Psychiater, TPO-columnist en De Nederlandse Leeuw-presentatrice Esther van Fenema wil af van het ‘taboe’ van etnisch profileren. Mensen met ‘negroïde genen’ moeten andere medicijnen krijgen dan blanke mensen. Deze uitspraken, die ze vorige week deed op de Radio bij de EO, zorgden uiteraard voor de nodige ophef.

 

Van Fenema gebruikt de omstreden term ‘etnisch profileren’, de praktijk bij de politie om mensen van een bepaalde etniciteit extra in de gaten te houden, omdat zij vaker in aanraking komen met justitie. Volgens Van Fenema is etnisch profileren in de zorg een goede zaak, omdat mensen met ‘negroïde genen’ soms anders reageren op een bepaalde medicatie dan blanke mensen.

Het taboe dat er op etnisch profileren ligt komt volgens Van Fenema door de Tweede Wereldoorlog. Maar Esther van Fenema is zelf joods, dus zij heeft blijkbaar agency, en ze kan dus zonder risico beweren dat er met etnisch profileren helemaal niets mis is. Van Fenema hekelt het ‘doorgeschoten maakbaarheidsdenken’, dat er geen verschillen mogen bestaan. We moeten ‘de realiteit onder ogen zien’.

Op de gewraakte uitspraken van Van Fenema is veel kritiek gekomen. Met haar pleidooi zou ze eigenlijk racisme salonfähig willen maken. Klopt dit? In het radioprogramma met Tijs van den Brink wordt Van Fenema als psychiater en als objectieve specialist opgevoerd, maar ze heeft wel een politieke agenda. In een artikel op TPO, dat twee jaar geleden verscheen naar aanleiding van de aanrandingen op nieuwjaarsnacht in Keulen, betoogde Van Fenema dat blanke mannen weer stoer moesten zijn, zodat ze blanke vrouwen konden beschermen tegen niet-westerse mannen. Ergo: Van Fenema’s pleidooi is inderdaad niet wetenschappelijk, maar dient een politiek, een ideologisch doel.

 

 

Afbeelding: Wikimedia / Wikipedia Commons