Hoe het CDA de gedaante aannam van de oude Christelijk-Historische Unie.

 

Het CDA is op 15 maart electoraal gezien weer een beetje teruggekrabbeld. De partij steeg van 13 naar 19 zetels en wordt daarom als één van de grote winnaars van deze verkiezingen beschouwd, samen met D66 en GroenLinks. Dat het CDA gegroeid is is mede te danken aan de rechtse, nogal nationalistische koers die de partij onder Sybrand Buma is gaan varen. Deze koers roept herinneringen op aan de oude CHU, één van de voorlopers van het CDA, die behalve protestants en heel gezellig ook nogal rechts was.

In De Groene Amsterdammer schrijft Marcel ten Hooven een boeiende analyse over de wending van rechts van het CDA. Natuurlijk was het CDA in het verleden soms ook nogal rechtsig, maar deze koers werd altijd in balans gehouden door linkse CDA’ers. Hoewel zij een minderheid vormden zorgden linkse CDA’ers er niettemin voor dat de partij een beetje in het midden bleef en niet al te zeer naar rechts overhelde. Op dit moment echter is er nauwelijks nog oppositie tegen de rechtse koers van Sybrand Buma. Het CDA kan nu ongestoord bouwen aan een nieuw, rechtser profiel.

Ten Hooven brengt de rechtsere koers van het CDA in verband met de oude CHU. Niet toevallig is dit ook de partij waar CDA-leider Sybrand Buma vandaan komt. De Christelijk-Historische Unie, die van 1908 tot de officiële oprichting van het CDA in 1980 heeft bestaan, was in tegenstelling tot de Antirevolutionaire Partij en de Katholieke Volkspartij echt onversneden conservatief. De CHU hechtte zeer aan de christelijk-historische identiteit van Nederland. De Nederlandse natie zou in de Tachtigjarige Oorlog gevormd zijn tijdens de opstand tegen Spanje. De Nederlandse Opstand was een geloofsstrijd, die van ons land een protestants land maakte. En tijdens deze strijd speelden de prinsen van Oranje een belangrijke rol. Begin de negentiende eeuw ontstond de mythe van God, Nederland en Oranje, bedacht door de protestantse schrijver Isaac da Costa. Historicus Joris van Eijnatten schrijft hierover in Trouw:

‘Ende een drievoudigh snoer en wort niet haest gebroken’, aldus Prediker 4 vers 12. De Statenvertaling van 1637 voegt er in de kantlijn de prozaïsche uitleg bij dat drie mensen tegenover hun vijand sterker staan dan twee. De zeventiende-eeuwse bijbelvertalers hadden niet kunnen bevroeden dat deze wijsheid van Salomo het ooit tot een nationalistische leuze zou brengen. Het drievoudig snoer werd in 1831 uit de luwte van de oudtestamentische wijsheidsliteratuur geplukt door een voorman van het protestantse Réveil, Isaac da Costa. God, beweerde Da Costa, wilde ‘de Kerk van Christus met Nederlands Volk en Nassaus Prinsenstam’ verbinden tot een onverbrekelijk drievoudig snoer. Zo ontstond het bekende protestantse devies God, Nederland en Oranje.

Het idee van God, Nederland en Oranje leefde ook bij de Antirevolutionaire Partij en bij de kleine protestants-christelijke partijen, maar de CHU was dé partij die met beroep op het ‘onverbrekelijk drievoudig snoer’ de nationale eenheid benadrukte. De ARP, de SGP en het GPV vormden elk hun eigen zuil, voor de CHU gold echter het devies van de hervormde theoloog Philippus Hoedemaker: ‘Heel de kerk, heel het volk.’ Het ging om de Nederlandse natie en die natie was protestants.

Uiteraard beweert Buma in deze geseculariseerde tijden niet dat de Nederlandse identiteit protestants-christelijk is. Hij heeft het over de joods-christelijke identiteit, een invented tradition uit de twintigste eeuw. De invulling van de Nederlandse identiteit door het CDA is christelijk, conservatief en vooral een beetje oppervlakkig. Het duidelijkste bleek dit uit de online quiz ‘Hoe goed ken jij de Nederlandse tradities?’ Nederland is volgens het CDA boerenkool, carnaval, de Elfstedentocht, het Koningshuis, het Nederlands Elftal, Sinterklaas en natuurlijk het Wilhelmus.

De CHU zou dit allemaal prachtig hebben gevonden, ook het voetbal. De hervormde theoloog A.A. van Ruler was immers idolaat van Johan Cruijff en zag hierin zelfs de hand van God (de Hand-of-God van Maradona zou Van Ruler ook zeker gewaardeerd hebben, gok ik zo). Alleen het carnaval zou de CHU niet als Nederlandse traditie hebben beschouwd, want dit was toch echt een katholiek feest. Voor mensen van onder de rivieren, uit de oude generaliteitslanden, die geen volwaardige Nederlanders waren. Want die papen waren toch maar even fout in de Tachtigjarige Oorlog.

Voor het CDA van nu lijken de moslims de plaats te hebben ingenomen die de katholieken toentertijd hadden in het CHU-wereldbeeld. Natuurlijk was de CHU niet voor het inperken van de rechten van katholieken, maar 100% echte Nederlanders waren ze niet. De loyaliteit van deze ultramontanen lag toch allereerst bij de paus, staatshoofd van een vreemde mogendheid. De CHU steunde in 1925 de motie van SGP-leider G.H. Kersten om het Nederlandse gezantschap bij de paus terug te trekken. En in 1964 deed de CHU – net als de andere protestantse partijen overigens – heel moeilijk toen prinses Irene wilde trouwen met een katholieke Spanjaard. Het CDA van nu is tegen de discriminatie van moslims, maar beschouwt ze niet als 100% Nederlands. De Nederlandse identiteit wordt gedefinieerd als joods-christelijk en Buma is bang dat islamitische vluchtelingen onze identiteit, onze normen en waarden bedreigen. De ‘gezonde vaderlandsliefde’ van het CDA is exclusief nationalistisch, net zoals het God, Nederland en Oranje van de CHU dat vroeger was.

Nu VVD, CDA, D66 en GroenLinks met elkaar onderhandelen over een te vormen kabinet wordt er vooral gekeken naar de grote verschillen tussen VVD en GroenLinks. Het wordt een hele dobber om GroenLinks binnenboord te houden, omdat deze partij zeer links denkt over economische kwesties en de vluchtelingencrisis. Hierdoor raakt op de achtergrond dat het CDA-nationalisme nogal afwijkt van de kosmopolitische opvattingen van D66 en GroenLinks, maar ook van de meer inclusieve natie-ideeën van de VVD. Ik geloof niet dat het CDA heel moeilijk gaat doen, zoals GroenLinks dit naar verwachting wel gaat doen, maar de ideologische verschillen met de christendemocraten moeten worden benoemd en de partij moet duidelijk worden gemaakt dat exclusivistische nationalistische opvattingen niet door het kabinet kunnen worden uitgedragen.