Het Oekraïne-referendum is achter de rug. Het is nu tijd voor Ja- en Nee-stemmers om te ontbozen, vrede te sluiten, een borrel te drinken, samen een dansje te doen, en te gaan nadenken over de toekomst van openbaar bestuur, democratie en besluitvorming. Vertrekpunt daarvoor moet de onderkenning zijn van de trend van global political awakening. Het model waar we ons wellicht door kunnen laten inspireren is dat van Zwitserland. 

Global political awakening
De term ‘global political awakening’ hebben we te danken aan de Pools-Amerikaanse politicoloog Zbigniew Brezinski, tevens de vroegere veiligheidsadviseur van de Amerikaanse president Jimmy Carter, en hij doelde daarmee op het politiek ontwaken van de massa’s. Op zich is dat niets nieuws. Political awakening lag ten grondslag aan bijvoorbeeld de Franse Revolutie en aan het massale, geweldloze verzet van Indiërs tegen de Engelse overheersing. Maar in 1970 zag Brezinski voor het eerst een wereldwijd politiek wakker worden. “Voor het eerst in de geschiedenis is bijna de gehele mensheid politiek geactiveerd, politiek bewust en politiek interactief”, schreef Brezinski destijds, en hij waarschuwde dat dit de grootste uitdaging zou zijn voor zowel politici als voor natiestaten.

Zijn boodschap heeft heden ten dage niets aan actualiteit ingeboet en het is met goede reden dat de inmiddels 88-jarige Brezinski haar nog steeds uitdraagt. Burgers – zo je wilt ‘het volk’ – voelen zich en masse politiek buiten spel gezet, zo stelt Brezinski, en ontwikkelen een nieuw politiek en maatschappelijk bewustzijn op basis waarvan ze stappen ondernemen om ingrijpende politieke, maatschappelijke en economische veranderingen af te dwingen. Hun wensen definiëren ze meestal als een reactie op wat zij ervaren als de ongewenste invloed van een boze buitenwereld die de politieke en maatschappelijke status quo in stand probeert te houden.

In 1970 zag Brezinski voor het eerst een wereldwijd politiek wakker worden. “Voor het eerst in de geschiedenis is bijna de gehele mensheid politiek geactiveerd, politiek bewust en politiek interactief”, schreef Brezinski destijds, en hij waarschuwde dat dit de grootste uitdaging zou zijn voor zowel politici als voor natiestaten

Dankzij de moderne communicatietechnologie kunnen politiek ontwaakten zich gemakkelijk verenigen in communities van gelijkdenkenden, die weer eenvoudig te mobiliseren en/of te manipuleren zijn door allerhande demagogen, met als gevolg dat populisme in toenemende mate de politieke agenda bepaalt. Aldus verklaart global political awakening zowel het succes van de politieke islam (die leert dat het Westen de islamitische wereld uitknijpt door dictatoriale regimes in het zadel te houden), als dat van de nee-stem bij het Oekraïne-referendum, waarbij de Europese Unie de grote boosdoener is die ons kikkerlandje probeert uit te verkopen, zo niet op te heffen.

Voorbij De Grote Stagnatie

Tot zover de theorie en op naar de status quo die zo veel onvrede oproept. De jaren ‘10 zullen de geschiedenis ingaan als de periode van de Grote Stagnatie. Veel zaken en issues die onomstreden leken stagneren en veel premissen waarop beleid gebaseerd werd, blijken onhoudbaar. We zien het failliet van de schuldendemocratie, het mislukken van de massa-immigratie, globalisering die vertraagt tot slowbalisering, het groeikapitalisme dat is verworden tot graaikapitalisme, de verzorgingsstaat die failliet is, het klimaat dat van de leg is, kerken die autoriteit hebben verloren, terwijl burgers meer dan ooit zoeken naar zingeving, spiritualiteit, normen, waarden en ethiek. Het roept de vraag op of we die versukkeling maar door moeten laten gaan of dat dit de ideale tijd is voor een radicale vernieuwing van het openbaar bestuur om te komen tot een staatsinrichting die past bij het nieuwe, mondige burgerschap van de 21e eeuw.

Maar past bij dat nieuwe burgerschap eigenlijk nog wel een natiestaat? Er zijn heel oude natiestaten in de wereld, zoals China, dat (met enkele tussenpozen) in zijn huidige geografische, bestuurlijke en culturele vorm al meer dan tweeduizend jaar bestaat. Frankrijk, Engeland en Spanje bestaan binnen in hun huidige vorm al meer dan vijfhonderd jaar en de Verenigde Staten al meer dan tweehonderd jaar. De meeste natiestaten zijn echter relatief nieuw en werden gevormd rond de Industriële Revolutie. Italië kwam in zijn huidige vorm tot stand in 1886 en de toenmalige Italiaanse premier verkondigde: “Nu hebben we Italië gecreëerd, onze volgende taak is om Italianen te creëren.” Dat is gebeurd, maar de verschillen tussen Noord en Zuid blijven groot, dus misschien is de tijd wel rijp om Italië weer op te doeken.

We zien het failliet van de schuldendemocratie, het mislukken van de massa-immigratie, globalisering die vertraagt tot slowbalisering, het groeikapitalisme dat is verworden tot graaikapitalisme, de verzorgingsstaat die failliet is, het klimaat dat van de leg is, kerken die autoriteit hebben verloren, terwijl burgers meer dan ooit zoeken naar zingeving, spiritualiteit, normen, waarden en ethiek

Natiestaten ontstonden uit een bundeling van regio’s en stadstaten. De grotere interne markt die ontstond, met minder administratieve beperkingen voor ondernemerschap, bleek bijzonder voordelig. Ook de EEG, die later EG werd, functioneerde prima. In verschillende ontwikkelingsfasen is daarna de EU ontstaan, met heel nadrukkelijk dit economisch voordeel in het achterhoofd. Het idee dat landen die wederzijds economisch afhankelijk van elkaar zijn geen oorlog met elkaar voeren, speelde daarbij ook een rol. Was de EU maar gebleven zoals ze was in de jaren ‘ 80 van de vorige eeuw: een economisch samenwerkingsverband van onafhankelijke staten, waarbinnen ruimte was voor alle Europese regio’s om hun eigen identiteit en cultuur te koesteren.

Ook Nederland is niet zo oud

Eeuwenlang was ook onze regio versnipperd en pas in 1814 werden de verschillende regio’s in de lage landen verenigd in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. In 1830 scheidden de Zuidelijke Nederlanden zich af en vormden België. Walen en Vlamingen vechten elkaar sindsdien het kot uit. Maar het verenigde noordelijke Nederland, de opvolger van de Republiek van zeven (niet helemaal) Verenigde Nederlanden, kon alleen functioneren door een niet al te sterk nationaal machtscentrum in Den Haag. De regio’s bleven de baas. De afgelopen tijd verzwakte Den Haag nog meer.

Hoe verder? De drie politieke hoofdstromingen die Nederland en Vlaanderen in de 19e en 20e eeuw gedomineerd hebben, de christendemocratie, sociaaldemocratie en het liberalisme, hebben alle drie hun punten gescoord. Ze ontstonden alle drie tijdens de Industriële Revolutie. Nu is een nieuwe revolutie aan de gang, die van de internetsamenleving. Voor deze drie ideologieën betekent het dat zij zichzelf moeten opheffen en plaats zullen moeten maken voor iets nieuws (wat dat ook moge zijn) of zichzelf moeten heruitvinden.

Tegelijkertijd hebben schaduwmachten de democratie ondermijnd. Wereldwijd is de financiële sector een schaduwregering geworden. De Britse regering loopt aan de leiband van de City en de Amerikaanse loopt aan het lijntje van Wall Street. De belangen van de financiële industrie zijn uiteraard niet noodzakelijkerwijs de belangen van de burgers. Anderzijds heeft de opkomst van internet geleid tot een parallelle samenleving, waar nationale overheden geen greep meer op hebben en waar wet- en regelgeving niet tegen bestand zijn. In Duitsland mag euthanasie niet volgens de wet, maar Duitsers kunnen op internet alle euthanasiepillen bestellen die ze willen hebben, terwijl in buurland Zwitserland iedereen voor euthanasie terecht kan, ongeacht zijn nationaliteit. Leve de globalisering!

Dat de wereld steeds meer met elkaar verbonden is, heeft het openbaar bestuur ingrijpend veranderd. De wereldwijde integratie is mogelijk gemaakt door een superklasse van zo’n zevenhonderd invloedrijke wereldburgers, zelden democratisch gekozen en goed beschreven in het boek Superclass van David Rothkopf. Er doen veel samenzweringstheorieën de ronde over de handelwijze van de superklasse. Wat daar ook van waar moge zijn: er is meer gaande in de catacomben van de (wereld)macht dan de krantenkoppen van vandaag prijsgeven. Ook de vele belangenbehartigers hebben de overheid in een houdgreep. De deelbelangen die zij vertegenwoordigen zijn niet per se in het belang van de gehele samenleving.

De historicus Walter Russell Mead merkte onlangs op dat na de revolutie van de jaren negentig, waarin de Sovjet Unie uiteen viel, de Russen een gezegde hadden dat heel toepasselijk zou zijn voor vandaag de dag: Het is gemakkelijker om een aquarium in vissoep te veranderen, dan om vissoep in een aquarium te veranderen. Inderdaad, er worden momenteel heel wat aquaria in één keer in vissoep veranderd. We zien dat van Zuid-Europa tot het Midden-Oosten en binnenkort ook in Rusland en Azië. Maar om ze weer terug te brengen naar hun oorspronkelijke, stabiele samenlevingen zal één van de grootste uitdagingen van onze tijd zijn. We zijn weer aangekomen bij een van die grote ontknopingsmomenten in onze wereldgeschiedenis, net als vlak na de Eerste Wereldoorlog, de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog. Maar deze keer ging er geen oorlog aan vooraf. Ook duidelijke signalen dat change op komst was, bleven uit. Waarom?

We zijn weer aangekomen bij een van die grote ontknopingsmomenten in onze wereldgeschiedenis, net als vlak na de Eerste Wereldoorlog, de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog

 

De belangrijkste drijfkracht hierbij is de mix van globalisering en de informatietechnologierevolutie. Beide ontwikkelingen veroorzaakten een kritische massa in het eerste decennium van de 21e eeuw, hetgeen resulteerde in een democratisering van heel veel dingen tegelijk. Zowel zwakke staten als zwakke bedrijven konden daar niet tegenop. We hebben een democratisering gezien van oorlogsvoering, waar (groepen) individuen het opnamen tegen supermachten – denk aan Al-Qaida en ISIS –, de democratisering van innovatie, waarbij startende bedrijven door het gebruik van gratis open-source software en de cloud kunnen wedijveren met grote multinationals. En ten slotte hebben we, wat de gepensioneerde Amerikaanse marinekolonel Mark Mykleby de ‘democratisering van verwachtingen’ noemt gezien. Waar die verwachtingen uit bestaan? Dat alle individuen hun eigen carrière, burgerschap en toekomst vorm kunnen geven en daarbij niet worden beperkt.

De jaren ‘10 zijn ook revolutionaire jaren

Tot 1940 werd Nederland bestuurd door 400.000 ambtenaren. Waarom zijn het er nu 974.000? Benchmark leert dat we in Nederland de meeste beleidsambtenaren hebben van Europa. Onderzoeksbureau B&A berekende dat 70 procent van de beleidsambtenaren ontslagen kan worden en dat dit de beleidsvorming alleen maar ten goede zal komen. Een gemeentesecretaris verzuchtte ooit tegen mij: “Ik heb 30 procent hardwerkende, gepassioneerde ambtenaren die geweldig zijn. En 70 procent is lui en laks en haat de burger. Die 70 procent luierikken houdt de andere 30 procent teveel bezig, waardoor mijn ambtelijk apparaat niet de slagkracht heeft die het kan hebben.” Ik heb dit vaker gehoord, in alle bestuurlijke gremia. Meer werk doen met minder mensen is goed mogelijk, ook bij de overheid. Maar de overheid is ook verworden tot een geluksmachine, die meent van alles voor de burger te moeten doen. Dingen die burgers vroeger zelf regelden (zoals zorg voor hun bejaarde ouders) heeft de overheid naar zich toe getrokken. Ook dat is nu voorbij. De overheid gaat de komende tijd vele taken weer afstoten en weer neerleggen bij de burgers. We gaan van big government naar big society, zoals de Britse premier David Cameron bepleit.

Deel Nederland op in vijftig stadstaten

Om dit in Nederland te verwezenlijken zouden we de huidige gemeenten en waterschappen moeten fuseren tot vijftig entiteiten, die de naam stadstaten kunnen krijgen. De stadstaat vormt voor de burger de eerste overheid. Het bestuur van iedere stadstaat bestuurt een gebied met meerdere dorps- en stadskernen. Dat kan prima. Nu al kennen we uitgestrekte plattelandsgemeenten die meer dan zeventig kernen omvatten. De stadstaat kent een rechtstreeks door de inboorlingen gekozen burgemeester. De eens in de vijf jaar democratisch gekozen stadstaat-raad telt 21 leden en er is een kiesdrempel van 8 procent. Partijen die minder dan 8 procent van de stemmen halen komen niet in de raad.

Coalities en opposities bestaan niet meer: alle partijen in de raad vormen samen de coalitie (net als in Zwitserland en in sommige kleine gemeenten) en er kan nooit een cordon sanitaire om een partij heen worden gevormd. Er wordt bestuurd volgens een consensusmodel dat tot een high trust cultuur leidt. De wethouders worden door de burgemeester op kwaliteit geworven en geselecteerd, en door de Raad benoemd (of weggestuurd). Het ambtenarenapparaat is klein en er wordt voor het bestuur veel gebruik gemaakt van e-government, algoritmen en ander moois uit de ICT. Belangrijke vraagstukken worden net als in Zwitserland alleen per referendum aan het volk voorgelegd, als een minimum van 15 procent van de burgers daarom vraagt via een petitie. De schaal van de directe leefomgeving is er een van de lokale gemeenschap. Het lokaal bestuur heeft reeds ervaring in het geven van verantwoordelijkheden en beslissingsvrijheid op dit niveau, het dichtst bij de burger. Hier is sprake van een scala aan vergaande en minder vergaande vormen. Gesproken wordt over burgerparticipatie op diverse niveaus op de ‘participatieladder’: van ‘slechts’ informeren tot de ultieme vorm, het meebeslissen door de burgers.

Burgerparticipatie moet plaatsvinden zonder een nieuwe bestuurslaag en de bijbehorende bureaucratie te creëren. Burgers krijgen de mogelijkheid om zelf het heft in handen te nemen. Met dorps-, wijk- of buurtbudgetten krijgen individuele burgers of burgerorganisaties bevoegdheden die voorheen uitsluitend aan volksvertegenwoordigers en gemeentebestuurders waren voorbehouden. Mensen die de buurt kennen, kunnen zaken voor en in de buurt realiseren. Samen ontwikkelen zij een gemeenschappelijke visie op buurt, dorp of wijk. Zo worden mensen betrokken bij de inrichting van hun samenleving en kan de overheid zich reorganiseren van een aanbod naar vraaggerichte organisatie. De voorwaarde is wel dat in deze vorm ook vrijheid wordt geboden en van de betrokken bewoners wordt enige scholing en inzet verwacht. Voorts moet de afspiegeling in het oog worden gehouden, en de mate van democratische besluitvorming en verantwoording.

Naar een politieke herindeling

Het Oekraïne-referendum heeft ook opnieuw laten zien dat de gevestigde politieke partijen hun uiterste houdbaarheidsdatum ruimschoots hebben bereikt. Er blijft echter behoefte bestaan aan partijen en na enige herschikking kom ik tot het volgende nieuwe partijpolitieke landschap:

  • • Partij voor Vrolijk Ondernemen (VON). Hierin gaan de VVD, delen van het CDA en D66 op, net als delen van GroenLinks en de PVV. Ook de rechterflank van de PvdA sluit zich aan. Deze partij wil dat mensen hun leven als een onderneming zien, maximale keuzevrijheid en veel individuele vrijheden hebben en vindt veiligheid en nationale en regionale identiteiten belangrijk. De partij is voor globalisering, maar realiseert zich dat daarbij wel een zeker economisch nationalisme past. Voor uitverkoop van het land is geen plaats, tussen bedrijfsleven en overheid moet een actieve wisselwerking zijn. De partij spreekt veel hoogopgeleiden aan en ondernemers uit grootbedrijf, MKB en zzp’ers.
    • Partij voor Werknemers en Niet-Werkenden (PWN). Hierin gaan delen van de SP, PVV, PvdA, GroenLinks en D66 op. Deze partij komt op voor de mensen die in loondienst werken in het bedrijfsleven en bij de overheid. Maar ook voor mensen die in economische termen onrendabel zijn, omdat ze leven van een uitkering. Die groep is straks klein, want iedereen moet aan het werk en ook vrijwilligerswerk wordt economisch uitgedrukt, onder meer dankzij het ontstaan van een ruildiensteconomie vanuit de onderklasse. Deze partij is voor de bescherming van sociaal zwakkeren en mensen die keuzestress hebben en de keuzevrijheden niet aankunnen. De partij trekt vooral laagopgeleide kiezers.
    • Partij voor Immaterieel Geluk en Spiritualiteit (PIGS). In deze partij gaan delen van het CDA, de ChristenUnie en de SGP op, maar ook een deel van GroenLinks, de Partij voor de Dieren en delen van de SP en de PvdA. Deze partij wil religie en spiritualiteit verbinden aan politiek en openbaar bestuur. Men is van de Barmhartige Samaritaan, het milieu, de natuur en het dierenwelzijn. Verschillende religieuze denominaties en new age typjes ontmoeten elkaar hier.
    • Conservatieve Partij (COP). In deze partij gaan mensen op uit de verschillende partijen die zijn voor conservatieve waarden en normen. Delen van het CDA, de VVD, de SGP en anderen vinden hier hun politieke thuis.

Een alert parlement en een krachtige regering

In een land waarin het bestuur in hoge mate gedecentraliseerd is, is het niet nodig om een groot parlement te hebben. Eėn Kamer met vijftig leden volstaat. Om de kloof tussen politiek en burgers verder te verkleinen krijgen de Kamerleden een uitgebreide staf, zodat ze goed contact kunnen onderhouden met hun kiezers, vergelijkbaar met hoe dat in de Verenigde Staten gebeurt. Ook de centrale regering kan in omvang worden teruggebracht en zal zich alleen met een beperkt aantal kerntaken bezighouden. Dit betekent ook dat het aantal ministeries beperkt kan worden, bijvoorbeeld tot zeven

  • Algemene en Buitenlandse Zaken (ABZ)
  • Bevolkingspolitiek, Onderwijs & Kunsten (BOK)
  • Algoritmen, Recht en Gewapende Machten (ARG)
  • Economische Zaken, Arbeid, Marketing & Innovatie (EAMI)
  • Financiën & Staatsbeleggingen (F&S)
  • Gezondheid, Food & Sport (GFS)
  • Ruimtelijke Ordening, Energie, Verkeer en Watermanagement.

De departementen hebben elk een klein aantal ambtenaren. Naar Zuid-Koreaans voorbeeld sluit het ministerie van EAMI een herenakkoord met ondernemers: in ruil voor volledige overheidshulp zorgen zij voor volledige werkgelegenheid binnen hun bedrijven of bij de geprivatiseerde sociale werkplaatsen die zij exploiteren. Werkloosheidsuitkeringen bestaan niet meer, staatskapitalisme is de norm. Werklozen die weigeren in kassen te werken krijgen geen enkel inkomen meer. Het pamperen is voorbij en wie niet werkt, zal niet eten. Net als in de stadstaten, regeren ook op landelijk niveau alle partijen samen en op basis van consensus. De belangrijkste besluiten worden per referendum aan het volk voorgelegd, zoals ook in Zwitserland gebeurt. En als 15 procent van de bevolking dat wenst en dit via een ondertekende petitie kenbaar maakt, wordt er eveneens een referendum gehouden, waarvan de uitslag bindend is.

Tot besluit
Het Oekraïne-referendum heeft – in zowel uitslag als opkomst – weer eens laten zien hoe ver politiek en werkelijkheid in ons landje van elkaar vervreemd zijn. Een deel van het volk zet zich luidruchtig af tegen de gevestigde politieke orde, terwijl een ander deel zo mogelijk even luidruchtig thuisblijft. Daarmee heeft eigenlijk het voltallige Nederlandse electoraat van zich doen spreken en wat de verschillende groepen verbindt, is dat ze tot de politiek ontwaakten behoren: ze schreeuwen om verandering en ze eisen om (weer) mee te tellen. Hierboven heb ik een paar ideeën gegeven over hoe we ons politieke bestel zo kunnen hervormen dat er ruimte komt voor de burger, zoals politiek Den Haag dat zo graag in de tong belijdt – en hoe het politieke opstaan van de massa de democratie een nieuwe, positieve impuls kan geven. Aan de basis van ons nieuwe stelsel dient de stadstaat te staan, de polis uit de antieke oudheid zo je wilt, waaraan wij ons woord ‘politiek’ hebben te danken en dat bij de oude Grieken niets anders betekende dan ‘je actief als een burger te gedragen’.

Trendwatcher Adjiedj Bakas is auteur van onder meer ‘Kapitalisme & Slowbalisering’.