Van alle gevaarlijke politieke mythes die momenteel in omloop zijn, is die van de contraproductiviteit van de globalisering wel de meest gevaarlijke. Zowel op links als op rechts wordt steeds luidruchtiger gepleit voor het slachten van de kip die al bijna zeventig jaar lang gouden eieren legt voor iedereen. Daarom vanaf vandaag een serie bijdragen waarin duidelijk en onderbouwd stelling wordt genomen tegen protectionisme en voor vrijhandel en internationale verbondenheid. Vandaag deel 1: de welvaartsexplosie.

Een van de zaken waarvoor je populisten van links en rechts tegenwoordig kunt wakker maken, is kritiek op globalisering. Uit het dikke hout van politieke en economische vooroordelen zaagt men protectionistische planken die ons land zouden moeten beschermen tegen de grote boze buitenwereld. In dit artikel gaat het er vooralsnog niet om te laten zien dat dit ‘beschermen’ ons eerder zal schaden. Doel is vooral uit te leggen dat de uitgangspunten van de protectionisten gewoon niet kloppen: globalisering is geen probleem maar een zegen.

Grote sprong voorwaarts

Daarmee doel ik niet eens zozeer op de enorme welvaartssprong die in de minst ontwikkelde delen van de wereld is gemaakt, al is die inderdaad enorm. Drie kernfeiten onderstrepen dat: 1. het aantal allerarmsten is in dertig jaar tijd met meer dan een miljard mensen afgenomen; 2. de levensverwachting voor mensen geboren in landen die we vijftig jaar geleden nog ‘ontwikkelingslanden’ noemden is nadrukkelijk gestegen; en 3. in voormalige ontwikkelingslanden als China en India is een middenklasse ontstaan van vele honderden miljoenen mensen.

 

World-Poverty-Since-1820China en India zijn ongetwijfeld de meest spectaculaire voorbeelden van een snelle daling van het aantal in absolute armoede levende mensen, maar het zijn bepaald niet de enige landen waarvoor dit geldt. Van zuid-oost Azie tot sub-Sahara Afrika, overal daalt de absolute armoede exponentieel. Als vuistregel kunnen we hanteren dat zodra een ontwikkelingsland zich openstelt voor vrijhandel en buitenlandse investeringen het aan een ontwikkelingsrace begint die het aantal allerarmsten elke tien jaar met tien procent zal doen afnemen. De huidige ontwikkelingsgolf is daarmee met voorsprong de meest indrukwekkende in de menselijke geschiedenis. Zelfs de Industriele Revolutie had niet het effect dat de wereldwijde vrijhandel van de afgelopen decennia heeft gehad.

levensverwachting historischHetzelfde geldt voor de levensverwachting. De grafiek rechts lijkt een grap maar is het niet. Duizenden jaren lang was de gemiddelde levensverwachting van wereldbewoners van eeuw tot eeuw constant even laag. In de afgelopen tweehonderd jaar is daar radicaal verandering in gekomen. Eerst nam de gemiddelde levensverwachting voor westerse wereldburgers toe, sinds de jaren zestig van de vorige eeuw is ook de levensverwachting in voormalige ontwikkelingslanden spectaculair gestegen. De redenen zijn eenvoudig: de voornaamste doodsoorzaken van vroeger – kinderziekten en epidemieen, honger en geweld – eisen alledrie veel minder slachtoffers dan voorheen.

ourworldindata_child-mortality-since-1960Vooral op het gebied van het terugdringen van kindersterfte is de afgelopen halve eeuw enorme vooruitgang geboekt. In de eerste helft van de twintigste eeuw hadden zelfs in ons land kinderen onder de vijf nog een sterftekans van een op twintig ofwel vijf procent. In de armste delen van de wereld lag diezelfde sterftekans in 1960 nog op bijna 25 procent. De combinatie van wereldwijde inentingsprogramma’s en stijgende levensstandaarden heeft vermijdbare kindersterfte sindsdien radicaal doen dalen – van (een nog altijd veel te hoge) 10 procent in sub-Sahara Afrika tot twee procent in Latijns Amerika.

Middenklasse wereldwijd historischHet grote wereldwijde succesverhaal is overigens niet alleen een kwestie van dalende armoede en afnemende kindersterfte. Het is ook wel degelijk een kwestie van sterk stijgende levensstandaarden overal ter wereld – dus ook in voormalige ontwikkelingslanden. De grafiek rechts laat zien dat de middenklasse sinds het begin van de grote wereldwijde ontwikkelingssprong die in het midden van de vorige eeuw werd ingezet zowel relatief als absoluut enorm is gegroeid. Terwijl in 1960 nog minder dan 20 procent een leven van relatieve materiele welstand leefde, zal dat in 2025 voor bijna de helft van alle wereldburgers gelden.

En wij dan?

Ik heb bewust sterk sprekende grafieken gebruikt omdat het belangrijk is dat we de enorme welvaartswinst in de armste delen van de wereld voor ogen hebben als we een eerlijke discussie willen voeren over nut en nadeel van wereldwijde vrijhandel en internationale verbondenheid. In een fatsoenlijk debat zullen we immers moeten laten meewegen dat er dankzij vrijhandel elders in de wereld minder mensen in abjecte armoede leven en er minder kinderen sterven. Maar ik accepteer dat het niet de enige factor kan zijn. De basis voor alle vrijhandel is immers quid pro quo – iedereen moet er beter van worden, inclusief wij in het Westen.

Ook op dat punt levert internationale vrijhandel ruimschoots. Ik wil u niet vermoeien met nog meer sprekende grafieken, dus ik vat het even in een handzaam tabelletje samen. Dat overzichtje maakt duidelijk dat de voordelen van zeventig jaar vrijhandel en wereldwijde uitwisseling van kennis ook voor ons enorm zijn geweest:

Stijging levensverwachting (1950-2012):  +12,6% voor mannen, +14,1% voor vrouwen (grofweg van 70 naar 80)

Toename fietsenbezit (1965-2015): van 500 fietsen per 1000 inwoners naar 1500 per 1000 inwoners

Toename bezit wasmachines (1957-2014): van 30% van alle huishoudens naar 95% van alle huishoudens

Groei wagenpark (1960-2015): van 1 per 20 inwoners naar 1 per 2 inwoners (van 500,000 naar 8 miljoen)

Aantal langere vakanties (1969-2014): van 0,7 per inwoner naar 1,5 per inwoner (buitenlandse vakanties: 0,3->0,9)

Bij bovenstaand overzichtje valt ongetwijfeld meteen op dat ik niet gebruik heb kunnen maken van wereldwijd gehanteerde begrippen van armoede en middenklasse. De definities van deze begrippen zijn in ons land dankzij de voortdurend sterk stijgende levensstandaarden zodanig gewijzigd dat het hanteren van oude standaarden betekenisloos zou zijn. Om de absolute welvaartsstijging duidelijk te maken, heb ik de categorisering van economische ontwikkeling van de Zweedse demograaf Hans Rosling aangehouden. Rosling schetst in presentaties als deze hoe de wereldbevolking steeds mobieler en tijdrijker wordt, en daardoor uiteindelijk ook welvarender. In ons land valt het bezit en gebruik van al deze hulpmiddelen inmiddels samen. Als bevolking hebben we daardoor het hoogste stadium van economische ontwikkeling ruimschoots bereikt — zelfs de minst bedeelden onder ons.

Ja maar…

Gezien de evident en enorme voordelen die vrijhandel met zich meebrengt, zowel voor ons als voor minder welvarende wereldburgers elders, is het mysterieus dat het Westen in een protectionistisch kramp is geschoten. Of misschien ook wel niet. Want zoals we in het volgende deel van deze serie zullen zien, hebben demografische en politieke factoren ervoor gezorgd dat uitgerekend in het meest welvarende deel van de wereld de voedingsbodem voor protectionisme het rijkst is. In het verdere debat doen we er goed aan de in deze eerste bijdrage vermelde feiten voortdurend in gedachten te houden. Vrijhandel is namelijk wel degelijk van fundamenteel belang voor menselijke ontwikkeling — noord, oost, zuid en west. Internationale vrijhandel dient dus de hoeksteen van ons denken over economische en internationale aangelegenheden te blijven vormen. Over het gebouw dat vervolgens daarop wordt opgetrokken, volgende keer meer.