Atheïstische polemist Hans de Vries over waarom zijns inziens de vrijheid van onderwijs na 100 jaar afschaft moet worden. 

 

 

Als politieke bestuurders (landelijk en gemeentelijk) niet blij kunnen zijn met de gevolgen van de wetgeving waar ze zelf verantwoordelijk voor zijn, dan is er iets wezenlijks mis. Als je politieke opvatting over goed onderwijs niet meer overeenkomt met wat je moet uitvoeren als staatssecretaris, dan heb je, of vier jaar niks gedaan, of niets kunnen doen omdat de Tweede Kamer dit niet aandurfde. Dus ben je medeverantwoordelijk voor de wetgeving van het zogenaamde ‘vrijheid van onderwijs’ waar je politiek-bestuurlijk niks mee kunt. Als je als wethouder zegt dat het bestuur van de islamitische scholenorganisatie ‘met de rug naar de samenleving staat’ gedoog je hun afzondering en tolereer je het bestuur van de religieuze school dat eist om nog meer segregerend geloofsonderwijs te realiseren. Hiermee wordt het bewijs geleverd dat artikel 23 van de Grondwet ‘de aanhoudende zorg van de overheid voor het onderwijs’ volledig is vastlopen. De overheid kan alleen nog maar lijdzaam toezien dat meer en meer kinderen vergiftigd worden met religieuze onzin die ze doet afzonderen van de maatschappij.

 

Segregatie staat haaks op integratie

Onderwijs op basis van geloof is een belangrijke oorzaak van het verdere uiteenvallen van groepen in de samenleving en draagt actief bij aan het ontstaan van parallelle samenlevingsvormen. De vrijheid van religieus onderwijs is de oorzaak van de huidige sociaal culturele verzuiling. Wil de meerderheid de toenemende extreme afzondering van religieuze groepen mensen in onze samenleving nog steeds omarmen? Natuurlijk niet, maar toch kijken we nog steeds weg van deze realiteit: De realiteit schreeuwt om gezamenlijk burgerschap om integratie actief te realiseren. Openbaar onderwijs mag discriminatie -het uitsluiten van groepen kinderen- niet bevorderen. De bijzondere (religieuze) scholen mogen leerlingen echter wel op geloof discrimineren. Dit is veruit de belangrijkste oorzaak van het falen van de maatschappelijke integratie van deze jonge mensen. De verantwoordelijkheid van het onderwijs voor het zorgen voor socialisatie van de leerlingen wordt dus niet waargemaakt. Grondwetsartikel 23 ‘vrijheid van onderwijs’ wordt misbruikt om het gelijkheidsprincipe van Grondwetsartikel 1 met voeten te treden. Met name de kinderen van islamitische scholen worden geleerd zich af te zonderen van de samenleving en zich af te zetten tegen ‘andersdenkende’ mensen. Het vasthouden aan het onderwijssysteem dat bijdraagt aan het scheiding van groepen op grond van hun geloof is ongewenst in een samenleving waar de integratie en deelname voorop staat. Alleen door het afschaffen van bijzonder religieus onderwijs kan er gelijkwaardigheid voor alle leerlingen ontstaan.

 

Religieus neutraal onderwijs is noodzaak

Alleen religieus neutraal onderwijs (dat wetenschappelijk geborgd is) kan een basis bieden voor het volwaardig participeren van alle mensen in de samenleving. Een belangrijk onderdeel van het onderwijsprogramma dient het onderwerp ‘mensenrechten’ te zijn om het humane gelijkheidsprincipe tussen mensen te realiseren ongeacht geloof, uiterlijk, sekse, geaardheid. De hoogleraar, cognitiewetenschapper en filosoof Daniel Dennett stelde: “Scholen moeten geen onderwijs vanuit één religie geven maar moeten over alle religies onderwijzen.” Alleen dan leidt je jongeren op die onafhankelijk en kritisch kunnen denken, zelfbewust en zelfstandig kunnen handelen, en die die zicht hebben op alle religies, levensbeschouwingen en filosofische bespiegelingen.

Bijzonder geloofsonderwijs is discriminerend en moet worden afgeschaft. Het vasthouden aan de segregatie vanuit Grondwetsartikel 23 belemmert de ‘aanhoudende zorg’ die de overheid heeft voor het onderwijs. Het is de belangrijkste reden voor het mislukken van de sociaal maatschappelijke integratie. Wanneer durven we nu eindelijk te kiezen voor onderwijs dat voor iedereen dezelfde basis biedt, onderwijs waar je je breed kunt ontwikkelen, waarmee je je kunt kwalificeren als gelijken, zodat eenieder -vrij van verstikkende religieuze dogma’s- normaal kan participeren in de samenleving?

 

Afbeelding: Wikipedia / Wikimedia Commons