Meer dan een week lang wordt er nu ongemeen fel gediscussieerd in de media naar aanleiding van een interview met Machteld Zee, de in Leiden gepromoveerde juriste die onderzoek heeft gedaan naar de shariarechtbanken in Groot-Brittannië. Wat betoogt ze precies in haar pas verschenen boek Heilige identiteiten? En hoe moeten we dit verhaal beoordelen? 

Heilige identiteiten. Op weg naar een shariastaat? is de gepopulariseerde, Nederlandstalige bewerking van haar proefschrift Choosing Sharia? Multiculturalism, Islamic Fundamentalism and Sharia Councils in the United Kingdom. In Heilige identiteiten staan drie thema’s centraal, die volgens Machteld Zee alles met elkaar te maken hebben: 1) De opkomst en het gevaar van het moslimfundamentalisme; 2) De negatieve gevolgen van de multiculturele ideologie en 3) de onrechtvaardige praktijk van shariarechtspraak in Groot-Brittannië.

Het gaat Zee niet alleen om beschrijving en analyse van fenomenen maar ook en vooral om het geven van waardeoordelen. Haar boodschap: het moslimfundamentalisme is een groot gevaar en rukt ook op in het Westen, dankzij de multiculturele ideologie willen we dat niet zien maar ik (nee, niet ik maar Machteld Zee dus) heb de fundamentalisten ontmaskerd door enkele rechtszittingen van shariarechtbanken te bezoeken, een dagje op bezoek bij ze in Londen en een dagje in Birmingham.

 

Overspel volgens Allah

Om positief te beginnen: er staan enkele hele waardevolle dingen in haar boek. Zee maakt bijvoorbeeld duidelijk dat Saoedi-Arabië niet alleen een totalitaire theocratische staat is, maar het extremistische salafistische gedachtegoed ook naar het buitenland verspreidt door middel van evangelisatie. Tegelijk schetst ze de kwalijke invloed van de van oorsprong Egyptische Moslimbroederschap, die op vreedzame wijze (dus niet via geweld of coups) streeft naar een wereldwijd kalifaat. Het moslimfundamentalisme wordt actief verspreid, ook in het Westen, en dat is een zorgelijke ontwikkeling.

Het hoofdstuk van Zee over de multiculturele ideologie is erg boeiend. Ze levert terecht kritiek op de Brits-Indische filosoof Bhikhu Parekh, die in zijn boek A New Politics of Identity een Gloria Wekkertje doet, namelijk het onzinnige betoog dat leden van de (westerse) meerderheidscultuur niet het recht hebben om leden van de (niet-westerse) minderheidscultuur te wijzen op misstanden in hun cultuur, omdat dat kwetsend zou zijn. Ook veegt Zee de vloer aan met de Canadese multiculturele denker Will Kymlicka, die meent dat de opvatting dat het recht voor ieder individu hetzelfde moet zijn ‘etnocentrisch’ is. Tegenover deze regressief linkse postmodernisten, die niet-westerse identiteiten heilig verklaren (vandaar dus de titel van het boek), komt Zee op voor gelijke rechten van het individu. Dat is volkomen terecht.

In het laatste hoofdstuk ten slotte geeft Zee een zeer interessant verslag van de rechtszittingen van de shariaraden in Londen en Birmingham, die qua rechtspraak onderling trouwens behoorlijk verschillen. Het blijkt dat de Islamic Sharia Council in Londen – op basis van de rechtszaken die Zee bijwoonde – nauwelijks geïnteresseerd is in de belangen van de vrouw. De shariarechtbanken zijn er vooral om echtscheidingszaken te behandelen; zaken waarbij de vrouw graag wil scheiden, want als een islamitische man wil scheiden hoeft hij zijn vrouw immers alleen maar te verstoten. De Islamic Sharia Council accepteert alleen het islamitische huwelijk. Als man en vrouw voor de wet zijn gescheiden maar niet volgens de islamitische wet dan zijn ze in de ogen van de shariarechters nog steeds getrouwd. Een gescheiden vrouw die een relatie met een nieuwe man aangaat begaat overspel volgens Allah. Maar gescheiden vrouwen die ook volgens de islamitische wet willen scheiden krijgen bij de Islamic Sharia Council vrijwel altijd nul op het rekest. Als de man niet met de scheiding instemt moet de vrouw met hem getrouwd blijven. Ook als hij haar fysiek of anderszins mishandelt. Parallelle rechtspraak en huwelijkse gevangenschap dus. In Birmingham daarentegen is de shariarechtbank wat gemakkelijker met het goedkeuren van echtscheidingen. Niettemin vinden ook deze rechters dat altijd de man altijd het recht heeft om zijn kinderen te mogen blijven zien, ongeacht wat hij op zijn kerfstok heeft.

 

‘Achter islamisering zit een plan’

Het publieke debat echter ging niet over het onderzoek van Zee naar shariarechtbanken, maar over haar gepeperde uitspraken in het interview van Wierd Duk in het Algemeen Dagblad. Zee had namelijk gezegd dat er achter ‘islamisering’ een plan zit, iets wat ze verder niet toelichtte in het gewraakte interview en waar Duk ook verder niet op doorvroeg.

Wat zegt haar boek eigenlijk over dit ‘plan’?

Best wel veel, en tegelijkertijd ook weer veel te weinig. Volgens Zee werken Saoedi-Arabië en de Moslimbroederschap altijd nauw samen (iets wat onjuist is, Saoedi-Arabië steunde de coup van generaal Sisi tegen Morsi) en is hun plan de islamisering van Europa. De shariaraden zouden deel uitmaken van dit plan. Eerst moeten moslims in Europa hun eigen rechtspraak hebben, dan moeten ze sleutelposities in de westerse samenleving innemen en als ze machtig genoeg zijn kunnen ze de boel overnemen. De zogenaamde multiculturele elites, ‘nuttige ongelovigen’ zouden deze islamistische greep naar de macht faciliteren door altijd maar weer toe te geven aan islamitische druk, bijvoorbeeld door shariarechtbanken toe te staan en kerstbomen te verbieden.

Voor Machteld Zee hangen islamitisch fundamentalisme, de multiculturele ideologie en shariarechtbanken dus nauw met elkaar samen. Maar ze weet dit nauwelijks hard te maken. Oprichter van de Islamic Sharia Council sjeik Syyed Mutawalli ad-Darsh (1930-1997) was een prominente islamitische rechtsgeleerde uit Egypte en was in 1992 aanwezig op een congres van de Moslimbroederschap in Frankrijk, maar dat is de enige link die ze tussen de Islamic Sharia Council en de Moslimbroederschap weet te noemen. En Haitham Al-Haddad, de Saoedisch-Britse fundamentalistische geestelijke die in 2012 in De Balie in debat ging met onder andere Tofik Dibi, is de enige harde link die Zee maakt tussen Saoedi-Arabië en de Islamic Sharia Council. Ik vermoed dat er vast wel meer invloed is, maar daar schrijft ze niets over.

Daarnaast is het volstrekt onduidelijk in hoeverre shariarechtbanken zich laten beïnvloeden door gedachtegoed uit het buitenland (Saoedi-Arabië, de Moslimbroeders enzovoort), of ‘gematigd’ gedachtegoed ook invloed heeft op hun ideeën over islamitisch recht en in hoeverre ze rekening willen houden met het plaatselijke niet-islamitische recht. Ik heb de indruk dat de Islamic Sharia Council een uiterst conservatieve interpretatie van het islamitisch recht hanteert, vermoedelijk geïnspireerd door de Hanbali-school (Zee noemt dit niet), terwijl de shariarechtbank in Birmingham, die wel rekening houdt met het Britse recht, veel meer haar eigen afwegingen maakt.

Maar hoe zit het met al die andere shariarechtbanken in Groot-Brittannië? Dat weet Zee niet. Ter verdediging, dat kan ze ook niet weten omdat deze rechtszittingen helaas niet openbaar zijn en ‘pottenkijkers’ op afstand worden gehouden, wat het ergste doet vermoeden trouwens, maar omdat Zee zo weinig weet moet ze een beetje voorzichtiger zijn met haar conclusies.

 

Man en baard

Ofschoon ze het ‘plan’ dus niet kan aantonen laat Zee wel duidelijk zien dat enkele prominente niet-moslims in Engeland sympathiek tegenover het fenomeen shariarechtbanken staan. Ze noemt Nicholas Phillips, voormalig opperrechter van Engeland en Wales, die in 2008 stelde dat de shariaraden vielen onder mediation en arbitrage, en voormalig aartsbisschop Rowan Williams van Canterbury, die in datzelfde jaar betoogde dat de invoering van delen van de sharia in Groot-Brittannië onvermijdelijk was. Hoewel ik het zeer met deze heren oneens ben zou ik deze conservatieve Lords op leeftijd niet willen beschouwen als linkse multiculturalisten, die volgens Zee immers de drijvende kracht achter het toegeven aan de islam zouden zijn.

Maar wie zijn de ‘nuttige ongelovigen’ van Zee? Hebben linkse opinieleiders als bijvoorbeeld Glenn Greenwald en Owen Jones zich over shariarechtbanken uitgelaten? En wat vinden Labour-leider Jeremy Corbyn, zijn trotskistische fanclub Momentum en de extreemlinkse George Galloway van de multiculturele Respect Party (over heilige identiteiten gesproken) hiervan? Verdedigen gewone linkse mensen, de niet-extremisten dus, ook shariarechtbanken? En hoe ver gaat de politieke correctheid, de multiculturele ideologie die Zee zo hekelt eigenlijk?

Uiteraard krijgen we hierop geen antwoord. In haar boek maakt Zee gebruik van een retorische truc, die van de stroman, om andersdenkenden standpunten in de mond te leggen. Dat mag in een opiniestuk (ik bezondig mij er ook wel eens aan gebiedt de eerlijkheid mij te zeggen), maar in een boek dat min of meer voor wetenschappelijk moet doorgaan kan dat niet. Val standpunten aan die mensen daadwerkelijk innemen en noem dan man en baard. Maar maak je er niet vanaf met een Jantje van Leiden (ook een hele interessante fundamentalist, wel een met plan trouwens, maar dat is heel ander verhaal).

Voorts haalt Zee in haar boek vrijwel alleen die auteurs aan die haar mening bevestigen. Ze voert zelfs het boek Ketters van Ayaan Hirsi Ali op als wetenschappelijke bron (als pamflet heel aardig natuurlijk, maar totaal niet objectief). Auteurs met een andere mening worden genegeerd. Zee doet vrijwel niets met de studies die positief zijn over shariarechtbanken. Deze studies zijn volgens haar verkeerd, omdat ze een te zonnig beeld zouden hebben van het fenomeen. En verder zouden deze auteurs niet weten waarover ze het hebben, omdat ze nog nooit een shariarechtszitting hebben bijgewoond en Zee wel. Alles goed en wel, maar kun je als wetenschapper wetenschappelijke onderzoeksresultaten die haaks staan op jouw eigen onderzoek zomaar naast je neer leggen? Of moet je toch met deze auteurs de academische discussie aangaan? Ik klink een beetje ouderwets, ik heb geschiedenis gedaan aan de RuG, maar daar gaat het toch om in de wetenschap? Het gaat er toch om dat we een stapje verder komen in onze wetenschappelijke kennis?

 

Politiek pamflet

Over het proefschrift van Zee wil ik niet oordelen, hoewel ik hier op grond van een doorwrochte recensie ook zo mijn twijfels over heb, maar het boek Heilige identiteiten is een politiek pamflet. Op zich is er niks mis met een pamflet, maar het probleem bij het schotschrift van Zee is dat dit wel een beetje pretendeert een wetenschappelijk verhaal te zijn en bovendien dat veel mensen, laat ik ze ‘nuttige gelovigen’ noemen, het ook op die manier lezen. Heilige identiteiten krijgt hierdoor een wetenschappelijke ‘air’ die het boek niet verdient.

De uiteindelijke wetenschappelijke oogst van het boek is mager. Dat Saoedi-Arabië en de Moslimbroederschap aan evangelisatie doen is bekend, daar zijn tal van andere publicaties over verschenen. De vreselijke dingen die (al dan niet terecht, daar ga ik niet over) in naam van de islam worden begaan – tegen vrouwen, homo’s, christenen, afvalligen en anderen – zijn inderdaad allemaal heel erg vreselijk, maar in een wetenschappelijke studie verwacht je dan meer cijfers, meer context, meer duiding, in plaats van alleen een morele veroordeling. Overigens is het hoofdstuk van Zee over de multiculturele ideologie heel boeiend, maar meer als essay dan als wetenschappelijke studie. Daarvoor is dit verhaal te veel opinie, te weinig een objectieve uiteenzetting en analyse van de verschillende standpunten.

Het enige wat Zee in Heilige identiteiten echt aantoont is dat die shariarechtszaken die zij heeft bijgewoond niet zelden slecht uitpakken voor de vrouw. Voor mij trouwens een goede reden, samen met het principe van de scheiding tussen kerk en staat, om mij tegen de invoering van shariarechtbanken in Nederland te verzetten. (In Groot-Brittannië is er in mei dit jaar trouwens een onderzoek gestart naar de shariarechtbanken, waarin de vraag centraal staat of ze de vrouwenrechten daadwerkelijk schenden. In het artikel in The Independent hierover staat dat er naar schatting zo’n dertig shariarechtbanken in Groot-Brittannië zijn.)

Concluderend is het boek Heilige identiteiten net als het interview met Wierd Duk een gemiste kans voor seculiere jihadi Machteld Zee. Vanwege de zeer polemische insteek roept haar verhaal bij de groepen die zich hiervan écht wat moeten aantrekken enorme weerstand op. Linkse feministen (ik noem Asha ten Broeke, Sander Philipse, Lucas Roorda en Aafke Romeijn) kunnen gewoon hun hoofd in het zand blijven steken en naar goed progressief gebruik weer ‘racisme’ en ‘islamofobie’ roepen.

Mocht de sharia ooit worden ingevoerd dan wordt alcohol verboden. Maar tot die tijd blijft onderstaande spreuk gewoon van kracht:

Ze dronken een glas, deden een plas en alles bleef zoals het was.

PS
Vandaag verscheen ook een zeer kritische recensie over Heilige identiteiten van de hand van Marcel Hulspas. U kunt die hier lezen.