Op 15 september aanstaande vangt de 70ste zitting van de Algemene Vergadering der Verenigde Naties (VN) aan. In New York zullen wereldleiders zich buigen over zaken als klimaatverandering, mensenrechten, vredesmissies – en vanzelfsprekend zal deze jubileumsessie benut worden om het functioneren van de verschillende VN-organisaties onder de loep te nemen.

De historische relatie tussen de VN en de Nederlandse politiek – in het bijzonder het meer rechtse deel van ons politieke spectrum – is op z’n zachtst gezegd ingewikkeld te noemen. Vrijwel maandelijks uiten mijn collega’s en ik kritiek op het ineffectieve en kwalijke optreden van VN-instituten, zoals de VN-Mensenrechtenraad, dat door ‘s werelds grootste mensenrechtenschenders wordt gebruikt om hun eigen wangedrag te verhullen. Kritiek is ook te uiten op de speciaal voor Palestijnse vluchtelingen ingestelde VN-vluchtelingenorganisatie UNRWA, dat een betwistbare definitie hanteert ten aanzien van wanneer een Palestijn een vluchteling is en bovendien een berucht track record heeft als het gaat om het in stand houden van anti-Israëlische en zelfs antisemitische sentimenten onder de Palestijnse vluchtelingenpopulatie die het beoogt te verzorgen. En eens in de zoveel maanden ergeren we ons massaal aan VN-rapporteurs zoals Philip Alston, speciaal rapporteur extreme armoede en mensenrechten, die Nederland eerder dit jaar verweet niet langer tolerant en liberaal te zijn.

Vrijwel maandelijks uiten mijn collega’s en ik kritiek op het ineffectieve en kwalijke optreden van VN-instituten, zoals de VN-Mensenrechtenraad, dat door ‘s werelds grootste mensenrechtenschenders wordt gebruikt om hun eigen wangedrag te verhullen.

We zien de VN vaak niet alleen als ineffectieve organisatie, maar vooral ook als een activistische club die regelmatig de verkeerde prioriteiten stelt. Dat is niet verrassend. Voormalig minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns vreesde tijdens de periode van dekolonisatie al dat de VN een “antiwesters platform dreigde te worden, dankzij het ad absurdum uitbreiden van het ledental der Afro-Aziaten”. Luns leefde in een andere tijd en in een andere wereld, maar voor zover de huidige wereld door de Algemene Vergadering wordt weerspiegeld, is er inderdaad een groot antiwesters sentiment.

Hoop

Maar waar Luns in zijn tijd zelfs publiekelijk twijfelde aan het Nederlandse lidmaatschap van de VN wil ik hier het omgekeerde betogen: want er is hoop. Het migratievraagstuk, vermoedelijk de kwestie die de verhouding tussen het Westen en de rest van de wereld het meest op scherp zal zetten, werpt een nieuw licht op hoe de VN zou kunnen functioneren. Toegegeven, in eerste instantie ziet dat er niet rooskleurig uit. Een bezoek dat ik twee weken geleden bracht aan UNHCR-vluchtelingenkampen in Libanon en Jordanië illustreerde de enorme tekorten waar de VN-vluchtelingenorganisatie mee kampt om Syrische vluchtelingen in hun basisbehoeften voorzien.

Midden 2014 kon het Wereldvoedselprogramma van de VN nog 50 euro aan voedselvouchers uitkeren aan vluchtelingengezinnen, maar dat is inmiddels omlaag gebracht naar 13,50 euro en vanaf 1 december is het budget helemaal op. Dit komt doordat er wel beloften door landen worden gedaan, maar niet worden nagekomen (dit geldt vooral voor Arabische en Aziatische landen). Bovendien heeft onze wijze van financiering een dermate ad hoc-karakter, dat dergelijke organisaties vluchtelingenopvang nauwelijks structureel kunnen inrichten. “Please stop this incidental aid, we can’t plan any shelter, nor buy any goods or food with that”, smeekte een medewerker van UNHCR tijdens mijn bezoek.

Eigenbelang

Nederland moet haar positie in de VN gebruiken om dit systeem van vluchtelingenfinanciering te verbeteren. Daarvoor moet zij zelf wel het goede voorbeeld geven en andere Europese landen overhalen hetzelfde te doen. Dat betekent een structurele financiering van de UNHCR (de VVD pleit al heel lang voor een meer structurele financiering van VN-organisaties) en dus minder incidentele noodhulpbijdragen en minder vrijwillige bijdragen. Niet alleen uit humanitaire overwegingen, maar ook omdat dit simpelweg ons eigenbelang zou dienen. De 5,5 miljard dollar die UNHCR dit kalenderjaar nodig heeft om Syrische vluchtelingen van noodhulp te voorzien is voor slechts 24% gefinancierd. Het vergt weinig inlevingsvermogen om te bedenken dat dit tekort van meer dan 4 miljard dollar van de oversteek naar Europa voor veel vluchtelingen een nog aantrekkelijker alternatief zal maken dan het al is. De brief van het kabinet van deze week, met daarin samenhangende voorstellen die neerkomen op regionale opvang, bevat dan ook terecht het besluit om 110 miljoen euro extra voor uit te trekken.

Daarnaast zal de wijze waarop vluchtelingen worden opgevangen moeten worden herzien. De werkwijze van UNRWA, de speciaal voor Palestijnse vluchtelingen opgerichte VN-organisatie, kan hiervoor als voorbeeld dienen. Het klinkt misschien gek om een VVD-Kamerlid, gezien de lange lijst van kritiek van de VVD op deze organisatie, UNRWA als een voorbeeld te horen noemen. Als we de wijze van opvang van UNHCR en UNRWA vergelijken kan echter één verdienste van UNRWA niet onopgemerkt blijven: we kunnen niet ontkennen dat deze organisatie er al 40 jaar lang in slaagt om de Palestijnse diaspora dermate goed te verzorgen – met huisvesting, scholing, gezondheidszorg en werkverschaffing – dat de bijna 4 miljoen opgevangen Palestijnen (evenveel als het aantal Syrische vluchtelingen) in de regio zijn gebleven en, in elk geval niet massaal, de oversteek naar Europa hebben geprobeerd te maken. De omstandigheden zijn lokaal weliswaar verre van ideaal, maar deze is beperkt en beheersbaar gebleven en UNRWA is erin geslaagd vluchtelingen de terugkeer naar het land van herkomst te laten prefereren boven de doorreis naar Europa.

Willen we de enorme migratiestromen beperken en de vele miljoenen ontheemden regionaal opvangen, dan zullen we de vaak dodelijke tocht naar Europa moeten ontmoedigen met Europese maatregelen (zoals al eerder door mijn fractiegenoot Azmani is bepleit). Ook moeten we de wijze van opvang hervormen, om zo regionaal verblijf aantrekkelijker te maken. Daarmee vervullen we niet alleen een humanitaire plicht, maar handelen we ook in ons pure eigenbelang; regionale opvang houdt Europa veiliger. Bovendien zal verdere investering in regionale huisvesting nog altijd goedkoper zijn dan de 27.000 euro die we momenteel per jaar per individuele asielaanvraagprocedure kwijt zijn. Laten we als Nederland daarom het voortouw nemen om de verschillende VN-(vluchtelingen)organisaties zodanig te hervormen, zodat ze gaan bijdragen aan regionale opvang en handelen in het belang van hun belangrijkste donorlanden. Misschien dat we dan van de VN toch nog een beetje een rechtse hobby kunnen maken.

Han ten Broeke is lid van de Tweede Kamer en namens de VVD-fractie de woordvoerder buitenlandse zaken.