Pim en Theo gaan hun comeback maken. Als u mij niet gelooft, gelooft u dan de man die ik onlangs sprak en die zijn sporen heeft verdiend bij de Nederlandse veiligheidsdiensten. De discussie die wij zo ongeveer sinds 2008 voeren over sociaal-economische kwesties, bezuinigingen, hervormingen, etc. etc., zijn een intermezzo. Volgend jaar staan deze onderwerpen niet meer bovenaan in onze agenda. Het grote debat over wie ‘wij’ zijn en de vraag waarin ‘zij’ hebben te integreren, keert op een ongekende schaal terug. Daarover zal het gaan, net zo heftig of misschien nog wel heftiger dan in 2002 en 2004.

Nog even de adem inhouden dus, tot maart. De PVV gaat winnen, en veel moslims radicaliseren op grote schaal. Dat laatste is onze eigen schuld, denken de beleidsmakers. De manier waarop ‘wij’ de afgelopen tien, twaalf jaar over de islam hebben gedebatteerd, heeft ‘hen’ ervan overtuigd dat ‘wij’ ‘hen’ eigenlijk niet moeten. Afgewezen als ‘zij’ zich voelen, trekken ‘zij’ zich terug in steeds orthodoxere en radicalere vormen van hun geloof.

Pre-Pim-landen

Nu is het nog maar de vraag of dat zo is, natuurlijk. Of wij de hele problematiek aan onszelf te wijten hebben. Er zijn landen waar het debat wordt geschuwd, pre-Pim-landen zogezegd, landen als Frankrijk en Engeland, en de problematiek speelt daar in minstens dezelfde mate als bij ons. Zou de situatie echt anders zijn geweest wanneer we uitsluitend begripvol en lief op 9/11, op Londen en Madrid, op Theo van Gogh, op IS hadden gereageerd? Of als we meer sociaaleconomische kansen hadden geboden in de Schilderswijk? Ik geloof er niets van.

Het probleem ligt ergens anders. Wij zijn een samenleving met waarden die door vele immigranten worden afgewezen. Gelijkheid, relativisme, vrijheid, zelfbeschikking, openheid en directheid, praten en verdelen – we zijn er trots op, maar op vele immigranten oefenen ze geen enkele aantrekkingskracht uit. We willen ze integreren, en bieden ze dan een foldertje aan dat duidelijk maakt dat Nederland een land is van naaktstranden en het homohuwelijk. Of ze dat alstublieft ook eventjes mooi willen gaan vinden. Dat gebeurt natuurlijk niet.

Sterke cultuur

Minderheden assimileren alleen in een sterke cultuur. Zoals in de Amerikaanse. Je bent er welkom, maar je moet wel zelf je broek ophouden (en je krijgt dus niet de kans je in een parallelle samenleving terug te trekken). Je mag zijn wie en wat je wilt, maar je houdt je aan de Grondwet en je zingt het volkslied.

Het enige wat wij daartegenover weten te stellen is dat migranten zich aan de wet moeten houden. Dat lijkt mij ook logisch, maar het zegt nog niet zoveel. Het zegt niets over wat wij zijn. En ook dat is logisch, want dat weten wij niet.

Olifant in de polders

Integratie wordt pas mogelijk wanneer wij onszelf hervinden, herontdekken, een sterke cultuur worden. Als een land waarin iedereen werkt en alleen in uiterste nood een beroep op het geld van een ander kan doen. Als een land dat diversiteit tolereert binnen de waarden van de Grondwet. Waarin respect niet iets is dat je op huilerige toon van anderen kunt eisen, maar iets dat je moet verdienen. Waarin tolerantie een deugd is die het mogelijk maakt verschillen te accepteren, over en weer, hoeveel pijn dat ook doet. Dat betekent niet dat ‘zij’ net zo modern en relativistisch moeten worden als ‘wij’. Het betekent wel dat iedereen de rechten en vrijheden heeft die hij anderen ook gunt. Dat wij conflicten verbaal uitvechten, en dat we daarbij tegen een stootje moeten kunnen. Dat is Nederlands, Europees, westers, dat is een democratische rechtstaat.

Dat is een alternatief dat links niet kan formuleren, waar liberalen sinds 1998 (toen ze Bolkestein de deur wezen) geen kaas van hebben gegeten, dat populisten ooit vermoedden, en dat de christendemocratie tot nog toe heeft nagelaten te formuleren. Zo zijn wij zelf het grootste probleem. En zolang dat probleem als een olifant door de polders dendert, blijft er niets anders over dan haat en diffuse angst.

Maar goed, we hebben nog ruim drie maanden.