Ook politieke tegenstanders moeten toegeven dat PVV-leider Geert Wilders beschikt over grote retorische vaardigheden. Daarnaast is hij slim in het verzinnen van termen die goed in het gehoor liggen waardoor ze breed weerklank vinden in de maatschappij. Voor een populist zijn dat belangrijke eigenschappen.

Maar de laatste tijd lijkt de uitwerking van deze retoriek tanende. Wilders begint meer dan vroeger in herhaling te vallen tijdens zijn plenaire speeches in de Kamer. Tijdens het debat over de regeringsverklaring bereikte dat opnieuw een sneu dieptepunt toen Wilders het amper over het nieuwe kabinet had, maar weer zijn stokpaardjes over islam en de Europese Unie van stal haalde. Een nieuw kabinet vraagt om een nieuw soort oppositie, maar Wilders verandert niet.

Natuurlijk is er een vaste fanbase die Wilders altijd door dik en dun zal blijven steunen, maar uiteindelijk willen verreweg de meeste kiezers resultaten zien. We zien dan ook niet voor niets in de peilingen dat veel PVV-kiezers overwegen om de volgende keer op het minstens zo rechtse, maar wel vernieuwende, Forum voor Democratie te gaan stemmen. Juist daarom zou een verandering van tactiek verstandig zijn geweest voor Wilders en de PVV.

Maar het ging vanmorgen als vanouds: Wilders stak een tirade af met uitgekauwde clichés die bovendien uiteindelijk meer dan anderhalf uur duurde doordat Kamerleden als Pechtold, Klaver en Kuzu om de haverklap interrumpeerden om punten te scoren voor hun achterban. Zo kon het gebeuren dat het debat al bijna twee uur aan de gang was, maar het nog amper over het nieuwe kabinet en haar beleid was gegaan. De andere Kamerleden hadden Wilders beter kunnen laten uitrazen in plaats van zijn clichés te beantwoorden met andere clichés. Niet alleen bij Wilders zelf lijkt het effect uitgewerkt; ook zijn politieke tegenstanders kunnen weinig nieuws meer tegen hem inbrengen. De redevoeringen van Wilders zijn voorspelbaar maar wel tijdrovend. En niemand, Wilders incluis, heeft er nog iets aan.

 

Afbeelding: Wikimedia Commons