Om de zoveel tijd lees je opinies over partijfusies die zouden moeten gaan plaatsvinden, omdat dat beter is voor links of voor rechts, voor het christendom of voor het land.

 

De meeste partijfusies zijn uit nood geboren. In 1980 fuseerden KVP, ARP en CHU tot het CDA, omdat de drie afzonderlijke partijen sinds 1967 flink hadden moeten inleveren en ze de macht wilden blijven behouden. Dit lukte, want hoewel de christendemocraten niet over een parlementaire meerderheid beschikten waren ze tot 1994 in elke coalitie vertegenwoordigd. Ze konden VVD en PvdA tegen elkaar spelen, zoals de KVP dat vroeger ook had gedaan.

In 1991 ontstond GroenLinks, een fusie van CPN, EVP, PPR en PSP. Ook deze fusie was uit nood geboren. Het ging in de jaren tachtig slecht met de klein-linkse partijen. De CPN verdween in 1986 uit de Kamer en de christelijk-pacifistische EVP ook, terwijl PPR en PSP veel kleiner waren geworden. Om als idealistisch hoogopgeleid links toch nog een vuist te maken werd besloten tot samenwerking, dat leidde tot een algeheel samengaan. GroenLinks was gematigder dan de voorgangers, met uitzondering van de PPR. Dit leidde tot het ontstaan van splinterpartijtjes als de NCPN en PSP’92, die echter nooit iets zouden bereiken, en de overstap van veel oud-PSP’ers naar de SP.

De ChristenUnie, die in 2000 tot stand kwam, was in zekere zin ook uit nood geboren. Ofschoon GPV en RPF in tegenstelling tot de partijen van klein links niet het gevaar liepen om niet meer in de Tweede Kamer te worden verkozen was het gevoel een marginaal geluid te verkondigen zeer sterk geworden. Beter was het daarom om de krachten te bundelen, zodat er echt een vuist tegen het seculiere paars gemaakt kon worden. Ofschoon de ChristenUnie aanvankelijk veel problemen kende (het conflict tussen Kars Veling en Leen van Dijke met name) ging in 2007 de kogel door de kerk met het aantreden van het kabinet-Balkende IV. De ChristenUnie maakte ook deel uit van deze coalitie en leverde twee ministers en een staatssecretaris. Helaas voor de ChristenUnie (en fijn voor de seculieren) werd er op christelijk vlak niks bereikt.

En dan komen we bij de PvdA en GroenLinks uit. Hoewel er tussen de achterbannen van GroenLinks en PvdA veel overlap is lijkt een fusie uitgesloten. Dat komt omdat een partij, GroenLinks namelijk, helemaal geen baat heeft bij deze fusie. De PvdA is weggevaagd bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2017 en de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart dit jaar, maar GroenLinks deed het verrassend goed. Waarom zou GroenLinks willen fuseren met een partij die op sterven na dood lijkt te zijn? Je gaat als succesvol bedrijf ook niet fuseren met een bijna failliete onderneming. Die laat je links liggen. Of je doet een al dan niet vijandige overname.

Het is te hopen dat de PvdA weer een beetje opkrabbelt. In tegenstelling tot het elitaire, utopische GroenLinks is de PvdA een volkspartij, die elite en volk in een partij probeert te verenigen. De groeiende kloof tussen hoger- en lageropgeleiden wordt niet opgelost door een partij die alleen voor bakfietsmoeders, gesubsidieerde kunstenaars en linkse activisten opkomt, die vrijwel zonder uitzondering wit zijn. Allochtonenpartijen als DENK, NIDA en BIJ1 versterken de kloof ook. De PvdA, ofschoon we graag op deze partij kankeren, is veel breder. Laten we hopen dat de PvdA een goede doorstart maakt. Dat is goed voor links, maar ook voor ons land.

 

Afbeelding: Wikimedia / Wikipedia Commons