Stel, ergens begin 2002 zou een linkse journalist, laten we zeggen: Bart Tromp zaliger, een stuk geschreven hebben met ongeveer de volgende strekking:

Die Pim Fortuyn, die verfoei ik. Ik vind hem een schreeuwlelijk, een narcist, extreem, erg rechts, heel erg rechts. Ik hoop dat zijn LPF mislukt, dat ze geen één zetel halen. Maar ook al mislukt de LPF, ook al faalt Fortuyn: er is nu in de Nederlandse politiek iets wakker gekrabd dat groter is dan Fortuyn en de LPF. Noem het populisme. Maar zie vooral dat deze nieuwe beweging opkomt door de implosie van een ongeloofwaardig geworden politiek midden. Als Fortuyn van het toneel verdwijnt, komt er een volgende Fortuyn. Zijn aanhang zal ontevreden zijn, verbitterd. Hun pijlen zullen zich richten op de EU, op de islam, op de bezuinigingen op de verzorgingsstaat, op de Überfremdung, de verwezing. En dit populisme is geen intermezzo. It’here to stay.

Stel, dat ik vandaag, een rechtse journalist op Jalta.nl, een stuk zou schrijven met de volgende strekking:

Die nieuwe club, DENK, die verfoei ik. Ik vind de leiders jankebalken, irreële zelfdramatiseerders, erg links, heel erg links. Ik hoop dat ze in maart volgend jaar mislukken, dat ze niet één zetel halen. Maar ook al faalt DENK, ook al falen meneer Küzú en Sylvana Simons: er is dit jaar iets opengekrabd in de Nederlandse politiek dat groter is dan twee ex-PvdA-Kamerleden en een oud-presentatrice en het Rotterdamse Nida van Nourdin El Ouali. Noem het allochtoon revanchisme. Maar zie vooral dat deze nieuwe politieke beweging nu opkomt als gevolg van een onderhuis onbehagen dat qua intensiteit en gif vergelijkbaar is met het ressentiment dat in 2002 naar boven spoot. Als Küzü en Sylvana falen en verdwijnen, komen er andere Küzü’s en Sylvana’s. Hun pijlen zullen zich richten op Zwarte Piet, de slavernij, Israël, op de dubbele maat, op de achterstelling, de discriminatie. En hun bicultureel activisme is geen intermezzo. It’s here to stay.

Als ik dit zou schrijven, zou ik dan net zoveel lof ontvangen als Bart Tromp in 2002 (als hij ten minste de woorden had geschreven die ik zojuist uit zijn pen heb laten vloeien)?

Ik denk dat wat ik zojuist schreef, kan kloppen. En dat we er heel dom aan zouden doen als wij nu net zo op DENK zouden reageren als pc-Nederland in 2002 op Fortuyn. Ik geloof namelijk dat hun boosheid echt is. Boosheid kan onterecht zijn, misplaatst zijn, maar toch echt zijn. In de coulissen van het toneel waarop we sinds Fortuyn en Van Gogh naar elkaar hebben staan schreeuwen, hebben Küzü en de zijnen met een schriftje gestaan: ze hebben alles opgeschreven en uit hun hoofd geleerd, zich uitstekend voorbereid, deze gymnasiasten.

Ze hebben het over Zwarte Piet, de slavernij, de PVV, de Palestijnse kwestie, racisme, discriminatie. Zoals Fortuynisten van toen en nu het hebben over Europa, de islam, de PvdA, de media, politiek-correct denken. Al die woorden en de verschijnselen waarnaar ze verwijzen zijn zowel voor DENK nu als voor de Fortuynisten van toen en nu symbolen. Symbolen die iets in de weg staan.

Voor de Fortuynisten is dat de globalisering en vervreemding, de teloorgang van bezielende verbanden en een eigen cultuur. Voor DENK vloeit de woede op al die symbolen die zij als stropoppen hebben opgericht, vooral voort uit een grote frustratie, een verlangen naar sociaal-economische emancipatie die uitblijft en waar iedereen de schuld van krijgt behalve de nog-niet-geëmancipeerden zelf.

Die emancipatie zal nog wel even uitblijven. En ondertussen doen we net of het over Zwarte Piet gaat of over stickers op producten van de westelijke Jordaanoever. Het is de komende tijd vooral geboden door al die symbolen heen te kijken die net als in het zuiden van de Verenigde Staten aan een kruis in brand worden gestoken. Want er speelt echt iets, en het tegenspel is tot nog toe veelal van bedenkelijk niveau.