Exclusief voor Jalta, de maidenspeech over ‘beroepsgekwetsten’ van het kersverse Kamerlid van de VVD Dilan Yesilgoz-Zegerius, woordvoerder Ontwikkelingssamenwerking, Media en Emancipatie.

 

Voorzitter,

 

Vandaag mag ik u voor het eerst als lid van deze Kamer vanaf deze plek toespreken. Een grote eer. Extra bijzonder dat mijn maidenspeech mag gaan over ons grondbeginsel dat iedereen voor de wet gelijk is. Het is zo belangrijk dat het niet voor niets in Artikel 1 van onze Grondwet is opgenomen.

 

Voorzitter, ik ben ruim 30 jaar geleden samen met mijn ouders naar dit land gekomen als politiek vluchteling. Mijn ouders streden voor gelijke rechten van homo’s, van religieuze minderheden, van seculieren en vele anderen. Op een gegeven werd de situatie voor hen te gevaarlijk. Zij moesten ervoor kiezen om alles achter te laten en elders een nieuw leven op te bouwen.

 

Voorzitter, met die achtergrond weet ik dat vrijheid niet vanzelfsprekend is. Ook in ons land staan onze vrijheden, normen en waarden onder grote druk. Er zijn mensen die menen vrij te kunnen shoppen in onze vrijheden. Mensen die vrijheden voor zichzelf opeisen, maar de vrijheid van een ander met geweld, intimidatie, uitsluiting of op andere wijze bruut beperken.

Iedere vorm van geweld is even erg, maar als daar bovenop onze vrijheden fors worden aangetast, moeten we extra waakzaam zijn.

Tegen deze mensen kunnen we niet duidelijk genoeg zijn, zo doen wij niet in ons land en dit tolereren wij niet.

 

Want voor de VVD, voorzitter, én voor de wet, zijn alle mensen gelijk. Dat principe is zó fundamenteel voor onze samenleving, daar moeten we niet alleen naar leven, we moeten het koesteren, uitdragen en, daar waar nodig, verdedigen.

 

En voorzitter, dat is helaas steeds vaker nodig.

 

Ik zou hier dolgraag willen zeggen dat twee mannen in dit land rustig hand in hand over straat kunnen. Maar ik weet dat mijn homovrienden dat allang niet meer doen, omdat ze bang zijn te provoceren. En met pijn in het hart begrijp ik hun angst, zeker na de gebeurtenissen van afgelopen weekend in Arnhem en Amsterdam. Dat is de werkelijkheid van nu. Afschuwelijk.

 

En voorzitter, het probleem is breder. Joodse basisscholen worden structureel beveiligd door de marechaussee.

Ouders die de bat mitswa van hun dochter organiseren, zijn eerder de beveiliging aan het regelen, dan de feestelijkheden zelf.

Puur en alleen vanwege hun geloof. Ook dat is de werkelijkheid van nu.

 

Soms is niet direct de veiligheid van mensen in het geding, maar wordt wel degelijk hun vrijheid ingeperkt. Denk aan Mohammed die maar geen stageplek of baan kan vinden, terwijl het Johan, met dezelfde opleiding, veel minder moeite kost. Ook dat is nog steeds de werkelijkheid van nu.

 

Voorzitter, als je voor vrijheid en gelijkheid staat, moet je je per definitie verzetten tegen elke vorm van discriminatie. Wat de VVD betreft wordt hier dan ook keihard tegen opgetreden. Er is geen ruimte voor nuancering of selectieve verontwaardiging.

 

Waar grenzen worden overschreden, mag je van de overheid verwachten dat onze vrijheden en rechten worden beschermd.

En dat gebeurt.

Zoals minister Blok eerder deze week aangaf, maken politie en justitie al lange tijd werk van een stevige aanpak van discriminatie. Bij voldoende bewijs wordt standaard vervolgd.

Als er sprake is van discriminatie wordt door het Openbaar Ministerie een dubbele strafmaat geëist. De VVD heeft, net als de minister, groot vertrouwen in de inzet van onze politie en justitie.

 

Maar voorzitter, ik hoop wel dat wij allen in staat zullen zijn om de gevallen waar evident sprake is van discriminatie, te onderscheiden van de groep die ik zo langzamerhand de beroepsgekwetsten zou willen noemen. Mensen die bij het minste of geringste de discriminatie kaart trekken en daarbij onze agenten, artsen, rechters, onderwijzers continu wegzetten als racisten.  Die slachtofferschap cultiveren, aangemoedigd door partijen en belangenbehartigers die hier een succesvol businessmodel van hebben gemaakt. Want voorzitter, dat is de andere kant. Die kan en wil ik hier niet onbenoemd laten.

 

Voorzitter, ik rond af. Wat we ook doen, we zullen er helaas nooit in slagen om onwetendheid en discriminatie volledig uit te roeien. Er zullen mensen blijven die anderen beoordelen op en veroordelen om hun geaardheid, geloof of afkomst. Hoeveel wetten wij hier ook maken.

 

Met die wetenschap heeft ieder mens een keuze. Haak ik af, of zet ik door. Wentel ik mij in slachtofferschap en laat ik mij reduceren tot mijn afkomst of doe ik vol mee. Ik kies voor het laatste, voorzitter, net als mijn ouders ruim dertig jaar geleden deden. Dat heeft mij geïnspireerd om mijn schouders eronder te zetten, met als resultaat dat ik hier nu mag staan. En ik sta naast elke Nederlander die dezelfde keuze maakt. Dank u wel.