Nederland moet naar het voorbeeld van Scandinavië kijken en een smal minderheidskabinet van VVD en CDA gaan vormen.

 

Nu de formatie zo moeizaam verloopt is het tijd om serieus de mogelijkheid van een minderheidskabinet te overwegen. In Nederland is een minderheidskabinet ongewoon. De enige minderheidskabinetten van de afgelopen halve eeuw (Biesheuvel II in 1972-1973, Van Agt III in 1982 en Balkenende III in 2006-2007) ontstonden na een breuk in de coalitie. Ze deden niet zo heel veel meer dan op de winkel passen totdat er nieuwe verkiezingen waren.

In Noorwegen en Zweden daarentegen zijn minderheidsregeringen eerder regel dan uitzondering. Vaak steunen ze op een ruime minderheid in het parlement, soms op een veel kleinere. Met oppositiepartijen worden op onderwerpen deelakkoorden gesloten. De kabinetten zitten gemiddeld korter dan de Nederlandse. Daar staat tegenover dat de formatie binnen een week voor elkaar is.

Nu zijn er verschillen tussen deze noordelijke landen en Nederland. In Nederland is het de gewoonte dat een regering het vertrouwen geniet van het parlement. In de Scandinavische landen is het voldoende dat een regering niet naar huis gestuurd wordt door het parlement. Maar in Nederland is dat vertrouwen niet meer dan een ongeschreven regel. Er kan best een kabinet worden beëdigd dat voldoende heeft aan de garantie dat het niet naar huis gestuurd wordt.

Op dit moment wordt er vooral gedacht aan een minderheidskabinet van VVD, CDA en D66 (71 zetels). Voor D’66 heeft zo’n minderheidskabinet als nadeel dat het met een aantal weinig progressieve voorstellen akkoord moet gaan. Het vorige kabinet van CDA, VVD en D66 (Balkenende II) resulteerde in een gigantische verkiezingsnederlaag voor D66.

Een minderheidskabinet van CDA en VVD moet daarom serieus overwogen worden. Zo’n kabinet heeft een smalle basis (52 zetels) maar zou het eerste jaar niet zo snel naar huis worden gestuurd. SGP en CU zullen de meeste voorstellen steunen. PvdA, D66, Groen Links en SP hebben allemaal hun redenen om niet zo snel op verkiezingen aan te sturen. De kiezers zullen op dit moment vooral sympathie hebben voor partijen die ‘hun verantwoordelijkheid nemen’.

Een voordeel van een minderheidscoalitie van CDA en VVD is dat het op het gebied van het vluchtelingenbeleid helderder beleid kan maken, dan in een coalitie met D66. Het vluchtelingenbeleid verscheurt Nederland al langer en was een prominent onderdeel van de campagne van CDA en VVD. In het parlement moeten meerderheden te vinden zijn voor een stringente  bewaking van de Europese buitengrenzen, gecombineerd met reële opvang van vluchtelingen.

Een ander voordeel is dat de positie van het parlement opnieuw versterkt wordt. Nog meer dan onder Rutte II zal het kabinet voortdurend met het parlement in gesprek moeten om meerderheden te vinden. Dat is democratische winst. Ook zal er veel ruimte zijn voor initiatiefwetsvoorstellen. Voor D66 (‘voltooid leven’) en GroenLinks (energie, klimaat) liggen hier kansen.

Zo’n minderheidskabinet zit misschien niet langer dan twee jaar. Maar over twee jaar ziet het politieke landschap er heel anders uit. Tegen die tijd heeft de PvdA zich herpakt, Roemer is opgestapt en misschien is de PVV wel verkruimeld.

 

Afbeelding: Wikipedia / Wikimedia Commons