Het is vandaag een zwarte dag voor het bedrijfsleven. Want vandaag (1 juli 2015) treedt het pièce de resistance van minister Lodewijk Asscher, de nieuwe flexwet, in werking. Gevolg: vanaf vandaag zullen zwakkere partijen op de arbeidsmarkt nóg minder kans krijgen.

In zijn jacht op het Grote Kwaad van het flexibele contract slaat Asscher vandaag zijn grootste piketpaal tot nu toe. Tijdelijke contracten, het ontslaan van werknemers, het is allemaal middeleeuwse gruwel die uitgebannen moet worden volgens deze PvdA-politicus. De nieuwe regels die vandaag ingaan, beperken dan ook de mogelijkheden om werknemers tijdelijk in dienst te nemen verder. En het maakt, in tegenstelling tot wat gesuggereerd wordt, ontslag van werknemers in vast dienstverband weer iets moeilijker dan het al is.

Lodewijk Asscher slaat zichzelf op de borst, trots als hij is op zijn kruistocht voor de zwakkeren in de samenleving. Maar in de praktijk is zijn beleid een klap in het gezicht van die vermeende zwakkere partijen. Ze gaan er op achteruit. Ze worden door alle sociaaldemocratische beschermingsconstructies nog onaantrekkelijker op de markt voor arbeid. Een overzicht van de klappen die Asscher uitdeelt.

Klap 1: de tijdelijke contractant moet er eerder uit

Vanaf vandaag mogen werkgevers een tijdelijke werknemer nog minder lang onder tijdelijk contract houden dan voorheen. Nu nog maar maximaal twee jaar in plaats van drie jaar. Na die twee jaar moet de werkgever de flexkracht in vaste dienst nemen. Gniffelend gaat Asscher vanaf vandaag aftellen: na 730 dagen zal je zien dat al die arme misbruikten eindelijk dat vaste contract gaan krijgen.

Uiteraard gebeurt dat niet. Het gebeurde tot nu toe ook niet na drie jaar. De onverbiddelijke cijfers tonen het aan: het aantal werknemers met tijdelijke contracten is de afgelopen jaren hard gegroeid. Er gaan er minder af (naar een vast contract) dan erbij komen. Wie betoogt dat de aanwas van flexwerkers komt van nieuwe toetreders tot de arbeidsmarkt heeft het ook mis. De arbeidsmarkt groeit netto nauwelijks meer, door de ontgroening en vergrijzing.

De grootste groep nieuwkomers, jongeren die na studie een baan zoeken, wordt al jaar op jaar kleiner. Juist deze jongeren moeten bij hun eerste werkkring vaak genoegen nemen met tijdelijke contracten. Maar hun aantal daalt. Dat betekent dat de groei van flexcontracten komt uit andere groepen die al jaren aan het werk zijn. Het kan zijn dat sommige flexwerkers na een paar jaar gezegend worden met een vast contract. Maar daartegenover staan onherroepelijk meer vaste dienstverbanders die eruit gaan en hun toevlucht moeten nemen tot tijdelijke contracten of het zzp-bestaan.

De gaten worden gewoon weer opgevuld met flexwerkers die ergens anders eruit moesten

De afgelopen maanden bleek al wat werkgevers, ook bij overheid en non-profitinstellingen, doen als de schroeven voor tijdelijk werk worden aangedraaid. Ze beëindigden met de nieuwe wet van vandaag in aantocht massaal de verbintenis met hun flexwerkers die de nieuwe tweejaarstermijn dreigden te overschrijden. Verdwijnen die banen dan? Nee, de gaten worden gewoon weer opgevuld met flexwerkers die ergens anders eruit moesten. Zo lossen werkgevers elkaars problemen op. Het enige wat Asscher doet is die roulatie wat versnellen. Het leven van de flexwerker wordt dus nog onzekerder en onrustiger – met dank aan Lodewijk Asscher.

Klap 2: de flexwerker wordt onhoudbaar duur

Asscher heeft nog een reden ingebouwd in zijn nieuwe wet om tijdelijke werknemers er na twee jaar onverbiddelijk uit te zetten. Met de nadrukkelijke boodschap: hier komt je er niet meer in. Dat is zijn transitievergoeding. Het is de vergoeding die bij ontslag betaald moet worden aan de werknemer. Tot vandaag was dat een vergoeding die afgesproken werd in een private overeenkomst tussen werkgever en werknemer, de ‘beëindigingsovereenkomst’. Om een soepele afwikkeling van het ontslag met wederzijdse instemming te regelen, zonder allerlei gedoe bij de kantonrechter en het UWV. Zo regelen marktpartijen het onderling samen wel.

Mocht een werkgever in de verleiding komen een flexwerker met tijdelijk contract na twee jaar toch in vaste dienst te nemen, dan heeft Asscher de stok al klaargezet: dat gaat extra geld kosten bij eventueel ontslag later

Vadertje staat neemt dat nu over, uiteraard op initiatief van een ware sociaaldemocraat die elk particulier initiatief wil smoren. Niks private overeenkomst, een wet meneer, dat zal u leren. En in die wet staat uiteraard dat de tijdelijke contractant waar tot gisteren geen beëindigingsovereenkomst voor nodig was – want de beëindiging is immers logischerwijs inbegrepen in het tijdelijke karakter – nu wel een beëindigingsvergoeding krijgt. Het gaat bijvoorbeeld gelden voor uitzendkrachten en payrollers. En mocht een werkgever in de verleiding komen een flexwerker met tijdelijk contract na twee jaar toch in vaste dienst te nemen, dan heeft Asscher de stok al klaargezet: dat gaat extra geld kosten bij eventueel ontslag later. Het tijdelijke arbeidsverleden, de twee jaar dus, tellen ook mee voor de hoogte van de transitievergoeding. Wat denkt u: zal die werkgever overgaan tot het in vaste dienst nemen van de flexwerker na twee jaar?

Klap 3: de flexwerker mag niet meer terug komen

Werkgevers die hun bedrijfsactiviteiten vooral in stand proberen te houden door met flexwerkers te werken hadden tot vandaag de mogelijkheid om de maximering van het aantal geschakelde tijdelijke contracten te omzeilen. Dat deden ze door hun flexwerkers na afloop van zo’n periode drie maanden op onbetaald verlof te sturen. Daarna kon de teller weer op nul worden gezet en kon een tijdelijke werknemer weer aan het werk zonder dat een duur vast dienstverband dreigde opgelegd te worden.

Hele sectoren in de samenleving, niet zelden in de non-profit, kunnen zo toch min of meer vaste ervaren krachten aan zich binden – met wederzijdse instemming. Het gebeurt veel in sectoren die de sociaaldemocratie welgezind zijn, zoals bij de publieke omroepen of in de kunstensector. Als het seizoen voorbij is, gaan de flexwerkers op vakantie. De drie maanden waren daar net toereikend voor. Ja, zonder salaris laat staan vakantiegeld. Maar na de zomer is er wel weer werk.

Straks niet meer, met dank aan Asscher. De driemaandstermijn heeft hij vandaag verlengd naar zes maanden. Wat dat voor een effect heeft moet nog blijken, maar het kan, zeker voor de kleine instellingen die het toch al moeilijk hebben, verwoestend zijn. Hun vaste medewerkers, die vaak hele specifieke kennis hebben, mogen aan het begin van het nieuwe seizoen niet meer op flexcontract terugkeren. Gaan ze die flexwerkers een vast contract geven – terwijl het einde van de subsidietermijn voor de kunstinstelling of het einde van de tv-serie bij de omroep niet zelden alweer in zicht is?

Flexwerkers aller landen, verenigt u

De sociaaldemocratie – de linkse politieke partijen én de vakbonden – zeggen het goed voor te hebben met de zwakkeren op de arbeidsmarkt. Tijdelijke contractanten zijn de zwakkeren, vergeleken met de vaste dienstverbanders. Daar zijn we het over eens. De sociaaldemocratische voorman Asscher maakt hen nog zwakker. Hij maakt ze duurder, hij dwingt ze tot nog meer onzekerheid en nog kortere relaties met werkgevers, en dwingt ze tot regelmatig minstens zes maanden werkloos thuiszitten. Met zulke vrienden heb je geen vijanden nodig. Als ik flexwerker was, wist ik het wel: nooit meer links stemmen, en heel snel dat vakbondslidmaatschapskaartje verbranden.