig houden van de wegen richting Tarin Kowt. Daarnaast werd er – tegen riante betaling – gevochten tegen de Taliban, zij-aan-zij met Amerikaanse Special Forces. De Nederlanders wilden niet openlijk samenwerken met Khan (die overigens tegenover Camp Holland woonde), uit angst voor het overlopen naar de Taliban van milities die door Nederland werden betaald om de buitenste ring van Camp Holland te bewaken.

Daarnaast werkte de Nederlandse Marechaussee samen met DynCorp, een privaat militair bedrijf, om de Afghaanse politie op te leiden. Het bedrijf wordt geplaagd door schandalen, maar weet desondanks lucratieve contracten zeker te stellen. Eind jaren ’90 in Bosnië kwam DynCorp onder vuur te liggen omdat werknemers (in samenwerking met enkele VN-medewerkers) Bosnische kinderen aan elkaar doorverkochten als seksslaaf. Daarnaast zijn er incidenten geweest waarbij DynCorp-medewerkers Carmageddon gingen op lokale bevolking, of betrokken raakten bij obscure schietincidenten. Bij latere audits van het geld dat bestemd was voor het trainen van politie en militairen in Irak en Afghanistan, bleek veel hiervan te zijn verdwenen. Alhoewel: in Irak bleek er een diepte-investering te zijn gedaan in een Olympisch zwembad en een villa voor lokale Iraakse prominenten. Wat er in Afghanistan is gebeurd, is nog altijd een raadsel: ondanks de miljoenen die zijn gepompt in het opleiden van een politiemacht, bereikte de drugsproductie in 2013 een recordhoogte. Desondanks is DynCorp ook ingehuurd om de VN-missie in Mali (waar Nederland ook aan deelneemt) te voorzien van pantservoertuigen.

Maar niet alleen private defensiebedrijven verdienen aan ons land. Ook Nederlandse bedrijven weten het ministerie van Defensie prima te vinden. Goed voorbeeld hiervan is KPN, dat de kritieke infrastructuur van de staat Nederland grotendeels in handen heeft. Naast de mobiele communicatie heeft KPN ook een aanbesteding van het Ministerie van Defensie gewonnen (aantal mededingende bedrijven: 0) voor de glasvezelkabels. Kortom: elke byte gaat door KPN-materieel. Ook op missie.

“…niet alleen private defensiebedrijven verdienen aan ons land. Ook Nederlandse bedrijven weten het ministerie van Defensie prima te vinden. Goed voorbeeld hiervan is KPN, dat de kritieke infrastructuur van de staat Nederland grotendeels in handen heeft.”

Natuurlijk houdt de ondernemersgeest hier niet op. In Nederland zijn zo’n 20 PMSC’s actief. Veelal opgestart door ex-militairen die nieuwe werknemers opleiden in Israël, Duitsland, Hongarije en Servië en onder meer actief zijn in de Congo, de Golf van Aden, Afghanistan en Irak. De VN (die geen enkele missie meer uitvoert zonder de inzet van PMSC’s) waarschuwde onlangs voor een toekomstig penibele situatie aangezien Duitse huurlingen nauwe banden onderhouden met niet-internationaal erkende Somalische warlords, terwijl Duitsland tegelijkertijd meedoet aan de EU-missie in Somalië. Duitse soldaten zouden dus wel eens op Duitse huurlingen kunnen gaan schieten – en omgekeerd.

 

security

Private defensiebedrijven denken boven de wet te staan

Met de Val van de Muur en krimpende defensiebudgetten zijn veel regeringen zich gaan richten op bedrijfsvoering binnen diverse departementen, dus ook Defensie. Hoe kan het beter, efficiënter en vooral goedkoper? Probleem is dat Defensie door haar specifieke taakstelling (bewaken van ’s lands veiligheid en staatsinstellingen) een zekere bevoorrechte positie binnen de informatie- en wapenmarkt dient te hebben. Dit lijkt te zijn vergeten door de obsessie met efficiency en het verbeteren van (financiële) processen, die in plaats is gekomen van maximalisatie van staatsveiligheid. Door grootschalige contracten uit te besteden wordt op de jaarbalans misschien wel lekker bespaard, maar tegelijkertijd wordt kennis goedkoop verkocht door de uitbesteding van bepaalde taken.

Nog belangrijker: een deel van onze veiligheidsstrategie wordt inmiddels mede door deze bedrijven bepaald. Door hen in te huren om bijvoorbeeld nieuwe politie- of defensieapparaten op te tuigen of door hen in te zetten voor risicoanalyses en beveiliging, wordt de private veiligheidsmoraal van deze bedrijven de publieke norm. Hierdoor is er ook in Nederland een nieuwe ‘kaste’ gecreëerd. Met experts die opereren op basis van kennis en ervaring, niet op basis van politieke mandaten. Deze bedrijven hebben geen democratische verantwoordingslink met de burger, maar opereren op contractbasis. De incidenten, van eerdergenoemde mensensmokkel door DynCorp, mishandeling in detentiecentra door G4S of de mogelijke moordpraktijken van Blackwater, gaan zelden gepaard met strafrechtelijke vervolging. Geen wonder dat private defensiebedrijven denken boven de wet te staan.

Hoe problematisch zijn deze uitbestedingen? Zodra macht eenmaal is gedelegeerd, is het in de praktijk zeer moeilijk voor de overheid om deze macht weer terug te vorderen. Ze verliest dus controle. Tegelijkertijd wordt ook de democratische verantwoordingslink doorbroken als de zwaardmacht niet langer exclusief bij de overheid ligt. Dat wordt niet alleen mede mogelijk gemaakt door een gemakzuchtige regering, maar door een evenzo laks parlement. De bereidheid van een staat om een oorlog aan te gaan, of geweld te gebruiken, is een van de meest effectieve manieren om de vrede te bewaren. Maar de uitvoering van deze macht afhankelijk maken van bedrijven waarvan de belangen eerder overeenkomen met marktprijzen dan garanderen van staatsveiligheid, leidt tot een onbetrouwbare overheid. Een overheid die haar primaire veiligheidstaak niet kan uitvoeren en hierin afhankelijk is van huurlingen, ondergraaft haar hele bestaan.