Vijf progressieve auteurs over de vraag: waarom links? Wat is het dat links onmisbaar maakt voor de maatschappij van vandaag – en die van morgen.

Francisco van Jole:

De noodzaak van links in 250 woorden wordt het gemakkelijkst zichtbaar door te kijken naar hoe de maatschappij er uit zag voordat links werd uitgevonden en dan zie je een samenleving waarin vrijheid een privilege is in plaats van een recht, waarin er grote ongelijkheid heerst die de samenleving verscheurt, mensen verhindert zich te ontwikkelen, hun leven naar eigen inzicht in te richten en waarin broederschap, oftewel solidariteit, ontbreekt waardoor pech en geluk de bepalende factoren in het leven worden in plaats van bestaanszekerheid, vertrouwen in de toekomst en voor wat betreft de toekomst is links belangrijk omdat ze de samenleving en planeet als één geheel beschouwt en werkt aan maatregelen op het gebied van bijvoorbeeld milieu, bevolkingsgroei en spreiding van welvaart die niet alleen de leefbaarheid vergroten maar ook conflicten verminderen, waarbij opgemerkt moet worden dat het voorkomen van oorlog en ander wapengeweld een belangrijke factor is voor de noodzaak van links, al is links ook nationaal noodzakelijk omdat we van nature een land zijn van samenwerking en het delen van lusten en lasten, anders zou een groot deel van het land immers al lang door de zee zijn verzwolgen en zoals we door samenwerking in staat zijn geweest om van een moeras een van de welvarendste naties ter wereld te maken, zo zullen we met linkse maatregelen als de bestrijding van belastingontwijkers en het tegengaan van toenemende ongelijkheid het land nog platter en prettiger maken dan het al is. Bovendien is links ook erg goed in korte zinnetjes.

Eddy Terstall:

Wat het nut is van links? Ligt er aan welk links. Je hebt gewoon democratisch links en je hebt totalitair links. De enige taak van die laatste club is het land naar de gallemiezen helpen. Populistisch links zijn de al even domme spiegelbeeldjes van populistisch rechts.

Populistisch links is een karikatuur van links waarbij alle progressieve seculiere waarden als  vrouwenrechten, homorechten en het vrije woord overboord zijn gekieperd en waarbij een nobele missie om zwakkeren te helpen is verworden tot een perverse slachtoffercultus. Een betuttelcultuur waar niemand anders iets aan heeft dan de betuttelaars in kwestie zelf.

Maar goed. Het huidige rechts is voor een groot deel ook een persiflage op waarachtig conservatisme. Kapitalisme is met haar roofbanken en luchthandel niet alleen een slap aftreksel van het kapitalisme, het heeft er zelfs nog weinig mee te maken. Het is corporate fascism/communism. En dat is ongeveer hetzelfde. Congsi’s van een klein groepje business-apparatsjiks die hun eigen piramidespel in stand houden. Het is geenszins meer zo dat mijnheer A iets maakt dat mijnheer B wil hebben waarbij idealiter ook nog mijnheer C mijnheer B een betere deal probeert te geven. De vrije markt is stevig naar de klote.

Echt links bestaat ook nog her en der. De progressieve tegenpool van dom of populistisch links. De taak van echt links is om de harde kanten van het kapitalisme wat te verzachten en het open marktsysteem daarmee fairder en succesvoller te maken. Door de vrije markt aan zekere spelregels te onderwerpen bestrijd je de zombieficering van rechts die ik hierboven omschreef.

Carel Brendel:

Links grens zich niet meer af van gekkies en extremisten

In de jaren 50 en 60 groeide ik op in een uiterst links milieu, maar stemmen op een linkse partij was niet vanzelfsprekend. Mijn vader was radencommunist, lid van een sektarische stroming die hoopte op de spontane vorming van niet door partijpolitiek gecorrumpeerde arbeidersraden.

Om principiële redenen stemde hij nooit; niet op de “revisionistische” PvdA, zeker niet op de leninistische CPN, en ook niet op de PSP, GroenLinks, SP of alles wat zich ter linkerzijde aandiende.

Vanwege de opkomstplicht ging hij wel naar het stembureau, waar hij zijn stembiljet demonstratief niet invulde. Mijn moeder ging altijd met hem mee, zei een beetje pesterig “ik stem lekker wel” en maakte daarna een hokje rood voor een partij links van de PvdA.

Desondanks waardeerde mijn vader alles wat de sociaaldemocratie tot stand heeft gebracht. SDAP-leider Pieter Jelles Troelstra was na 1900 in zijn ogen veel succesvoller dan de van christen tot anarchist geëvolueerde Domela Nieuwenhuis. De arbeidersklasse had volgens hem veel meer aan de PvdA onder Drees met zijn AOW dan aan de stalinisten van de CPN, en genoot meer vrijheid in het kapitalistische Westen dan onder het staatskapitalisme in het Oostblok.

“Juist door met het systeem mee te werken,” zo doceerde hij, “verbeterde de sociaaldemocratie het lot van de arbeidersklasse, en kwamen er socialere werkomstandigheden, betere huisvesting, grotere kansen op onderwijs.” Deze hervormingen waren goed voor de arbeiders, maar tevens de redding van het kapitalisme. Een voorwaarde voor succes was wel dat de sociaaldemocraten zich afgrensden van extremistische stromingen. Tijdens de beroemde Spoorwegstaking van 1903 pleegde de SDAP verraad aan de arbeiders, maar aan de andere kant was dit verraad onafwendbaar en nuttig voor de langere termijn. Ik hoop dat ik zo een correcte weergave geef van de “historisch materialistische” redeneringen van mijn oude vader. 

Op één punt ben ik nog steeds overtuigd mijn vaders gelijk. Om succesvol te opereren, moet verstandig links een duidelijke lijn grens trekken tussen zichzelf en allerlei revolutionaire en extremistische groepjes. Tot halverwege de jaren 60 van de vorige eeuw had de PvdA hier geen moeite mee. De enige concurrent op links was de door Moskou gecontroleerde CPN, die haar sporen had verdiend in het verzet tegen de Duitsers, maar in diskrediet raakte door het neerslaan van arbeidersprotesten in Oost-Duitsland, Polen en Hongarije te verdedigen.

De toegenomen welvaart, de “culturele revolutie” tegen de saaie en paternalistische verzuiling van de jaren 50, de dooi in de Koude Oorlog, dat alles maakte een einde aan de gezonde afgrenzing. De sociaaldemocratie worstelde met haar eigen succes. De PvdA had als hervormings- en emancipatiepartij steeds minder te bieden aan haar natuurlijke aanhang.

Waar ging het mis? Opeens was daar de oppositiegroep Tien Over Rood, die de erkenning van de door staatsveiligheidsdiensten beheerste DDR als programmapunt aanprees. PvdA-prominenten deden merkwaardige uitspraken over de historische noodzaak van de Berlijnse Muur.

Op zoek naar nieuwe doelgroepen ging Links nog meer rare dingen doen. Het was uiteraard vanzelfsprekend dat de PvdA en anderen zich inzetten voor de verbetering van het lot van de gastarbeiders. Waarom deze inzet werd vergezeld door het omarmen van conservatieve imams en het wegkijken voor reactionair gedachtengoed heb ik nooit goed begrepen. De sociaaldemocratie was immers groot geworden ondanks de tegenwerking vanuit de kerken. Nog in de jaren 50 vertelden de bisschoppen dat katholieken niets te zoeken hadden op links. En nu stond links opeens te flyeren bij moskeeën die nog veel conservatiever waren dan de roomse kerk van de jaren 50.

Nog minder heb ik begrepen van de linkse vriendschap voor de kraakbeweging. PvdA en CPN, wat hun onderlinge verschillen ook mochten zijn, vormden de arbeidersbeweging, de beweging van de werkende mensen. Het nagestreefde sociaal stelsel was niet bedoeld voor lijntrekkers, maar voor mensen die door ouderdom, pech of omstandigheden niet meer konden werken.

In de jaren 80 maakte ik als journalist van nabij mee hoe in Amsterdam partijen als PvdA, CPN en PSP (de voorlopers van GroenLinks) overliepen van begrip voor de krakers, en omzichtig omgingen met deze groep intolerante, arrogante en extremistische klaplopers. Ik herinner me nog hoe de lokale CPN-aanvoerder Roel Walraven het straatgeweld afdeed als “gerechtvaardigde volkswoede”.

Het afgrenzen van extremisme gaat Links sindsdien slecht af. We kregen de ex-inbreker Wijnand Duyvendak en de pseudologe Singh Varma op het pluche van GroenLinks. De SP haalde de intolerante Palestina-activiste Anja Meulenbelt binnen als senator.

Nog altijd kost het Links moeite om zich om af te grenzen van wat niet in een arbeidersbeweging thuishoort. In gemeente- en deelraden duiken steeds weer figuren op die dichter bij de salafistische dan bij de sociaaldemocratische ideologie staan. Vertegenwoordigers van PvdA, GroenLinks en SP blijven steun betuigen aan manifestaties, waar de Internationale Socialisten, en extremisten als Abdulkasim al-Jaberi (die dreigt dat Nederland in een ruïne zal veranderen) en de antisemitische rapper Appa de schrille toon aangeven.

Eigenlijk zou ik daarom niet-religieus Rechts moeten stemmen. Maar dan zie ik de Kiesvereniging Geert Wilders, ofwel de PVV die zeker sinds het opblazen van het gedoogkabinet geen serieuze politiek meer bedrijft. Dan staar ik in het totale niets van de probleemontkennerspartij D66. Of verbaas me over het lege corpsballen- en glimlach-liberalisme van de VVD, de partij van onze minister-president.

Links heeft het verbruid, maar Rechts zie ik niet zitten. Mijn toestand heet politieke dakloosheid.

Jonathan van het Reve:

Links bestaat om rechts overeind te houden. Zonder links heeft rechts geen houvast meer, moet het zelfstandig gaan nadenken en twijfelen aan alles wat nu, dankzij links, als een paal boven water staat.

De belangrijkste idealen van links zijn ruimschoots verwezenlijkt: iedereen krijgt onderwijs en zorg, niemand sterft van armoede, de overheid bemoeit zich met alles. Maar doordat de linkse ideologische honger onstilbaar is – ‘Het moet nóg eerlijker! Gratis geld voor iedereen!’ – hoeft rechts alleen maar een beetje op de rem te trappen, en kun je in dit land premier worden als je zegt dat visie een olifant is die het uitzicht belemmert. Zonder links zou dat nergens op slaan.

Dankzij het linkse idee dat alle kunst even mooi en belangrijk is, kan rechts makkelijk scoren door tegen kunstsubsidies te zijn. Vanwege de linkse opvatting dat we de hele wereld kunnen en moeten redden, kan rechts goede sier maken met een streng immigratiebeleid. Doordat links nog steeds vindt dat het christendom fout is en de islam zielig, komt rechts weg met de opvatting dat Sybrand Buma en Kees van der Staaij heel redelijke mensen zijn. Doordat links gelooft dat je de wereld kunt redden door overal windmolens te planten, heeft rechts genoeg aan het woordje ‘nietes’ om een zinniger visie op energie te formuleren. Zonder links kan rechts wel inpakken.

Het enige nut van links is dus om rechts te laten bloeien. En dat is vreselijk belangrijk, want zonder rechts zou het vrij snel afgelopen zijn met links.

Bart Schut:

Geen mens bij zijn volle verstand gelooft nog in het echte, ouderwetse links zijn. Marx, Lenin, Engels, dictatuur van het proletariaat, herverdeling van productiemiddelen, afschaffing van eigendom – het zijn anachronismen uit lang vervlogen tijden. We weten tot welke onderdrukking en genocide het socialisme heeft geleid in Stalins Sovjet-Unie, Mao’s China of Pol Pots Cambodja. En wie te jong is zich dit te herinneren, hoeft maar te kijken naar het hedendaagse Venezuela waar het neocommunistische experiment leidt tot een economische chaos en de facto afschaffing van de democratie.

Dit neemt niet weg dat links wel degelijk een rol heeft te spelen in de moderne wereld. Kijk naar de VS, een land waar het fenomeen nauwelijks bestaat (want ondanks de Republikeinse framing van de ‘communist’ Obama, is er geen partij in West-Europa die een rechtser economisch programma voorstaat dan dat van de Amerikaanse president). Amerika is het schrikbeeld van waartoe ongebreideld kapitalisme zonder een linkse voet tussen de deur kan leiden: middeleeuws aandoende inkomensverschillen, een verdwijnende middenklasse, lonen zo laag dat werknemers zelfs met twee banen hun families niet meer kunnen voeden… Kortom, een ultrakapitalistische nachtmerrie die zo uit de romans van Steinbeck of Dickens lijkt te komen.

We hebben sociaaldemocratische ideeën nodig om te voorkomen dat meedogenloze roofkapitalisten het land leeggraaien en vervolgens datzelfde geld gebruiken om de politiek naar hun hand te zetten. We kennen de namen: de Koch-broers, Sheldon Adelson, Richard DeVos of hoe al deze miljardairs met hun Congressioneel goedgekeurde license to steal ook mogen heten. En dan heb ik het slechts over het economische verhaal. Want zeg eens eerlijk: zou u echt vrouw, homo, immigrant, ongelovige (of ‘verkeerd’-gelovige) willen zijn in een land waarin de progressieve beginselen compleet zijn uitgestorven?