En vooral ook: een nieuw verhaal over Europa.

In mijn bijdrage van gisteren besprak ik een debatje in Amerikaans-conservatieve kring over de vraag of het Republikeinse verhaal over Amerika niet een te schraal economisch verhaal was geworden. Het is zoals gezegd een vraag die ook in ons land gesteld zou kunnen worden. Wat mij betreft luidt het antwoord zonder meer ja. Van centrumrechts tot centrumlinks lijken alle partijen niet in staat een ander dan economisch verhaal over ons land te vertellen.

Voor alle duidelijkheid: dat politici economische verhoudingen uitgangspunt van denken maken is op zich terecht. Veel maatschappelijke problemen hebben immers economische wortels. Zo kort na een diepe economische crisis is het bovendien niet meer dan logisch dat het denken van de politieke klasse in zijn geheel gedomineerd wordt door economische zaken. Maar dat mag nooit het hele verhaal zijn.

Sterker nog: dat is het ook niet. Er is immers ook nog een ‘tweede as van de politiek’, namelijk de culturele. Het opmerkelijke aan die as is dat oude tegenstellingen tussen de gevestigde partijen daar volkomen vervaagd zijn. Van een wezenlijk onderscheid tussen sociaaldemocratie, christendemocratie en liberalisme is op deze as niet langer sprake. Ze leggen misschien hier en daar wat andere accenten, maar in praktijk klonteren ze samen in het brede midden. Hun gezamenlijke verhaal lijkt daarbij op een hervertelling van hun economische opvattingen: “Vrijhandel is efficient en rechtvaardig, want leidt tot internationale ontwikkeling en hogere levensstandaarden voor iedereen. Voor vrijhandel zijn open grenzen nodig, zowel voor werknemers en ondernemers als voor goederen en diensten. Die open grenzen scheppen vervolgens een open samenleving waarin voor iedereen plek is, ongeacht afkomst, geloof of seksuele orientatie.” Ziedaar ons land als bedrijf, de VOC van Balkenende of BV Nederland van Rutte.

Het probleem hiermee is dat hoewel het economisch deel van het verhaal ontegenzeggelijk op het juiste spoor zit, het als verhaal volstrekt niet klopt. Nederland is geen bedrijf, en de inwoners zijn geen aandeelhouders. Een beursgenoteerd bedrijf heeft wat de aandeelhouders betreft maar een doel: winst maken. Het kan dat op een maatschappelijk verantwoorde wijze doen maar als er geen winst is, houdt het verhaal snel op. Dat doel is voor een gemeenschap een volstrekt onzinnig idee. Een gemeenschap ziet niet uit op winst, maar op vrijheid, of rechtvaardigheid, of geluk. Of desnoods op grootsheid, het streven ‘het beste land op aarde’ te zijn.

Als mensen geen beeld wordt geboden van waar hun samenleving voor bestaat, onstaat ruimte voor degenen die ‘zelfbehoud’ het verhaal willen maken. Die figuren (de neofascisten van FvD en PVV) proberen een vijandsbeeld te scheppen door de suggestie te wekken dat het voortbestaan van de gemeenschap zou worden bedreigd door immigratie. Dat is uiteraard niet het geval, maar zolang mensen geen ander verhaal over hun gemeenschap te horen krijgen zullen sommigen toch achter dit rattenvangersverhaal blijven aanhollen.

Er is dus dringend behoefte aan een nieuw verhaal. Een verhaal dat wortelt in de werkelijkheid – een erkenning dat Nederland een immigratiesamenleving is geworden, en een Europese lidstaat. En een erkenning dat Europese samenwerking nieuwe vrijheden en verworvenheden heeft opgeleverd die ons even dierbaar zijn als onze nationale vrijheden en verworvenheden. Steeds meer inwoners van ons land voelen zich namelijk zowel Nederlander als Europeaan. Zij willen een verhaal horen dat beide elementen samenbrengt tot een nieuwe visie op ons land.

Dit nieuwe verhaal moet gebaseerd zijn op de vaststelling dat er bepaalde zaken zijn die ons uniek Nederlands maken: onze gelijkheidsdrang, onze informele cultuur, onze sterke gerichtheid op handel en openheid voor de wereld om ons heen. Tegelijkertijd moet het ook durven benoemen dat er in de achter ons liggende crisisjaren wel degelijk iets van een gedeeld Europees lotsbesef is ontstaan, iets dat ons bindt met Finnen, Spanjaarden en Tsjechen, en dat ons scheidt van landen buiten de EU. We hebben gezamenlijk iets gebouwd dat stormen kan doorstaan. En we hebben elkaar daarbij niet losgelaten, ondanks de lokroep van het nationalisme. We zijn Europeanen geworden. Wellicht tegen wil en dank, maar toch. We houden daarbij niet op om Finnen, Spanjaarden of Tsjechen (of Nederlanders) te zijn. Maar we zijn niet langer alleen maar dat.

In mei van dit jaar vinden de verkiezingen voor het Europese Parlement plaats. Het biedt politici een uitgelezen kans om te vertellen wat dit feit – dat we Europeanen zijn geworden – nu precies betekent. Als Europa naast een waardengemeenschap ook een gedeelde lotsbestemming is geworden, waar brengt dat lot ons dan over tien, vijftig of honderd jaar? Vertel daarbij dan niet alleen wat Europa voor ons kan doen, maar ook wat wij als burgers voor Europa kunnen doen. Want we willen geinspireerd worden. En daar is echt meer voor nodig dan een telraam of een bangmaakverhaal over de boze buitenwereld.