Stel je voor: begin een politieke partij die alles zo anders doet, dat je het democratische bestel van binnenuit kan hervormen. Zónder kieswetwijziging, grondwetswijziging en jarenlange vruchteloze Kamerdebatten.

Dat was in een notendop het idee van mijn artikel hier twee weken geleden. Jullie hebben gereageerd, hier en ook op andere fora, dank daarvoor. Bij dezen mijn antwoorden en vervolg.

Moeten we niet gewoon meer directe democratie (zoals D66 altijd heeft gewild)?

Als daar mee bedoeld wordt: referenda, gekozen bestuurders op landelijk en regionaal niveau: zeker. Maar mijn voorstel gaat daar niet over. Waarom niet? Omdat het huidige kiesstelsel, met evenredige vertegenwoordiging en nul kiesdrempel, nooit voldoende meerderheid zal genereren voor een betekenisvolle wijziging van het systeem (vastgelegd in de Grondwet). De geschiedenis heeft het afdoende bewezen, veranderingsvoorstellen halen het nooit. Ons democratische bestel is inherent vastgeroest. Er wordt nooit iets afgeschaft en er komt nooit iets bij, ondanks grootspraak van hitsige fractievoorzitters. Dat was de grote frustratie van Hans Van Mierlo die ooit D66 oprichtte om het bestel te verbeteren, maar stuitte op een in beton gegoten Grondwet en partijkaders die daar niets aan wilden veranderen.

Eigengereide volksvertegenwoordigers met deelbelangen?

De reactie van “Ernst” was me uit het hart gegrepen. De afgelopen decennia heeft persoonlijkheid, stardom, individualisme en – ja, ontegenzeggelijk – populisme zijn intrede gedaan in de politiek. Parlementariërs gaan steeds meer hun eigen gang en zetten gelukkig de partijdiscipline steeds vaker bij het oud vuil. Mevrouw Barth van de PvdA (lees ook dit stuk hier) klaagt steen en been over deze machocultuur. Ze kon haar eigen fractiegenoot Adri Duivesteijn, die de testosteron bij wijze van suiker in de koffie doet, evenmin intomen. Welkom in de nieuwe wereld.

Het leidt tot erosie van partijdiscipline en coalitiedwang, en dus tot instabielere kabinetten. Nou en? De politiek past zich wel aan. Premier Rutte heeft al eens met een minderheidskabinet geregeerd en leidt het land nu dus met een uitgebreide gedoogcoalitie. Soms bewerkt hij individuele parlementariërs, op zoek naar een meerderheid voor wetsvoorstellen. En het lijkt hem en zijn partij te bevallen. Er komt een generatie politieke bestuurders op die gewend is aan de omgang met wisselende meerderheden in het parlement. Zo moet een administration in de VS vaak ook regeren.

Wat zou er veranderen als er in de Kamer een partij zit met een hoop eigengereide individuen, die elk een eigen mandaat hebben, en zich niets gelegen laten liggen aan partijdiscipline – omdat die er niet is? Niet zoveel denk ik. Maar het zou deuren open gooien en frisse vernieuwingswinden toelaten in het muffe Den Haag. Er kunnen nog steeds meerderheden worden gevormd waarmee geregeerd kan worden. Met dat verschil dat volksvertegenwoordigers zelf de besluiten daartoe nemen, en niet de partijleiding en fractievoorzitter. De coalitiemeerderheid die nu de basis is voor een kabinet is kunstmatig en afgedwongen, en verhindert een goede controlefunctie van het parlement.

Internet en voorkeurstemmen.

Mijn ervaring met campagnevoeren (ik heb het een aantal malen gedaan op landelijk en regionaal niveau voor D66) gaven me al jaren geleden het inzicht dat online media enorm krachtige instrumenten zouden worden. In de VS is grassroot campaigning, het werven van stemmen op hyperlokaal niveau in rechtstreeks contact met de kiezer, al decennia gemeengoed. De stap naar digitaal grassroot campaigning is daar al lang gemaakt. Barack Obama won met social media zijn verkiezingen. We zien hier steeds meer volksvertegenwoordigers het ook doen, en ze halen er soms indrukwekkende aantallen voorkeursstemmen mee.

Op diverse social media zien we inspirerende persoonlijkheden enorme communities opbouwen. Natuurlijk werkt eerder opgebouwde bekendheid van tv mee. Echte celebrities, ook Nederlandse, hebben miljoenen volgers. Maar Rapper Keizer heeft in een paar jaar uit het niets 106.000+ Facebook-likes verzameld, zijn tweets worden door 85.000 twitteraars gevolgd. Nog beter voorbeeld is Arjan El Fassed. Kent u die niet? Hij is internetactivist, opendata-advocaat en ook oud-Kamerlid: 256.000 volgers. Halbe Zijlstra (14000 volgers), eat your heart out.

Een partij die dat goed organiseert, kandidaten uitdaagt hun eigen mandaat aan kiezers te winnen en ze professioneel en innovatief ondersteunt, zou wel eens een hele lijst van met voorkeurstemmen gekozenen kunnen afvaardigen. Niets in de kieswet staat dat in de weg.

Hoe kan je dat organiseren?

Stel, je richt een nieuwe partij op, we noemen hem maar even pretentieus “de Nieuwe Democratie”. Partijen oprichten is niet moeilijk of duur, het gebeurt bij elke verkiezing weer.
“ND” manifesteert zich meteen online en opent een inschrijving voor kandidaten. Een contest. Volksvertegenwoordigers in spé moeten zich melden met een quotum aan actieve volgers. Zij mogen een eigen domein, zeg maar een ‘virtueel district’ afbakenen. Het kan een maatschappelijk thema zijn, maar ook een eigen afgebakende geografische regio die ze willen vertegenwoordigen. Uiteraard screent de ND de kandidaten eerst op geloofwaardigheid, betrouwbaarheid (ook van hun community) en of ze wel in alle opzichten de Nederlandse wet respecteren. Dat moet extremen en onzuivere types weren.

De partij organiseert een interne verkiezing met een lijst van kandidaten die dingen naar een plek op de definitieve kieslijst. De kandidaten dirigeren hun community naar deze online verkiezing. Diegenen die een voldoende groot aantal volgers weet te bewegen tot daadwerkelijk stemmen wint een plaats op de kieslijst voor de echte verkiezingen. De ND kan bijvoorbeeld bepalen dat minimaal de kiesdeler gehaald moet zijn, het minimum aan stemmen dat goed is voor één zetel in de Kamer (nu circa 63.000).

Vervolgens schrijft ND zich in voor de Tweede Kamer- of Eerste Kamerverkiezingen, met een lijst van kandidaten die in staat moeten worden geacht opnieuw de kiesdeler te halen. Uiteraard zal dat moeilijker blijken in het mediageweld van een verkiezingscampagne, maar verrassingen zijn de wereld nog niet uit. Alles zal afhangen van de eigen campagne die de kandidaten voeren in hun community, en of ze hun volgers daadwerkelijk weten te binden. Maar juist die band tussen de kandidaat en zijn eigen kiezers is cruciaal voor een goed werkende democratie, en die missen we nu.

En dan?

Dan hebben we een nieuwe politieke partij aan het firmament. Eerst vast nog klein, wie weet steeds groter. Zonder eigen partijprogramma. Zonder partijdiscipline. Met veel standpunten, opportunistisch zo je wilt – eh, wat is daar anders aan? Met een lijsttrekker die fractievoorzitter wordt, maar niks te zeggen heeft. Want elke gekozen volksvertegenwoordiger blijft zijn eigen baas. Bij elk debat kiest de fractie zijn beste woordvoerder op dat thema. De ND maakt goede afspraken daarover. Steunen de fractieleden het kabinet? Soms wel. Soms niet. Doe je best maar, Mark. En misschien steunen de ND-parlementariërs wél echte hervormingen aan het bestel.

Is het tijd voor een Nieuwe Democratie? Zegt het voort en geef je mening ook onder de hashtag #NieuweDemocratie