De sociaal-democraten moeten verantwoordelijkheid nemen.

In de Volkskrant van deze ochtend stond een artikel met de hoopvolle kop: ‘Burgemeesters: PvdA moet gaan meeregeren’. Helaas bleek de soep in werkelijkheid heter dan dat ie werd opgediend, want de lokale PvdA-politici verbonden allemaal dure voorwaarden aan de kabinetsdeelname van hun partij.

Jan Hamming, de burgervader van Heusden, vond dat PvdA alleen mocht meeregeren in een breder verband. En Jop Fackeldey, wethouder in Lelystad, wilde niet dat zijn partij in een coalitie alleen zou komen te staan tegenover het motorblok en vond dat GroenLinks en de SP moesten aanschuiven.

GroenLinks. Opnieuw. Terwijl deze parij tot twee keer toe de coalitieonderhandelingen heeft afgebroken. En de Socialistische Partij. Terwijl de tomaatrode socialisten de verkiezingen zijn ingegaan met de belofte dat ze onder geen beding met de VVD willen regeren. En terwijl Emile Roemer laatst tegenover het Algemeen Dagblad stelde dat het ‘motorblok’ van VVD, CDA en D66 uit elkaar gehaald moet worden.

Ergo. Lokale PvdA-politici vragen ondanks de slechts negen zetels die hun partij in de Tweede Kamer heeft een veel te hoge, zo niet onmogelijke prijs voor kabinetsdeelname.

Als Lodewijk Asscher naar de PvdA-burgemeesters en -wethouders luistert dan komt er voorlopig nog geen kabinet. Hopelijk is Asscher echter wijs en kiest hij voor het landsbelang. De PvdA is, in tegenstelling tot GroenLinks en de SP, een linkse partij die verantwoordelijkheid durft te nemen en die in het verleden vaak verantwoordelijkheid heeft genomen. En de PvdA is voor VVD en D66 vele malen aantrekkelijker dan de ChristenUnie.

Gezien de onbuigzame houding van de burgemeesters en wethouders ziet het er echter naar uit dat het nog een lange weg wordt voordat er een nieuwe regering op het bordes verschijnt.