Het gaat goed met de PVV. Het proces tegen Geert Wilders roept in het land blijkbaar sympathie voor hem op. En als Donald Trump president van de Verenigde Staten kan worden, zo moeten steeds meer kiezers denken, waarom zou Geert Wilders ons land dan niet kunnen gaan leiden? Zijn kiezers nemen Wilders niet letterlijk, maar wel serieus – anders dan de media en politici, die Wilders letterlijk nemen en daarom niet serieus.

 

Sinds deze week staat de partij weer aan kop in de peilingen. Als deze trend zich doorzet, komen we in maart volgend jaar in een bijzondere situatie terecht. Stel dat Geert Wilders een coalitie moet gaan smeden, dan zullen de anderen beleefd weigeren (zeggen ze nu in elk geval). De VVD sluit toetreding tot een coalitie met de PVV nog niet bij voorbaat uit, maar dan moet Wilders eerst zijn excuses voor zijn ‘minder, minder, minder’-uitspraken terugnemen. Wat hij natuurlijk nooit zal doen. Het worden interessante tijden, volgend jaar voorjaar.

 

Iedereen wil dit scenario voorkomen. Alle andere bestaande partijen natuurlijk, maar in het bijzonder drie nieuwe partijen, drie PVV lights. Het gaat hier om Voor Nederland van Jan Roos, het Forum voor Democratie van Thierry Baudet en Nieuwe Wegen van Jacques Monasch. Ook zij zijn tegen ‘de élite’ en dus voor meer referenda. Ook zij combineren economische behoudzucht met iets wat op cultureel conservatisme lijkt. Ook zij zijn tegen de Europese moloch en bureaucratie. En ook zij zijn tegen de multiculturele samenleving en open grenzen. Maar anders dan Wilders willen ze hun protest net wat fatsoenlijker vormgeven. Ook zij zijn tegen maar zonder de schrijnende hyperbolen waarvan Wilders zich bedient. En ze willen concrete maatregelen die werken, en niet het beleidsmatige gooi- en smijtwerk waarop Wilders het patent heeft.

 

Het komt niet onsympathiek over, die pogingen van de politieke entrepreneurs Monasch, Roos en Baudet, om zich in te wurmen in de ruimte tussen de bestaande partijen en Wilders. Maar bestaat die ruimte wel en maken zij een kans de zegetocht van Wilders te stoppen?

 

Een antwoord op die vraag kunnen we op het spoor komen wanneer we bedenken dat dit al eens een keer eerder is geprobeerd. In 2006 positioneerden de Fortuynisten Marco Pastors en Joost Eerdmans, twee getalenteerde politici, zich als de uitdagers van Wilders op rechts, tussen VVD en CDA enerzijds en de PVV anderzijds in. Bij de verkiezingen in november wist hun partij EénNL 62.531 stemmen te behalen, ongeveer 3000 stemmen te weinig voor een zetel in de Tweede Kamer. Ik vrees voor Monasch, Roos en Baudet dat zij met z’n drieën om die 60.000 stemmen gaan vechten.

 

Maar niet alleen in Nederland wordt het volgend jaar spannend, als het gaat om de doorbraak van het populisme (lees bijvoorbeeld het interessante opiniestuk van Luuk van Middelaar in de NRC van deze week). In Oostenrijk is dat zondag al het geval wanneer een rechts-populistische kandidaat het daar opnieuw opneemt tegen een onafhankelijke linkse kandidaat bij de presidentsverkiezingen. Op diezelfde dag, aanstaande zondag dus, moet de Italiaanse premier Renzi vechten voor zijn politieke leven in een referendum, waarin dezelfde tegenstellingen aan de orde zijn.

 

In Frankrijk gaat de strijd om het presidentschap in april volgend jaar tussen Marine le Pen (Front National) en de Republikein François Fillon. Le Pen heeft haar kiezers een referendum over de uittreding van Frankrijk uit de Europese Unie beloofd. In dat scenario komt het einde van de Europese Unie in zicht. Het brexit van eerder dit jaar blijkt nog wel op te vangen, maar een ‘frexit’ zal een doodklap betekenen.

 

Tegenstanders van het populisme vestigen dus hun hoop op de zondag als presidentskandidaat gekozen François Fillon, een conservatieve liberaal die zijn machtsbasis heeft op het katholieke platteland en die het Le Pen inderdaad nog heel moeilijk kan gaan maken. Zoals deze tegenstanders van het populisme hun hoop ook hebben bevestigd op Angela Merkel, die zich opnieuw kandidaat heeft gesteld voor de Duitse verkiezingen in het najaar van 2017. Zijn dergelijke golfbrekers – een Duitse domineesdochter en een Franse katholiek – tegen de vloedgolf aan populisme die zich overal in Europa verheft, ook in Nederland aan te wijzen?

 

We zouden dan in de eerste plaats aan het CDA moeten denken. Sybrand Buma heeft een mooi boek geschreven en is er in jaren van oppositie in geslaagd het CDA weer ‘smoel’ te geven. Hij zou zijn kans schoon moeten zien om het CDA te positioneren als Neêrlands hoop in bange dagen, als de veilige christen-democratische haven in tijden van onrustige populistische woelingen – net als Fillon en Merkel. De kiezers in Duitsland en Frankrijk lijken dat te hebben ontdekt – al blijft het natuurlijk nog even afwachten. In Nederland geven de opiniepeilingen nog niet aan dat dat ook bij de Nederlandse kiezers het geval is. En zolang dat zo is, lijkt een triomf van Wilders of een politiek-bestuurlijke impasse in de Nederlandse politiek haast onafwendbaar.