Jalta heet een rechtse opiniesite te zijn. Het is in ieder geval hoe we door vriend en vijand worden gezien. Is op zich niet erg, want wie niet ergens voor staat, staat nergens voor. Toch is er iets opmerkelijks aan die kwalificatie. Voor een rechtse site schrijven er namelijk opvallend veel linkse auteurs voor. Een geval van ideologische spraakverwarring, of is er meer aan de hand?

Eddy Terstall, Carel Brendel, Jonathan van het Reve, Bart Schut, Corine Vloet. Zomaar wat namen van prominente auteurs die de afgelopen maand op Jalta hebben gepubliceerd. Het zijn allemaal auteurs die zichzelf zouden omschrijven als links, of progressief, of progressief-liberaal, of in ieder geval niet-rechts. Toch vielen hun bijdragen op het doorgaans als rechts omschreven platform dat deze site is bepaald niet uit de toon. Ze zetten zonder uitzondering tot nadenken aan, ze dwingen de lezer soms ook om de eigen uitgangspunten te bevragen. Maar haaks staan op de brede hoofdstroom van deze site? Nee. Sterker nog: ze vormen er integraal onderdeel van, zijn er vaak zelfs beeldbepaldend voor. En toch heet Jalta een rechtse opiniesite te zijn. Hoe kan dat?

We kunnen ons er snel vanaf maken met de vaststelling dat dit soort labels uiteindelijk maar constructen zijn, verschrikkelijke versimpelingen die noch aan de opvattingen van individuele auteurs, noch aan de complexiteit van de problemen die zij bespreken recht doen. En dat is natuurlijk ook gewoon waar. Maar tegelijkertijd moeten we vaststellen dat in het publieke discours al honderden jaren met dit soort versimpelingen wordt gewerkt zonder dat het de kwaliteit van het debat wezenlijk heeft geschaad. Het zijn bovendien ook hardnekkige begrippen. Zelfs in de huidige tijden van ontideologisering en ontzuiling, blijken kiezers vast te houden aan links-rechts indelingen om zichzelf en de politieke partijen waarop zij hun stem kunnen uitbrengen, te duiden. Zo gek is het dus niet dat een nieuwkomer als Jalta onmiddellijk langs de links-rechts meetlat wordt gelegd om te zien tot welke politieke stam we behoren.

Het gebruik van de links-rechts schaal valt dus op zich relatief eenvoudig te rechtvaardigen. Maar hoe zit het dan met het op basis van die schaal uitgesproken oordeel (‘rechts’) als er zoveel bepaald niet rechtse auteurs voor publiceren? Het heeft vermoedelijk te maken met een ontwikkeling binnen de links-rechts schaal zelf. Of liever gezegd: links-rechts schalen. Dat er meer dan een schaal bestaat waarop kiezers zichzelf plaatsen, is op zich niet nieuw. In de Verzuilingsjaren konden kiezers redelijk nauwkeurig aan partij X of Y worden gekoppeld op basis van hun plaatsing op twee elkaar kruisende schalen: een sociaaleconomische en een cultureel-religieuze. Beide assen leken na de ontzuiling en de val van de Muur aan betekenis te verliezen. De sociaaleconomische as won eind jaren negentig opnieuw aan relevantie door het toenemende verzet tegen de globalisering. Partijen die hierop inspeelden (de SP, maar ook de VVD onder Mark Rutte) wisten veel kiezers aan zich te binden. De andere as kreeg een nieuwe betekenis door de gebeurtenissen van 11 september 2001. Het relevante onderscheid was niet langer wel of niet gelovig, maar wel of geen nieuwkomer. En vooral ook: wel of niet kritisch over de met elkaar verweven fenomenen massaimmigratie en islam.

Een tijd lang is het jezelf plaatsen op deze as een kwestie van beschaving geweest. Of liever gezegd: jezelf niet plaatsen. Hier waarde immers de geest van Pim Fortuyn rond. Hier waren de stokebrandfiguren Bolkestein en Hirsi Ali actief of nog erger: Hans Janmaat en Geert Wilders. Een beetje beschaafd persoon wilde hier niet gezien worden, laat staan ermee geassocieerd. En progressief is zoals bekend synoniem met beschaving. Maar op dit punt is er al enige jaren een verschuiving aan de gang. Progressieve auteurs van naam zijn niet langer bang om openlijk kritiek te leveren op mainstream progressieve uitgangspunten inzake immigratie, integratie en islam. Van die drie lijkt vooral de islam een splijtzwamfunctie te hebben binnen de intellectuele progressieve gemeenschap. Dat wil niet zeggen dat islamkritische auteurs nu opeens VVD of PVV-stemmers zijn geworden, laat staan dat ze Janmaat willen rehabiliteren (al draait Meindert Fennema zelfs daar zijn hand niet voor om). Het gaat hen namelijk vooral om hun eigen partijen, de PvdA voorop (NB: er zijn er die voor andere partijen opkomen, of voor geen enkele, maar de meest voorkomende partijaffiliatie is duidelijk de PvdA). Met hun uitspraken en hun artikelen willen ze hun partij dwingen tot een duidelijker stellingname op deze voor hen meest wezenlijke schaal. Of in ieder geval: de partij wegsturen van de in hun ogen nefaste positionering in het kamp van de apologeten van salafisme en internationaal jihadisme. Omdat de opvattingen zoals die worden uitgedragen door deze fundamentalistische stromingen haaks staan op alle fatsoenlijk progressieve waarden: secularisme, een consequente scheiding van kerk en staat en de gelijke waardigheid van man en vrouw, homo en hetero.

Is het opvallend dat veel van hen Jalta als platform gebruiken om die boodschap uit te dragen? Misschien niet. Op deze as hebben genoemde auteurs immers meer gemeen met Frits Bolkestein of Annabel Nanninga dan met de hoofdstroom van hun eigen partij. Hier kunnen ze bovendien hun zegje doen zonder dat het ze op boze reacties van mede-auteurs of redactieleden komt te staan. Het zijn ook niet noodzakelijk voortekenen van een brede politieke hergroepering. Zodra ze zichzelf plaatsen op de sociaal-economische as zijn de verschillen meteen evident. Maar zoals een van hen onlangs opmerkte in een gesprek: “Het is natuurlijk allemaal heel belangrijk, pensioenen en belastingen en milieu. Ik kan er alleen niet boos om worden zolang er een veel groter probleem bestaat in de vorm van de radicale islam.” Of om een bekende vergelijking te gebruiken: als je woning in brand staat, ga je geen ruzie maken over de verdeling van de inboedel.

Ooit, als de veenbrand die internationaal jihadisme heet is geblust, gaan we elkaar weer beschaafd naar het leven staan over belastingdruk en klimaatverandering. Maar momenteel staan we zij aan zij, met de poten in het bluswater. Links en rechts maakt daarbij even wat minder uit. Als dat wat verwarrend is voor mensen die graag linkse schapen van rechtse bokken willen scheiden, dan is dat vervelend. Maar het moet maar even zo. En je weet maar nooit, misschien leren we zelfs wel wat van de omgang met elkaar.