Er is behoefte aan een nieuw politiek verhaal, dat markt ondergeschikt maakt aan mens.

Ik zal er niet omheen draaien: ik vind Fox News presentator Tucker Carlson een verachtelijke figuur. Hij gebruikt zijn miljoenenpubliek om haat te stoken tegen minderheidsgroepen en migranten. Veel van zijn uitzendingen zijn bovendien gewijd aan complotverhalen die geen plek verdienen in een serieus publiek debat.

Maar zoals het spreekwoord stelt, geeft ook een kapotte klok af en toe de juiste tijd aan. In een verder van politiek opportunisme en seksisme druipende jeremiade over de achterstelling van de blanke arbeider raakte hij in een van zijn uitzendingen van vorige week op een bepaald punt wel aan een belangrijk probleem (ik ga er overigens niet naar linken, elke klik voor Fox is er een teveel. Wie het verhaal zelf wil nalezen, moet op Twitter maar even zoeken op ‘Tucker Carlson monologue’). De passage waarin hij al dan niet bij toeval de spijker op zijn kop slaat, begint met een vraag: wat is eigenlijk het doel van de Amerikaanse samenleving? Dat doel kan in ieder geval niet langer zijn wat het de afgelopen zeventig jaar is geweest, namelijk hogere levensstandaarden:

The answer used to be obvious. The overriding goal for America is more prosperity, meaning cheaper consumer goods. But is that still true? Does anyone still believe that cheaper iPhones, or more Amazon deliveries of plastic garbage from China are going to make us happy? They haven’t so far. A lot of Americans are drowning in stuff. And yet drug addiction and suicide are depopulating large parts of the country. Anyone who thinks the health of a nation can be summed up in GDP is an idiot.

Maar als het niet ‘steeds meer bezit’ is, wat dan wel? Hier grijpt hij terug naar een begrip afkomstig uit de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring, ‘happiness’:

The goal for America is both simpler and more elusive than mere prosperity. It’s happiness. There are a lot of ingredients in being happy: Dignity. Purpose. Self-control. Independence. Above all, deep relationships with other people. Those are the things that you want for your children.

Ik laat zijn betoog verder voor wat het is. Het gaat van kwaad tot erger en verzandt uiteindelijk in het ronduit krankzinnige als hij feminisme de schuld geeft van alles wat fout gaat in de VS, van het hoge aantal gevangenen tot de drugsepidemie.

Keren we dus terug tot het enige wezenlijke punt in zijn betoog. Carlsons kritiek op de markt en benadrukken van moraliteit is op zich niet nieuw – het debat over markt en moraal is al zo oud als Adam Smith (en feitelijk nog ouder). Het interessante is dat er volgend op zijn uitspraken binnen het Republikeinse kamp een fel debat is ontstaan over de vraag of de focus op economische groei de afgelopen decennia inderdaad ongezonde trekken heeft gekregen.

Er zijn uiteraard auteurs die Carlsons aanval op bezitsdrang verwerpen. De conservatieve columnist Ben Shapiro bijvoorbeeld: “Our answer used to be that meaning wasn’t supposed to be found in stuff at all – but that didn’t obviate the desire for or usefulness of that stuff.” Maar er zijn ook conservatieven die Carlsons boodschap onderschrijven. Meer dan dat zelfs: “Tucker Carlson for president!” juicht American Conservative auteur Rod Dreher. Hij noemt Carlsons aanval op het “bumper sticker market fundamentalism” van de Republikeinen “dynamite”.

Het rechtspopulisme – dat we overigens gewoon neo-fascisme zouden moeten noemen – is een politiek ziekteverschijnsel dat wat mij betreft met alle kracht bestreden dient te worden. Dat weerhoudt me er echter niet van te erkennen dat Carlsons kritiek op de doorgeslagen focus op economische groei en persoonlijk bezit wel degelijk hout snijdt. Rechts is ook in ons land verworden tot een beweging van boekhouders die de prijs van alles en de waarde van niets kent, en die het succes van zowel mens als samenleving hoofdzakelijk afmeet aan het aantal verdiende centen. En onze politieke klasse is zo gewend alles te duiden in termen van vrijemarkten dat men niet lijkt te begrijpen dat een maatschappelijk probleem niet automatisch is opgelost zodra er marktwerking op los is gelaten.

Als men op rechts daadwerkelijk geinteresseerd is in het vinden van een weg voorbij de huidige populistische impasse, zou men er goed aan doen om na te denken over de vraag of er niet meer hoort te zijn dan alleen het verhaal van de markt. Mensen verwachten van politici geen wonderen, maar ze hopen wel op inspiratie – een idee van waar het met hun land en leven naartoe gaat.

Minder economie, meer visie dus. Een menselijke benadering van politieke vraagstukken vereist meer dan een telraam. Want nee, van iPhones alleen wordt de mens niet gelukkig. En een samenleving ook niet.