Sinds het afscheid van Wim Kok versleet de PvdA meer leiders dan de gemiddelde voetbalclub trainers. Drie werden er al afgeserveerd en de vierde, Diederik Samsom, lijkt inmiddels ook klaar voor zijn politiek pre-pensioen. Maar onder nummer vijf, Lodewijk Asscher, gaat het weer helemaal goedkomen met de dolende partij!

Door Joshua Livestro

Elf zetels. Dat is wat er inmiddels in de peilingen nog rest van de ooit zo trotse Partij van de Arbeid. De partijleider, Diederik Samsom, is met voorsprong de minst populaire partijleider in Den Haag – zelfs zijn eigen kiezers zijn hem liever kwijt dan rijk. Een kwart van de kiezers die in 2012 nog het PvdA-vakje rood kleurden geeft inmiddels aan dat de partij beter kan worden opgeheven. Reden lijkt vooral het uitverkopen van de eigen principes: meer dan de helft van voornoemde kiezers is het eens met de stelling dat de PvdA verraad pleegt aan haar eigen uitgangspunten (cijfers afkomstig uit meest recente peiling van Maurice de Hond).

Meer dan de helft van voornoemde kiezers is het eens met de stelling dat de PvdA verraad pleegt aan haar eigen uitgangspunten

De partij lijkt klaar voor de schroothoop. Toch klinkt in de analyses opmerkelijk genoeg nog steeds een restje optimisme door. Dat is dan vooral gebaseerd op het optreden van de nieuwe (de facto) partijleider, minister van Sociale Zaken Lodewijk Asscher. Waar de arme Samsom vorige week de klappen mocht opvangen voor het zoveelste schot-in-eigen-voet rapport (‘Politiek van waarde’), werd Asscher uitbundig geprezen voor zijn rol in wat feitelijk een rampzalig incident was (een scheuring in de Tweede Kamerfractie is immers niet iets om te vieren).

Nu viel het inderdaad zonder meer te prijzen dat de PvdA eindelijk een begin lijkt te maken met een duidelijke stellingname vóór integratie en tegen de invloed van diezelfde integratie blokkerende buitenlandse organisaties. Maar de dag prijzen voordat de avond valt, is zelden een goed idee. Al helemaal niet bij een partij die het patent lijkt te hebben op het kiezen van de verkeerde afslag in het integratiedebat. Dat de gekozen koers tot problemen zou kunnen leiden, wisten sociaaldemocraten al sinds de publicatie van Paul Scheffers nog altijd lezenswaardige essay over het multiculturele drama in 2000. Toch koos de PvdA in de jaren daarna keer op keer voor het kopje thee in plaats van de confrontatie. De problematische gevolgen van massaimmigratie werden toegedekt en afgekocht in plaats van benoemd en aangepakt.

De PvdA lijkt het patent te hebben op het kiezen van de verkeerde afslag in het integratiedebat

Ook Asscher zelf kneep op dit punt soms beide ogen dicht. In zijn periode als wethouder in Amsterdam faciliteerde de gemeente subsidiemisbruik door moskeeën van dezelfde organisaties (MilliGürüs, Dinayet) die nu voor zoveel problemen zorgen. Op zich valt niet uit te sluiten dat politieke noodzaak hem een soort bekeringsproces heeft ingeduwd waarin hij van lieverlee tot een voorstander van een seculier-progressieve interpretatie van het sociaaldemocratische gedachtengoed is geworden. Maar waarschijnlijk is het niet. Een andere politieke berekening leert namelijk dat de PvdA een partij zonder duidelijk eigen electoraat is geworden – op de Turkse en Marokkaanse immigrantengemeenschappen na. Als Asscher zijn knopen telt, zal hij ongetwijfeld concluderen dat één kernelectoraat – hoe problematisch ook – beter is dan géén kernelectoraat. De kans dat de partij zich onder zijn leiding zou bevrijden uit de huidige dodelijke spagaat (één been in de beginselen, het andere meeschuivend met een steeds verder van westerse opvattingen afstaande islamitische geloofsgemeenschap) lijkt dan ook gering.

Asscher

Asscher

Toch gloort in de dromen van hardnekkige sociaaldemocraten opnieuw het morgenrood als ze over de aanstaande machtswisseling denken. Het heeft alles te maken met het wezen van de sociaaldemocratie: een geseculariseerde versie van de christelijke heilsverwachting. Ja, het leven is kommer en kwel, de PvdA maakt vrijwel nooit waar wat ze belooft en de huidige leider is een teleurstelling. Maar wacht maar, onder de nieuwe leider zal alles beter zijn! Het is de eeuwige wederkeer van de sociaaldemocratische hoop, een proces dat we met een term afkomstig van de Amerikaanse commentator David Horowitz ‘het recycleren van politieke onschuld’ kunnen noemen. Elke nieuwe leider van de PvdA profiteert van deze suggestie dat zijn aantreden een soort ‘Jaar Nul’ vormt: een nieuw begin, met nieuwe kansen. Dat hij ook dezelfde oude problemen overneemt die de laatste leider deden struikelen, vergeet men daarbij gemakshalve.

Kan de PvdA zich onder Asscher opnieuw oprichten? Niets is onmogelijk. Bovenstaand proces zal ongetwijfeld leiden tot een aanvankelijke golf van sympathie, eerst onder journalisten, daarna onder zwevende linkse kiezers. Maar als dezelfde problemen weer de kop opsteken, zal het met die sympathie snel gedaan zijn. Tenzij… Er is één scenario denkbaar waarin de PvdA zich weer op kan richten: als Asscher daadwerkelijk bereid is zijn nieuwe kernelectoraat van islamitische immigranten op te geven voor een kans – en niet meer dan dat – om het oude kernelectoraat van lager opgeleide blanke kiezers die nu naar SP en PVV zijn uitgeweken terug te winnen. “Onze mensen” noemde Wouter Bos ze ooit terecht (overigens zonder zijn beleid daarop af te stemmen). Maar “onze mensen” stemmen al bijna een generatie geen PvdA meer. Vallen die nog terug te winnen met een charmeoffensief, een offensief dat tegelijkertijd wel de banden doorsnijdt met het enige kernelectoraat dat de partij nog heeft? Dat is de gok die Asscher zal moeten durven nemen. Doet hij het niet, dan lijkt zijn partij ten dode opgeschreven. Aan elk recyclingproces komt namelijk een keer een eind, zelfs dat van de PvdA.