Nederland is een parlementaire democratie. De uitvoerende macht, het kabinet, heeft na de regeringsverklaring het vertrouwen gekregen van het parlement om te regeren. Je zou denken dat het kabinet zijn best doet om dat vertrouwen van het parlement te houden. De afgelopen weken hebben de regering en de regeringspartijen de neiging gehad om vooral om het parlement heen te regeren. Drie voorbeelden illustreren dit.

De zorgwet

Minister Schippers stelt voor de vrije artsenkeuze te beperken. Als je zorgverzekeraar nu geen contract heeft met een zorgverlener heb je meestal recht op tenminste 75% vergoeding. Zij wil dat terug brengen naar een percentage dat de zorgverzekeraar kan vaststellen. Dat kan dus ook 0%. Het debat is gecompliceerd, omdat het kamerlid Schippers in 2004 en 2005 juist warme pleidooien hield voor een minimum vergoeding bij niet gecontracteerde zorg. Zie bijvoorbeeld dit amendement van haar met D66. Toen minister Schippers een wet indiende om de mogelijke vergoeding te verlagen, dienden Van der Staaij en Slob ook vrij direct een amendement in om dit niet door te laten gaan. Zij behoorden toen nog tot de oppositie, in het eerste jaar van de regering.

Voor de verzekeraars is deze aanpassing de voorwaarde om mee te doen aan een convenant over kostenbeheersing. Zij denken daarmee zorgaanbieders onder grote druk te kunnen zetten. In het nieuwsbericht over het zorgakkoord in juli 2013 staat dit overigens niet vermeld. In de tekst zelf wel. Want niemand verdedigt dit dus politiek naar buiten. Later trekken Van der Staaij en Slob hun amendement ook in omdat er een politieke deal is met onder andere een PGB in de zorgverzekeringswet.

Na veel onderhandelen gaat dus iedereen akkoord, inclusief de VVD, D66, SGP en CU die allemaal ooit tegen waren. Zoals bekend sneuvelt het juist door toedoen van 3 PvdA senatoren vlak voor Kerst. Einde voorstel zou je denken. Dat pakt behoorlijk anders uit. Na drie dagen onderhandelen, inclusief een huisbezoek voor een senator, spreken VVD en PvdA af dat zij opnieuw een wetsvoorstel indienen met alle niet-controversiële punten en dit zeer controversiële punt, waarbij randvoorwaarden beter toegelicht zullen worden. Dit mag in een democratie: het kabinet kan een nieuw wetsvoorstel indienen. Maar ze gaan een stap verder. Als het wetsvoorstel het niet haalt, dan houden de regeringspartijen en de regering zeer nadrukkelijk de optie open om een Algemene Maatregel van Bestuur in te dienen onder artikel 126 van de zorgverzekering, die stelt dat je dat kunt doen in onvoorziene omstandigheden. Dit noodrem artikel ziet om onvoorziene omstandigheden en niet op een twee keer verworpen voorstel. Het Kabinet laat een geheim advies maken door de landsadvocaat waarin zou staan dat het ook per AMVB kan.

Ze legt hiermee een bom onder de wankele steun van bijvoorbeeld SGP, CU en D66 in deze. Maar ze doet nog iets veel ergers: het trekt de Koning het politieke proces in. De Koning moet elke AMvB mee-ondertekenen. Het is een koninklijk besluit. Wanneer Koning Willem-Alexander deze AMvB krijgt voorgelegd moet hij besluiten of hij tekent en daarmee het kabinet verlof geeft de Staten-Generaal te passeren op een manier die de wetgever eerder zo niet bedoeld heeft. Of hij weigert te tekenen en ook dat is een zeer politieke beslissing. Het kabinet lijkt niet te beseffen hoezeer zij de Koning in een onmogelijke positie brengt met dit ongewenste trucje.

De naheffing van Brussel

Op 24 oktober meldde minister Dijsselbloem voor de camera: “Blijkbaar is er een tabel op internet gezet, zonder dat er van tevoren iets over is gemeld aan de lidstaten. Dus ook in die zin zijn we verrast.” De Europese Commissie had Nederland echter al op 17 oktober informatie gegeven en die was naar 7 ministeries gestuurd en Dijsselbloem had daarover diezelfde avond al veel over gemailed. Hoe we dat laatste weten? Een WOB van de Telegraaf dat op 19 december verstuurd werd, een dag nadat een meerderheid van de Tweede Kamer had ingestemd. Daarin werd 90% van de informatie geweigerd. Hoezeer de Kamer het memo van 17 oktober ook vroeg, zij kreeg het niet, omdat dat de onderhandelingspositie van Nederland kon schaden. Tegelijkertijd kon er niet onderhandeld worden over de naheffing en zat het stuk ook niet bij de WOB, omdat het „de verhoudingen met betrekkingen van Nederland met andere staten en met internationale organisaties” zou schaden. Dit terwijl de commissie zelf behoorlijk verbaasd was over de Nederlandse verbazing en meldde dat het op 17 oktober al was gemeld.
Ook andere documenten bleven vertrouwelijk en Kamervragen werden nauwelijks beantwoord.
Toen de PVV in de Eerste Kamer een debat wilde houden, omdat ook die Kamer gewoon het begrotingsrecht heeft, kwam er een memo (hier bijgevoegd, maar niet officieel op internet omdat het geen brief is), die uitlegde dat er een verplichting was tot betaling die voortvloeit uit Europese wetgeving. Nederland had echter zelf gekozen om dit jaar te betalen en niet te wachten op de totale verificatie van de cijfers. Overigens was het feit dat een revisie van de cijfers tot een nabetaling kon leiden ook bij minister Dijsselbloem nog niet bekend op 27 april, toen hij in de Kamer meldde dat een herziening van eerdere jaren zoals 2010 en 2011 tot een naheffing zou leiden.

Dat debat vindt nu dus plaats in januari, na de betaling. Het is nog zeer de vraag of wij na de betaling nog de memo van 17 oktober krijgen, maar Kamervragen daartoe en een WOB verzoek zijn ingediend.

Toen de regeringspartijen de interpellatie op 22 december tegenhielden in de Eerste Kamer, debatteerden zij wel over wet op de topinkomens, want die moest op 1 januari ingaan. Nou, we hebben gezien dat de VVD ministers hem ieder voor hun eigen departement al een jaar hebben uitgesteld omdat ze dat per ministerieel besluit zelf konden besluiten. In de wet zit zelfs de mogelijkheid om hele sectoren per ministerieel besluit, waar geen kabinet, koning of parlement aan te pas komt, uit te blijven sluiten.

De EU pensioenwetgeving

Hoe behandelt de Tweede Kamer dan Europese wetgeving zult u vragen. Neem de nieuwe versie van de pensioenrichtlijn. Daartegen had de Kamer zoveel bezwaar dat ze mij aanstelde als rapporteur, een gele kaart wilde uitdelen aan Brussel en een behandelvoorbehoud maakte. Ofwel, de Kamer trok alle middelen uit de kast om dit voorstel, dat een volgende stap is naar een Europese pensioenunie, tegen te houden.
Achter de schermen en buiten het zicht van de Kamer werd flink onderhandeld en toen de regering twee concessies kreeg, ging zij akkoord met 70 pagina’s nieuwe pensioenwetgeving in Brussel. Zij wachtte een week totdat zij dit op een donderdag meldde. De bedoeling was namelijk om die woensdag erop akkoord te gaan. Wat mij restte was een kort debat met twee minuten spreektijd, waaraan ik als enige deelnam en voorstelde om ten minste te kijken welke gevolgen die voor Nederland heeft en daar een paar weken de tijd voor te nemen. Een meerderheid wees zelfs dat verzoek af en zo vond een snelle overdracht van een stukje soevereiniteit plaats.
Een uitgebreidere uitleg vindt u hier.

Stof tot nadenken
Al deze drie besluiten nam de regering in een maand. En drie keer lijkt een meerderheid van de Kamer bewust de controlerende rol ten opzichte van de Kamer niet te willen pakken en lijkt de regering daar ook zeer actief op te sturen. Regeringspartijen zijn bang voor een open discussie en zeer bewust stuurt de regering document laat of niet naar het parlement. Dit zijn tekenen van erosie binnen het democratisch bestel, een erosie die gestopt moet worden in 2015.