Het staat zo helder geformuleerd in het eerste amendement op de Amerikaanse Constitutie: Gij, regering, zult geen wetten maken die een bepaald geloof of religie aan de samenleving opleggen, gij zult, dames en heren politici, de vrijheid van godsdienst niet aantasten, de vrijheid van meningsuiting niet inperken, niet optreden tegen het recht op vreedzame vergadering.

Dit amendement werd op 15 december 1791 aangenomen en is één van de tien amendementen op de Amerikaanse Grondwet die samen de Bill of Rights vormen. Maar VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra heeft van dit alles waarschijnlijk nog nooit gehoord.

In een groot interview met het dagblad Trouw – die krant die vroeger haar best deed om misschien wel de beste krant van Nederland te worden – bepleitte hij de mogelijkheid om kerkgenootschappen te gaan vervolgen. ‘Religie’, zo zei hij, ‘kan nooit een dekmantel zijn voor een politiek-ideologische aanval op onze rechtsstaat. In die salafistische kringen worden dingen geroepen en gezegd die echt ondermijnend zijn voor onze democratische rechtsstaat. Als je kijkt naar wat in sommige islamitische groeperingen geroepen wordt, en je zou daar het woord ‘Allah’ vervangen door ‘Hitler’ of ‘Stalin’ of dat soort types, dan zouden we met z’n allen in totale paniek schieten. Maar nu het onder het kopje religie wordt gebracht, kunnen we er niets aan doen. Daar moeten we vanaf. Niet: o jee, het is geloof, laten we er niet al te moeilijk over doen. Wettelijk kunnen we religieuze organisaties die te ver gaan nu niet aanpakken. Ons lijkt het verstandig om de clausule die dat onmogelijk maakt, uit de wet te halen. Hij was er om gelovige minderheden te beschermen. Maar het probleem waar de wet tegen beschermt, heeft zich nooit voorgedaan. We hebben er in 2003 als VVD al een keer op ingezet, nu gaan we het afmaken.’

Ik ben het hier dus niet mee eens, omdat ik vind, met de wijze Founding Fathers van de Amerikaanse constitutie, dat een overheid geen geloof mag opleggen en ook niet mag verbieden. Maar laat ik eerst zeggen dat ik wel blij ben met het punt dat Zijlstra wil maken.

Al te lang zijn we uitgegaan van de goede bedoelingen van alle geloven. Al te lang hebben we gedacht – veel te naïef gedacht – dat al die geloven zich voegen binnen de regels van onze democratische rechtsstaat. Dat is niet zo. Er zijn stromingen binnen de islam, het politieke en jihadistische salafisme, die onze samenleving verachten en die zouden willen vervangen door een samenleving gebaseerd op het islamitische geloof en islamitische waarden. Dat is een groot gevaar – vanwege het geweld, vanwege de degradatie van alle anderen tot tweederangsburgers.

Toch verbiedt ons Burgerlijk Wetboek de vervolging van geloofsgemeenschappen. En zo gek is dat natuurlijk niet. Vervolging gebeurt altijd op grond van een verdenking van een strafbaar feit gepleegd door een individu.

Zijlstra rept, in de tweede plaats, van onze democratische rechtstaat die hij wil beschermen. Het zou interessant zijn wanneer Zijlstra eens precies zou uitleggen waarin die rechtstaat volgens hem bestaat en waardoor die wordt begrensd. Als er dan al een verhaal komt, zal dat een zeer liberaal verhaal zijn, denk ik, en het is nog maar de vraag (nee dus) of die interpretatie van onze Grondwet in Nederland het alleenrecht heeft of moet krijgen.

Het grote probleem met liberalen is dat zij zich een verlichte voorhoede wanen, die niet alleen veel beter dan anderen weten hoe ons politiek systeem in elkaar zit en begrensd wordt maar ook willen dat alle andere mensen in Nederland precies zo gaan denken. Het ‘aanpakken’ van religieuze gemeenschappen is dan al gauw aan de orde.

Weet u wanneer er in Nederland voor het laatst mensen om hun geloof zijn vervolgd? Daar hadden we geen fundamentalistische christenen of salafistische moslims voor nodig. Het waren liberalen die zo rond 1835-1840 een liberale minister van Justitie hadden (de heer Felix van Maanen) die christenen vervolgde omdat zij zich afscheidden van de Nederlandse Hervormde Kerk – een kerk die, nota bene, door de koning (Willem I) was gereorganiseerd om hem beter behulpzaam te kunnen zijn bij de realisatie van zijn politieke doelstellingen.

Let tegen deze achtergrond op de taal en woordkeus van de heer Zijlstra: ‘Maar juist dan moet je als maatschappij heel helder zeggen: als je hier wil leven, dan moet je je aan onze waarden gaan houden. Diegenen die een islamitische maatschappij willen waar vrouwen tweederangsburger zijn, waar homo’s worden verketterd en waar andere geloven niet zijn toegestaan, ga dan gezellig naar Saudi-Arabië of zo. Blijf dan niet in Nederland wonen om die maatschappij in Nederland te creëren. Dat is wat je sluipenderwijs ziet gebeuren.’

Met Zijlstra ben ik van mening dat er binnen sommige stromingen in de Nederlandse moslimgemeenschap opvattingen worden gekoesterd die een bedreiging vormen van onze rechtsstaat. Zodra die opvattingen naar buiten komen en in strijd blijken met ons wetboek van strafrecht kunnen we degenen die bepaalde zaken zeggen en bepleiten, ‘aanpakken’. Niet hele geloofsgemeenschappen – ook al niet omdat dit in de praktijk ondoenlijk is.

Een democratie moet weerbaar zijn. Maar juist daarom moet zij de grenzen niet alleen scherp en duidelijk maar ook helder en zuiver blijven trekken.