Politicoloog in spe Rik de Jong over de heilloze samenwerkingspogingen van hen die streven naar de heilsstaat.

 

Tragiek

Er bestaan in het leven maar weinig zekerheden, maar één ervan is dat Nederlandse linkse partijen om de zoveel jaar een poging wagen om een sterker collectief te gaan vormen. Sinds het kabinet Den Uyl in de jaren ’70 is het er echter nooit meer van gekomen. Toch opperde kandidaat-lijsttrekker van de PvdA, Diederik Samsom, eerder deze week dat zijn fractie na de verkiezingen van maart 2017 best kon fuseren met de fractie van Groenlinks. Een wanhopig aandoende en bovendien volslagen ongeloofwaardige uitspraak.

Het mag dan ook geen verrassing heten dat GroenLinks-leider Jesse Klaver deze constructie in het programma Nieuwsuur vrij resoluut van de hand wees. Ook Klaver is groot pleitbezorger van links/progressieve samenwerking, maar wat een fractiefusie betreft liep Samsom een gênant blauwtje bij zijn groene collega. Die laatste kun je daar geen ongelijk in geven; zijn partij doet het momenteel in de peilingen een stuk beter de regeringsvermoeide PvdA. Waarom zou hij zijn hart en zetels daaraan verkopen?

Het is de tragiek van links in Nederland ten voeten uit. Er is onderlinge bereidheid tot diepere en bredere samenwerking, maar wanneer het puntje bij paaltje komt ketst de boel keer op keer af. Maar naast een idealistisch wereldbeeld hebben linkse politici in Nederland die voor deze samenwerking pleiten ook weinig realiteitszin. Dat een linkse coalitie mathematisch mogelijk zou zijn na verkiezingen is behoorlijk onwaarschijnlijk. Nederland is simpelweg geen links land.

En ook daar maakt met name de linkervleugel van de PvdA een herhaalde denkfout. ‘’Links’’ verliest weer eens een verkiezing van ‘’rechts’’, waarna men op links concludeert dat het nog linkser moet om het tij te keren. Maar zo werkt het natuurlijk niet. Integendeel.

 

Doodongelukkig

Ook heeft een progressieve middenpartij als D66 niets te winnen bij een coalitie met verder alleen maar linkse partijen. Ze zouden een aantal van hun lang gekoesterde idealen weliswaar kunnen verwezenlijken, maar D66 is veel meer gebaat bij een coalitie waarin zowel een rechtse als een linkse partij vertegenwoordigd is. Het beleid zal dan als van nature de kant van D66 opvallen. Iets wat we overigens ook bij het huidige VVD/PvdA-kabinet zien, waar D66 niet eens aan deelneemt. D66 wil zich nog altijd presenteren als het redelijke alternatief voor links én voor rechts. In het verleden heeft D66 zoals bekend wel meegedaan met een dergelijk project. Keerpunt ’72 leidde tot het eerder vermelde kabinet Den Uyl. D66 werd daarin zoals men had kunnen verwachten doodongelukkig. Met name minister Gruijters kon maar niet aarden tussen de rode rakkers. Zo’n traumatisch avontuur zal D66 absoluut niet nog eens willen aangaan. Een rode coalitie zou het profiel van de partij voor lange tijd beschadigen.

Met D66 was het vormen van een links/progressieve coalitie al een hels karwei, maar met enkel linkse partijen loopt de weg nog zekerder dood. De PvdA, GroenLinks en de SP vissen met name uit dezelfde vijver. Een zetel erbij voor de één betekent doorgaans een zetel eraf voor de ander. De concurrentie met rechtse en middenpartijen als de VVD, de PVV en het CDA kan moeilijk worden aangegaan. Links heeft een plafond dat onder de 76 zetels ligt. In tegenstelling tot rechts; zeker wanneer D66 daar meedoet. Voor zover de linkse en rechtse scheidslijnen in Nederland nog op de klassieke manier lopen, heeft rechts nog de mathematische mogelijkheid om meerderheden te vormen. Voor links is die droom verder weg dan ooit.

 

Toneelspel

Is het verwezenlijken van linkse plannen en ideeën dan een onmogelijkheid geworden? Dat dan weer niet. Maar linkse partijen zullen daarvoor moeten samenwerken met het midden en met rechts. Er is geen ontkomen aan het doen van concessies. In de voorbije jaren is dit met het tweede kabinet Rutte als ultiem voorbeeld, met verve gebeurd. Iets wat men bij de SP niet wil begrijpen en wat men bij Groenlinks nog moet gaan ondervinden.

We kunnen ons de komende maanden dus opmaken voor een toneelspel van linkse partijen die zichzelf welwillend en tegelijkertijd afwachtend zullen opstellen ten opzichte van nauwere samenwerking. Maar wie de Nederlandse politiek langer kent dan vandaag weet nu al waar het op uitdraait; een centrumkabinet en veel bittere linkse tranen. Nederland kan rustig blijven ademhalen.