In Nederland komen de Tweede Kamer verkiezingen in maart 2017 snel dichterbij.

Er valt niets meer van het uitgeregeerde kabinet Rutte II te verwachten. Alle plannen zijn – al dan niet geamendeerd – verwezenlijkt, in het najaar zal nog marginaal over de begroting 2017 gestoeid worden en daarna kan ‘politiek profileren’  van alle partijen beginnen. De te verwachten verkiezingsuitslagen maken slechts twee uitkomsten mogelijk, eerst kijken we dan naar de bestaande politieke verhoudingen.

Kamer samenstellingen

Als we uitgaan van ‘Peilwijzer’ die een samenstelling is van opinieonderzoek van de Politieke Barometer (Ipsos), De Stemming (EenVandaag), Peil.nl (Maurice de Hond), TNS-NIPO en sinds maart 2014 ook I&O research komen we ongeveer uit op de volgende zetelverdeling voor de Tweede Kamer:

Tweede Kamer    :    VVD 28, PvdA 12, PVV 31, SP I6, CDA 16, GL 12, D66 16, CU 5, SGP 4 PvdD 4,  50+ 6

Vergelijken we dit met de samenstelling van huidige Eerste Kamer en omdat die 75 leden heeft maal twee om het vergelijkbaar te maken met de Tweede Kamer met 150 leden krijgen we ongeveer het volgende beeld

Eerste Kamer (x2):  VVD 26, PvdA  16, PVV 18, SP 18, CDA 24, GL 8, D66 20, CU 6, SGP 4, PvdD 4, 50+ 4, OSF 2

Kabinet Rutte III en door-polderen?

Mocht de verkiezing voor de Tweede kamer volgende jaar ongeveer zo uitvallen als de hierboven aangegeven verhoudingen dan is er slechts een coalitie denkbaar, die in beide Kamers een duidelijke  meerderheid heeft, te weten de huidige coalitie van VVD en PvdA aangevuld met D66, CDA en GL. Er is dan een balans tussen rechts VVD/CDA en links PvdA/GL. Voorwaarde is wel dat alle coalitiepartijen minstens 10 zetels halen, anders wordt elke coalitie een groot probleem. Dit om te verhinderen dat er een zes of zevenpartijen kabinet komt, wat niemand wil. Natuurlijk kan er ook een minderheidskabinet worden gevormd dat echter zal moeten steunen op genoemde partijen.

Duidelijk is in ieder geval dat Mark Rutte met de VVD een redelijke kans heeft opnieuw de grootste partij in zo’n coalitie te worden. Hij zou dan premier kunnen blijven. Wel pas na een geloofwaardiger campagne dan de vorige omdat hij inmiddels als weinig betrouwbaar wordt gezien. Niet nagekomen beloften in 2012 met kreten als ‘iedere Nederlander krijgt 1000 Euro’ en ‘geen cent meer naar Griekenland’ zijn keihard door zijn tegenstanders afgestraft. Nieuwe losse flodders zullen van Rutte niet worden getolereerd.

Alternatieve premiers voor ‘politiek dier’  Rutte zijn er echter nauwelijks. Huidig VVD fractievoorzitter Halbe Zijlstra wordt teveel als rechtse houwdegen gezien, Edith Schippers kiest voor de luwte. De houterige CDAer Buma  heeft te weinig steun, zijn iets charismatischer plaatsvervanger Mona Keijzer is nog niet eens partijleider. En D66 partijbons Pechtold of een linkse leider zal nauwelijks voldoende zetels kunnen vergaren om geloofwaardig kandidaat-premier te zijn.

Het wordt dus waarschijnlijk doorpolderen ofwel pappen en nathouden in de bekende Nederlandse traditie, met hoop op betere tijden. Die komt er ook als de economie blijft groeien, maar met zoveel partners wel in combinatie met vaak vlees noch vis compromissen, die weinig zullen bijdragen tot een fundamenteel betere structuur van Nederland. Een nieuwe recessie zal het bijeenhouden van zo’n kabinet bovendien erg moeilijk maken, waarna nieuwe verkiezingen wellicht een andere situatie kunnen creëren.

Blijft nog de vraag of niet een of meer coalitiepartijen kunnen profiteren van polarisatie tussen Rechts en Links om hun positie binnen een eventueel kabinet Rutte III te versterken, zoals de VVD en PvdA in 2012 deden, toen ze 41 respectievelijk 38 zetels in de Tweede Kamer kregen. Bij rechts zou dat de VVD weer moeten zijn, die dan de kiezers vooral zou moeten voorhouden dat PVV geen echte oplossingen heeft, daarbij wijzend op de negatieve gevolgen van Brexit en de risico’s van het streven naar dichte grenzen.

Bij Links lijkt alleen GroenLinks een frisse wind te kunnen laten waaien om veel stemmen te trekken, maar of Jesse Klaver daarvoor al rijp wordt geacht door voldoende kiezers valt te betwijfelen. De PvdA zou het kunststukje van 2012 wellicht kunnen herhalen als Aboutaleb partijleider wordt, maar die zal daar niet om zitten te springen met het voorbeeld van mislukt oud-collega Job Cohen voor ogen. Hij heeft nu een comfortabele baan als burgemeester van Rotterdam en om je dan in onduidelijk strijdgewoel te storten?

Kabinet Wilders en radicalisering?             

Met PPV is bij de huidige krachtverhoudingen geen coalitie mogelijk omdat geen enkele partij, met uitzondering van wellicht de VVD in zeer  bijzondere omstandigheden,  dat nog wil. Een linkse coalitie heeft met  PvdA, GL, SP en PvdD met nog geen derde van de stemmen veel te weinig steun om andere partijen te kunnen overhalen met hen gezamenlijk in zee te gaan, dit past ook in de trend van landen om ons heen: vooral sociaaldemocraten verliezen overal substantieel terrein en zijn geen echte volksbeweging meer. Radicalisering aan de linkerzijde, bij ons via de SP, is wel in meerdere landen zichtbaar, maar beperkt.

Radicalisering komt vooral van de rechterzijde, bij ons de PVV, door hun negatieve opstelling ten aanzien van vluchtelingen, de Islam en de EU. Ook dat is een trend die vergelijkbaar is met landen als Duitsland, Oostenrijk, Frankrijk, België en Scandinavië. Opgemerkt moet daarbij worden dat het sociaaleconomisch programma van de PVV eerder links dan rechts is. PVV heeft alleen een kans in de regering te komen als het veruit de grootste partij wordt en duidelijk boven de veertig zetels scoort en daarmee zelfs het genoemde vijfpartijen kabinet onmogelijk maakt. Maurice De Hond  scoort met zijn Peil de PVV als hoogste. Op 10 juli 2016 was dat beeld als volgt:

Tweede Kamer VVD24, PvdA 9, PVV 36, SP 15 , CDA 17, GL 16, D66 13, CU 6 , SGP 3, PvdD 4, 50+ 5, overig 2 zetels.

Als er weer calamiteiten zouden komen als aanslagen, moordpartijen, een groot bank- of landfaillissement dan wel hernieuwde grote stromen vluchtelingen is een zetelaantal van de PVV boven de veertig mogelijk maar niet erg waarschijnlijk want de gevestigde partijen zouden nu toch eindelijk wel wat moeten hebben geleerd. Zou dat toch gebeuren dan zal PVV zijn primaire steun moeten vinden bij VVD en SP, een curieuze combinatie maar beide partijen hebben dan belang om de scherpe kanten van het beleid in hun richting weg te halen, onmiddellijk nieuwe verkiezingen uitschrijven zal weinig oplossen.

De  consequenties en de schade voor Nederland zijn dan niet te overzien, waarbij het Brexitproces in het VK slechts een zwakke afspiegeling is van de nieuwe werkelijkheid. Exportland Nederland met een links sociaaleconomisch programma verschanst zich dan achter eigen grenzen, al zal de VVD alles doen om dat te voorkomen. De kans op Nexit is in deze omstandigheden zeer groot, gebruik makend van het onderbuik gevoel van veel Nederlanders.

Gistingsproces, revolutiejaar in 2018?

De traditionele coalitiepartijen kunnen niet voorbijgaan aan het feit dat er in Nederland evenals in vele andere Europese landen diepe onvrede heerst bij de autochtone midden en lagere klasse, maar ook bij een deel van de hoogopgeleiden. De vele vluchtelingen, de gebrekkige integratie van vooral mohammedaanse inwoners, de doorgeslagen bureaucratie in Brussel, maar ook het gevoel te zijn kaalgeplukt door een veel te gulzige en beboetende overheid  heeft diepe onvrede veroorzaakt, die voorlopig voornamelijk gekanaliseerd is binnen de PVV en SP.

Als het beleid op de genoemde aspecten niet veel effectiever wordt is dit een reëel gevaar voor elk kabinet. Het zou potentieel zelfs een revolutiejaar in bijvoorbeeld 2018 tot gevolg kunnen hebben net zoals in 1968 of 1848 waarbij de volkswoede tijdelijk onbeheersbaar kan worden. We leven zo beschouwd op een nog slapende vulkaan, die opeens tot uitbarsting kan komen. Zeker als een nieuw kabinet en / of de EU niet slaagt om binnen enkele jaren echte oplossingen aan te dragen.

Conclusie

Er zijn dus voor de naaste toekomst drie weinig stabiele scenario’s meest waarschijnlijk:

  • Door-polderen met premier Rutte wat past in de Nederlandse traditie,
  • Radicalisering met als motto terug achter de Waterlinie met Wilders of
  • Milde revolutie waardoor het politiek landschap heel anders komt te liggen en waarbij ook eindelijk gewenste staatkundige hervormingen kunnen worden doorgevoerd, waarschijnlijk ten koste van veel offers en niet per se in de goede richting.

Ondanks alle risico’s ligt Rutte III het meest voor de hand.

Conservatieven en liberalen komen in Nederland in alle scenario’s slechts beperkt aan hun trekken. Beloftes als opkomen voor de hardwerkende Nederlander en een kleine overheid zullen opnieuw ijdel blijken te zijn.