Het in een politiek debat de vergelijking maken met de nazi’s of de Tweede Wereldoorlog, de zogenoemde Godwin, wordt over het algemeen als ”not done” beschouwd. Wie dit in een discussie als eerste doet, heeft verloren. Toch wordt de Godwin te pas en te onpas gebruikt. 

In bijna alle gevallen is de Godwin een goedkope en bovenal onzinnig manier om je politieke tegenstander zwart (of bruin zo u wilt) te maken. Vaak zijn Godwins behoorlijk vergezocht. Als parodie hierop wordt dan ook vaak de retorische vraag ”Weet je wie ook…?” gesteld. Het antwoord is dan natuurlijk Adolf Hitler.

Door het overmatige gebruik ervan valt deze ”debattechniek” amper nog serieus te nemen. Met name sommige mensen ter linkerzijde van het politieke spectrum vinden rechtse voorstellen al snel nazistisch of bruin. Maar uiteindelijk is dat ontzettend zonde, want uiteraard bestaan er gevallen waarbij de vergelijking tussen een persoon of partij met het nazisme gerust te maken valt. Zeker nu het politieke debat grotendeels wordt gekaapt door extremen van beide kanten van het politieke spectrum en de retoriek op extreemrechts soms compleet doorslaat, kan men naar hartenlust historisch verantwoord Godwinnen.

Een groot misverstand bij mensen die elke vorm van Godwin met klem van de hand wijzen is dat de vergelijking wordt getrokken met de nazi’s gedurende de Tweede Wereldoorlog en de holocaust. Maar het gaat nu juist om het ontluikende kwaad van de nazi’s aan het begin van de jaren ’30. De retoriek waarbij het volk werd opgehitst tegen een bepaalde bevolkingsgroep en de democratie langzaam maar zeker werd uitgekleed totdat er uiteindelijk een dictatuur gevestigd was. Toen was het te laat. Een Godwin wil niet zeggen dat de treinen naar het oosten al klaarstaan.

De persoon die een Godwin om de oren krijgt, hoeft zich zelf dus helemaal niet bewust te zijn van deze parallel. De nazi’s bedachten ook niet van de één op de andere dag dat zij een oorlog zouden starten en Joden zouden gaan deporteren. Nu hoeft ook een Godwin nog niet te betekenen dat de persoon of partij in kwestie dat laatste of iets dergelijks uiteindelijk zal doen, maar het gaat met name om de tendens waarin een democratie met sterke retoriek tegen zaken als het parlement, de rechtsstaat, de media en andere aanverwante zaken uiteindelijk met steun van een meerderheid wordt afgeschaft. Minderheden zijn daar per definitie de dupe van.

Er mogen best wat minder Godwins gemaakt worden in het publieke debat. Als een staatssecretaris een door de rechter uitgewezen asielzoeker laat uitzetten, heeft dat niets met ”deporteren” te maken. Maar in veel gevallen kan men elkaar best een spiegel van de jaren ’30 voorhouden. En als elke Godwin wordt afgewezen, kan het plots gebeuren dat er doodleuk wordt beweerd dat je neonazi’s die in Charlottesville met hakenkruizen zwaaien volgens sommigen al geen nazi mag noemen. Ongelooflijk maar waar.

 

Afbeelding: boekverbranding door de nazi’s in 1933 (Wikimedia Commons).