Volgens PvdA-senator Marleen Barth haken vrouwelijke kiezers af. Dat komt door de macho-uitstraling en persoonscultuur van mannelijke politici. Daardoor lijken debatten wedstrijdjes ver plassen. Dat verklaart waarom meer dan zestig procent van de stemmers tijdens de Provinciale Statenverkiezingen man was. De huidige politieke cultuur belet policiti het genuanceerde verhaal te vertellen. Allemaal dixit mevrouw Barth.

Echt waar? Bestaat dit nog? Ik had toch zo gehoopt dat we dit verongelijkte feminisme hadden begraven, maar hoppa, daar roeptoetert het ondode haatlijk weer bovengronds.

Afhaken

Vrouwelijke kiezers zouden afhaken. Volgens Barth was ‘meer dan zestig procent’ van de kiezers bij de PS2015 man. Ik heb dat cijfer nergens kunnen vinden. Ze zijn niet erg snel, maar doorgaans is het een goede gewoonte even op het CBS te wachten. Dergelijke cijfers zijn (nog) niet gepubliceerd. Maar dat is niet erg, for the sake of the argument, stel dat het waar is, is het dan een rechtvaardiging om de huidige mannelijke politieke cultuur aan te pakken?

De geslachtskaart (‘gender, gender!’) trekken is geen teken van fatsoenlijk denkwerk maar van ideologische verbittering. Anders was Barth wel consequent geweest. Tijdens de Tweede Kamerverkiezingen van 2010 stemde 26% van de mannen niet, tegen 24% van de vrouwen. Bij de TK-verkiezingen van 2012 stemde wederom 26% van de mannen niet, tegen 25% van de vrouwen. Hebben we mevrouw Barth toen horen lamenteren over dat mannen structureel minder vaak stemmen dan vrouwen? Nee. Is ook niet erg, zouden wij ook niet gedaan hebben, maar waarom denkt mevrouw Barth dan op basis van een enkele verkiezingsuitslag een duidelijke omslag in het sentiment onder vrouwen te kunnen vaststellen? Voorheen was er nauwelijks verschil tussen het percentage mannen en het percentage vrouwen dat niet stemde, maar nu claimt Barth op basis van één cijfer dat de vermeende mannencultuur dood moet. Vast-geen-toeval-feitje: de PvdA heeft traditiegetrouw een net iets grotere aanhang onder vrouwelijke stemmers.

Macho’s?

Macho’s hebben een surfplank, een driedagenbaardje, lang haar, een hemd dat niet dichtgaat tot onder de borst en doen aan eye-raping. Die zitten niet in de Tweede Kamer. Punt. Mannen in hobbezak en/of semi-aardig pak van Oger zijn geen macho’s. Ze zijn competitief, ja, zeker. Maar dat is niet hetzelfde als de ‘macho-uitstraling’ waarover Barth het heeft. Misschien moet ze uit haar testosteronluwe cocon komen, want straks denkt ze nog dat gecastreerde katten macho zijn.

Over de persoonscultuur heeft ze wel gelijk. Waar macht ongelijk verdeeld is over machthebbers is er een aantal dat erboven uitsteekt. Vrij basaal feit. Macht creëert aantrekkingskracht, is niemand ongevoelig voor. Als iemand macht aankleeft, wordt zo iemand belangrijker (gemaakt). Dat resulteert in een persoonscultuur. Maar ik heb liever een persoonscultuur van het individu dan een verering van het gezichtsloze collectief. En wat is er slecht aan dat lijsttrekkers en ministers herkenbaar zijn?

Zuur

Het is toepasselijk dat om de opmerking over het ‘ver plassen’ de geur van ochtendurine hangt. Want wat een zuur commentaar. Het is een beproefde methode van vrouwen à la Barth; mannen subtiel maar doelbewust reduceren tot jongetjes. Vrouwen die competitieve mannen afserveren als ver plassende jongetjes, zijn net zulke horken als mannen die eigengereide vrouwen verwijten ongesteld te zijn. Het is geen argument, het is geen observatie, het is een vies frame.

De simpele waarheid is deze: de PvdA is tijden de Provinciale Statenverkiezingen van dit jaar ongenadig in elkaar gebeukt. Een man als Diederik Samsom zegt dan: we hebben het voor onszelf verpest. Samsom is een waardig opponent en een goed verliezer. Maar een vrouw als Barth zoekt de schuld bij haar erfvijand, de man en zijn cultuur.

Barth wil graag het genuanceerde verhaal vertellen, beweert ze. Dat kan nu niet, door de mannenpolitiek. Natuurlijk, want mannen zijn gek op oppervlakkig debat en vrouwen bereik je met diepgang. Nee, dàt is nuance. Misschien dat ze zelf beter het goede voorbeeld kan geven, want dit vertoog is even genuanceerd als een man zonder aanleiding in zijn ballen trappen. Had-ie maar niet zo macho moeten zijn.