Michael Ignatieff, de wereldberoemde liberale intellectueel, was gisteravond in De Balie. Ignatieff is vermaard vanwege zijn publicaties over de mensenrechten en internationaal recht, was een tijdlang leider van de Canadese liberalen en is tegenwoordig rector van de Central European University in Boedapest. De CEU was de laatste maanden in het nieuws omdat Viktor Orbàn, de minister-president van Hongarije, deze instelling wil sluiten.

 

Hongarije

De avond stond in het teken van de democratie. In de Verenigde Staten maar ook in verschillende Europese landen en natuurlijk in Turkije staat de democratie onder druk. Volgens Ignatieff is democratie meer dan alleen de notie van majority rule. Het gaat ook om de rechten van minderheden, een onafhankelijke rechtspraak en een vrije pers, maar bovenal om vrije instituties.

Dat Hongarije veranderde van een communistische dictatuur in een liberale democratie was voor een groot deel te danken aan George Soros, de Joods-Hongaarse miljardair die veel aan liefdadigheid doet. Ook Orbán heeft kunnen studeren dankzij een fonds van Soros. Maar Orbán heeft een heel ander plan voor Hongarije. Hij is geen liberale maar een populistische democraat. Daarom is hij druk bezig om de democratische instituties – een vrije pers, een onafhankelijke rechtspraak en ook vrije universiteiten – te bestrijden. Over deze instituties heeft hij immers geen controle.

Populistische democraten beschouwen zichzelf wel als democraten, maar voeren een antiliberaal beleid. Democratische instituties, die van cruciaal belang zijn om de democratie gezond te houden, zijn volgens populisten niet onafhankelijk maar instrumenten in de handen van de politieke elite. Orbán en andere populisten zorgen er volgens Ignatieff voor dat democratie zich keert tegen zichzelf.

Maar waarom is de antiliberale Orbán zo succesvol? Volgens Ignatieff komt dit omdat de oppositie in Hongarije niets voorstelt en oppositiepolitici elkaar in de haren vliegen. Maar bovendien weet Orbán handig gebruik te maken van de minderwaardigheidsgevoelens die de nationalistische Hongaren hebben tegenover West-Europa, tegenover Brussel. Als de EU Hongarije, Polen en Slowakije wil verplichten om meer vluchtelingen op te nemen dan kan Orbán roepen: ‘Zie je wel, Brussel is een dwingeland. Ik kom wel voor jullie belangen op.’

De wending naar het populisme vindt Ignatieff een slechte zaak. Oost-Europa heeft namelijk zo veel betekend voor de liberale democratie, voor de vrijheid. Hij noemt de Hongaarse Opstand van 1956, de Praagse Lente van 1968, Solidarinosc en natuurlijk de val van de Berlijnse Muur.

 

 Amerika, de wereld en de vluchtelingen

Victoria, BC Liberal Town Hall Forum public libéral.jpg

Michael Ignatieff. Afbeelding: Wikimedia / Wikipedia Commons

Maar Ignatieff sprak niet alleen over Hongarije. Het ging over Amerika, de wereld en de vluchtelingenproblematiek. Ignatieff heeft tien jaar geleden gezegd dat de Verenigde Staten een positieve kracht in de wereld spelen. Heeft hij nu geen spijt van deze uitspraak? Ofschoon Ignatieff als liberaal de koers van Donald Trump uiteraard betreurt stelt hij dat democratie en mensenrechten niet alleen leuk zijn op papier, maar dat je dit ook – in het uiterste geval – moet kunnen afdwingen. De Verenigde Staten kunnen dit. Een land als Canada kan dat niet. Daarom is Amerika zo belangrijk. Overigens nuanceert Ignatieff de neiging tot isolationisme van Trump. Zijn voorganger Barack Obama probeerde zo veel mogelijk buiten buitenlandse oorlogen te blijven. Dit heeft volgens Ignatieff te maken met de angst voor bodybags. Kunnen presidenten nog aan het Amerikaanse volk uitleggen dat ‘hun jongens’ voor ‘de goede zaak’ gestorven zijn in een ver land?

Internationalisering heeft helaas niet geleid tot internationale solidariteit. We hebben eerder te maken met een nationalistische reactie, dat mensen hierdoor hun nationale eigenheid meer benadrukken. Een groot probleem is daarnaast het gebrek aan geduld en visie. De Europese Unie is ook een positieve democratische kracht, maar denkt te weinig aan oplossingen voor de lange termijn. Politieke maatregelen die genomen worden kunnen natuurlijk niet meteen worden geïmplementeerd, maar in deze tijden van sociale media hebben veel mensen het geduld niet. Ze willen het en willen het nu.

Over de vluchtelingencrisis is Ignatieff genuanceerd. Ignatieff is voor de opvang van echte vluchtelingen. Het probleem is dat economische migranten misbruik maken van de vluchtelingenwetgeving, door zich als vluchteling voor te doen terwijl ze dat helemaal niet zijn. De meeste ‘vluchtelingen’ die in 2016 in Italië binnenkwamen waren Nigerianen. Afgezien van aanslagen van Boko Haram in het noorden is er geen oorlog in Nigeria. De mensen die Nigeria ontvluchten zijn economische migranten, die gewoon een beter leven willen. Ignatieff kan zich goed verplaatsen in hun situatie, want je wil natuurlijk een betere toekomst voor jezelf en voor je kinderen. Europa moet volgens Ignatieff bilaterale overeenkomsten sluiten met Afrikaanse landen en maximaal zoveel migranten uit die en die landen opnemen. Door de migratiestroom beter te reguleren kan de stroom ook beter worden beheerst. Er moet in ieder geval een plan voor de lange termijn komen. In dit verband zegt Ignatieff: ‘De open samenleving kan geen open samenleving zijn zonder grenzen.’ Als je de grenzen helemaal openzet en iedereen maar binnenlaat dan heb je geen controle meer. Het moet beheersbaar blijven. ‘We zijn geen hotel.’

Waar Ignatieff zich ook zorgen over maakt is het politiseren van empathie. Linkse en rechtse mensen kunnen empathisch zijn, maar omdat links de empathie heeft geconfisqueerd is empathie in de ogen van rechts verdacht geworden. Dat is een slechte zaak. Tevens is het volgens Ignatieff een illusie dat mensen in deze tijden van meer gelijkheid echt allemaal voor gelijke rechten zijn. Je hebt nu ook dog whistle racisme: ‘Natuurlijk ben ik geen racist, maar (en dan volgt er iets over zwarten, moslims of joden).’ Toch prefereert Ignatieff deze hypocrisie boven het openlijke racisme van vroeger.

Ten slotte, is Ignatieff positief over de toekomst? Ignatieff gelooft als historicus niet in vooruitgang. We worden niet meer vrij of meer gelijk. ‘History has no libretto.’ En als we dat wel worden komt dat niet door een historische wetmatigheid, maar door harde strijd. ‘We moeten vechten voor onze vrijheid.’

 

 

Afbeelding omslag: © Ewout Klei