In de Elsevier van deze week zegt Thierry Baudet dat de Amerikaanse verkiezingen de grote tegenstelling in de politiek weerspiegelen. Hilary Clinton staat dan voor het kosmopolitisme, Donald Trump voor het nationale, het eigene en de moraal. Ik ben dat tot op grote hoogte met hem eens. Maar juist daarom is de situatie zo zorgelijk: dat de conservatieve erfenis in handen is gevallen van de Trumps, de Wildersen, de Jan Roosen.

Laat me dat toelichten. Eerst een bekentenis. Daarna met een leerzaam incident in een enigszins gênante situatie. En daarna met een hartenkreet.

De bekentenis. Ik volg de Amerikaanse verkiezingen met grote belangstelling, niet meer zo intensief als voorheen, toen ik bijvoorbeeld voor de NOS naar Washington mocht, maar toch met meer dan gewone interesse voor wat zich daar nu afspeelt. Ik zie, hoor en lees wat Donald Trump allemaal klaar maakt, en vooral: hoe hij in de media wordt neergezet. En vreemd genoeg: ik krijg dan steeds de neiging om hem te gaan verdedigen. Om u gerust te stellen: het is een neiging, en ik geef er niet aan toe. Het is heel erg wat die man in een ongeëvenaarde combinatie van platte vulgariteit en ongegeneerd narcisme allemaal uitkraamt. Maar toch: hij vertegenwoordigt iets, mensen die in de hoek zitten waar de laatste decennia veel klappen zijn gevallen. En ik ben bang dat het imago van Trump op die groepen afdaalt. Dat lijkt me niet terecht. Trump exploiteert een reëel probleem. Dat probleem verdient een veel betere behartiger dan Trump.

Het leerzame incident. Toen ik zo rond de verkiezingen van 2004 in Washington was, bezocht ik daar ook een conservatieve denktank. In de wc kwam een man naast me staan die daar net als ik was voor iets dat je in zo’n ruimte doet. Hij keek schuin naar me, en zag me waarschijnlijk voor iemand anders aan of dacht dat ik wel moest deugen en zijn vertrouwen verdiende, anders had ik daar niet gestaan. De avond daarvoor was hij bij Bush geweest, vertelde hij, om te oefenen voor een verkiezingsdebat. Maar Bush had daar geen zin in gehad. Na vier jaar presidentschap wist hij het wel en hoefde hij zich niet meer op zo’n debat voor te bereiden. Dat gaat mis, had de man gezegd. En het ging mis.

Dat voorval heeft me ervan overtuigd welk een enorme arrogantie er in de Republikeinse Partij was geslopen. Die hoogmoed had niet teruggedeinsd voor grove leugens om een oorlog te rechtvaardigen – leugens die ook door Colin Powell en Tony Blair waren verspreid en die ik heb geloofd. Het was de hoogmoed die had verkondigd dat de Amerikanen in Irak als bevrijders zouden worden begroet en daar een democratie tot bestaan zouden bombarderen. Die hoogmoed resulteerde in een grote frustratie en heeft de weg gebaand tot de doorbraak voor de populistische vleugel binnen de Republikeinse Partij.

Die partij – de hartenkreet – was voor mij de Grand Old Lady. Ik heb die partij toen en later in vele gremia leren kennen. Het waren beste mensen. Mensen zoals Mike Pence. Een bont gezelschap, variërend van die-hard libertariërs (later geradicaliseerd in de Tea Party), keurige East Coast bestuurders, de elite van de White Anglo Saxon Protestants, tot christelijke conservatieven met hun eigen morele agenda. Ik heb bijeenkomsten bijgewoond waarop deze groepen hard met elkaar in debat gingen – want over veel zaken waren ze het niet eens – maar elkaar na afloop toch joviaal op de schouders ramden. Want er was ook een grote gemende deler, en een gemeenschappelijke vijand (de Democraten) en een gemeenschappelijk doel (die Democraten uit het Witte Huis houden). Ik voelde me er erg thuis.

Die cultuur lijkt me zo goed als verdwenen. De tegenstellingen zijn verhard, en de harde populistische stem overstemt het geluid dat ik altijd met de republikeinse Partij associeerde. Het lijkt me een trend. In Nederland is de rechtervleugel bezet door drie clubs van radicale nationalistische liberalen die de belangen van de gewone man ook al tot norm hebben verheven, en dus meer democratie en monocultuur, en minder Haagse elite, minder Brussel en minder, minder, minder Marokkanen bepleiten. Het is dezelfde geest. De geest van Marine Le Pen, van Jörg Haider (RIP), Frauke Petry e tutti quanti. De ochlocratische geest van de sterke leider en de simpele oplossingen.

De Burkiaanse geest van de gentleman en de traditie leeft alleen hier en daar nog voort. Op 15 maart zullen we weten hoeveel mensen in Nederland nog enige affiniteit met die geest hebben.