Binnen de Europese Unie zijn pensioenen hoofdzakelijk een nationale bevoegdheid. het is onderdeel van het arbeidsrecht en sociale zekerheid en daar gaan de nationale Lidstaten over. Echter een nieuwe richtlijn (Europese wet) beoogt een forse volgende stap te zetten naar een Europese pensioenmarkt en schrijft dat ook even heel helder op in de introductie.

Directive 2003/41/EC represented a first legislative step on the way to an internal market for occupational retirement provision organised on a European scale. A genuine internal market for occupational retirement provision remains crucial for economic growth and job creation

Dit voorstel komt zo uit de lucht vallen. Afgelopen donderdag stuurde staatssecretaris Klijnsma het aan de Kamer. Aankomende woensdag staat het op de agenda van de COREPER: dan zal de Nederlandse permanente vertegenwoordiger bij de EU ermee instemmen als het aan Klijnsma en het kabinet ligt. En zetten we een forse stap richting pensioenunie.

Slecht idee

Dit is om twee reden een heel slecht idee: Nederland moet helemaal niet willen streven naar een interne markt van pensioenfondsen, waarbij een Nederlandse werkgever een pensioenfonds kan opzetten in zeg Cyprus, ook al zitten daar een paar waarborgen aan.

En er moet een open debat in de Staten-Generaal en wellicht in de samenleving plaatsvinden voordat de Nederlandse regering instemt met een voorstel dat ons pensioenstelsel met een vermogen van 1200 miljard raakt. Slechts een paar andere landen hebben zo’n pensioenstelsel. De meeste andere Lidstaten hebben geen grote reserves. Een Europese markt is dus een slecht idee en niet in het Nederlandse belang.

Hoezo instemmen?

De plannen voor een nieuwe richtlijn met uitgebreide bevoegdheden voor de Europese Commissie zijn niet nieuw. De Tweede Kamer heeft zich hier constant tegen verzet.

Al in 2006 nam de Kamer een motie van mij aan om niet akkoord te gaan met een nieuwe pensioenrichtlijn. En toen in 2010 nieuwe voorstellen op tafel kwamen voor de huidige richtlijn benoemde de Kamer mij als rapporteur om dat samen met andere landen tegen te houden. Tegen mijn zin beëindigde een deel van de Kamer dat rapporteurschap, toen de laatste commissie aangaf het niet te zullen en kunnen doorzetten. Want zij dachten dat het daarmee van tafel was. Dat was en is het niet.

Kamer zand in de ogen gestrooid

De richtlijn kwam weer terug en de Tweede Kamer sprak opnieuw haar njet uit middels mijn motie. Dat was een paar weken voor de gemeenteraadsverkiezingen. Na de verkiezingen maakten de regeringspartijen een behandelvoorbehoud. Nu werd slechts vastgelegd wat de regering wel en niet mocht doen. Lees de brief even met de afspraken.

Ofwel: regering, u mag geen stap zetten zonder de Kamer te informeren wat voor een opties er op tafel liggen. De afgelopen weken kreeg de Kamer wat zand in de ogen gestrooid omdat de IORP-richtlijn zelfs op het lijstje stond om niet door te zetten in de opschoonactie van commissaris Timmermans.

En nu dus de procedurele truc: op 28 november ontvangt Klijnsma het compromis waar ze kennelijk heel veel over heeft onderhandeld. Dat stuurt ze op donderdagmiddag 4 december aan de Kamer maar natuurlijk niet nadat ze een juichend persbericht heeft rondgestuurd. “Brussel komt Nederland tegemoet op pensioenrichtlijn”

Het werd door de media prompt zo overgenomen, zonder zich echt duidelijk af te vragen waarmee Nederland zou instemmen.

Nou de opdracht was toch echt niet instemmen met de richtlijn. Aanstaande dinsdag moet Klijnsma het moeilijke nieuwe financiële toetsingskader in de Eerste Kamer verdedigen. Er is dus bewust geen tijd meer om hierover te spreken.

De inhoud

De richtlijn gaat over pensioenfondsen. Stelsels op omslagbasis en met boekreservesystemen (zoals Duitsland) zijn expliciet uitgezonderd. Deze richtlijn gaat dus over Nederland, het VK, Ierland en Denemarken. En niet over de andere 24 landen. De grootste problemen doen zich echter in die 24 landen zonder pensioenfondsen voor. Die mogen nu wel proberen om nog makkelijker fondsen op te zetten. En om te blokkeren heb je meer dan vier landen nodig, dus dat wordt lastig. De echte probleem met pensioenen in Europa, namelijk dat veel landen helemaal niet gespaard hebben, wordt niet aangepakt met deze richtlijn. Want juist die landen vallen er niet onder.

Verder heeft de richtlijn milde voorschriften over communicatie. Inderdaad in het kader van wie doet wat, gaat de unie een pensioenoverzicht verplicht stellen. Nederland is vooral blij dat het huidige overzicht op dit moment aan de EU-regels voldoet. Maar het stelt zich niet de principiële vraag of de Unie dit moet harmoniseren. Voor de duidelijkheid, ook al hebben we een bankenunie, de EU schrijft niet precies voor hoe een bankafschrift eruit moet zien.

Geen tijd voor lezen en bevatten

Verder is het natuurlijk gewoon 79 pagina’s wetgeving: over onder welke voorwaarden je je fonds kunt verplaatsen, hoe je pensioengeld kunt overdragen zonder Lidstaten. Maar ook regels hoe je toezicht moet houden. De Europees toezichthouder kan zelfs de formulieren en methodes voorschrijven die de Nederlandse toezichthouder DNB moet gebruiken voor haar toezicht.

Ik kan in een weekend niet de reikwijdte van alle regels bevatten. Voor dit soort ingewikkelde wetgeving heb je normaal gesproken een hoorzitting met experts. Je leest het goed en laat het bezinken. Daar is nu geen tijd voor.

Daarom heb ik deze vragen gesteld. Staatssecretaris, geef iedereen gewoon 1,5 maand de tijd en laten we dan beslissen, nadat we ons hebben laten informeren. Ik ben zeer benieuwd of de regeringspartijen, die de met ons een gele kaart wilden geven aan de commissie voor deze richtlijn, ten minste deze zorgvuldigheid in acht willen nemen.