Een belangrijke stem in het Nederlandse islamdebat is die van dr. arabist Jan Jaap de Ruiter (1959), verbonden aan Tilburg University. Hoe weet De Ruiter zijn hoofd koel te houden en tegelijkertijd man en paard te noemen in dit gepolariseerde debat? Ewout Klei vroeg het hem. 

 

***

Naar aanleiding van enkele reacties op het interview stuurde Jan Jaap de Ruiter mij dit bericht, waarin hij verduidelijkt wat hij bedoelt met het antropomorfische godsbeeld dat nogal wat moslims zouden hebben:

Diverse reacties op dit interview ventileerden ongenoegen over mijn stelling dat ‘nogal wat moslims een antropomorf beeld van God hebben.’ Naast de fysieke voorstelling van God, wil ik daarmee in algemene zin zeggen dat veel gelovige mensen, en moslims vormen daarop geen uitzondering, de neiging hebben een menselijke projectie van God te maken. Een voorbeeld zijn de 99 namen die God in de islam toebedeeld worden. Deze zijn wat mij betreft in overgrote meerderheid moeiteloos toepasbaar op de mens; deze kan immers ook barmhartig en vergevend zijn. Zoals ik al zei in het interview: ‘God is per definitie onbeschrijfbaar en onvoorstelbaar.’ Ik vind het Exodusvers waar God Mozes antwoord geeft op de vraag van de laatste naar Zijn naam (3: 14) ‘Ik ben die Ik ben’ of in andere vertaling ‘Ik ben die (er) zal zijn’ de mooiste zelfbeschrijving van God.

 

Ewout Klei, 6 september 2016

 

***

Islamwetenschappers in het islamdebat

Het is volgens mij ontzettend moeilijk om je als islamwetenschapper te mengen in het publieke debat en tegelijkertijd genuanceerd te blijven. Hoe doe je dat?

‘Een groot voordeel is dat ik zelf geen moslim ben. Ik hoef daarom geen partij te kiezen voor die of die stroming, of mijn geloofswaarheden te verdedigen tegenover kritiek van buiten. De islam kan ik van een afstandje bekijken, objectief. De islam is ontzettend divers, of zo je wilt verdeeld. Ik beoordeel elke uiting van de islam op haar eigen merites.’

Maar toch speelt een overkoepelend beeld vaak wel een rol, een raamwerk waarin je je feiten probeert te passen. Hoe zit dat bij jou?

‘Ik zie de islam als een monotheïstische godsdienst, niet als een totalitaire ideologie. De God van de islam, Allah, verschilt mijns inziens ook niet wezenlijk van de God van de joden, JHWH, en de christelijke God. God is almachtig, snel geïrriteerd en na-ijverig. Hij is niet je vriend.

Sommige mensen keuren de islam helemaal af, zonder rekening te houden met haar veelkleurigheid dan wel verdeeldheid. Ik vind wel dat van de drie monotheïstische godsdiensten – jodendom, christendom en islam – de islam wel de saaiste is. Het draait om het gehoorzamen aan heel veel regels. De islam heeft, vind ik, weinig spirituele diepgang. Uitzondering op deze regel zijn de soefi’s, ik luister heel graag naar soefi-muziek, maar de soefi-moslims zijn niet bepaald mainstream.

Het jodendom kent net als de islam trouwens ook veel regels, maar de God van het jodendom is ongrijpbaarder. Nogal wat  moslims hebben een antropomorf beeld van God, alsof Hij er letterlijk uit zou zien als een mens. Dat doet de Godheid uiteraard tekort. God is per definitie onbeschrijfbaar en onvoorstelbaar.’

Sommige islamwetenschappers die zich in het publieke debat hebben gemengd zijn zeer uitgesproken negatief of positief over de islam, zoals wijlen Hans Jansen en Martijn de Koning. Wat vind je eigenlijk van hun aanpak? En waarom zijn zij zo subjectief?

‘Hans Jansen zette zijn enorme kennis over de islam voor politieke doelen in. Dit deed ernstig afbreuk aan zijn werk. Het feit dat Jansen zo negatief begon te schrijven over de islam heeft vermoedelijk te maken met zijn terugkeer naar de moederkerk. Jansen werd weer een vrome katholiek. Hij begon de islam als een gevaar te zien en kreeg een diepe afkeer van dit geloof.

In het islamdebat probeer ik een middenweg te bewandelen. Toch ben ik nu, zeker na het overlijden van Jansen, een van de meest islamkritische wetenschappers van Nederland. Dat komt misschien omdat ik niet bang ben om de islam te bekritiseren. Sommige wetenschappers, zoals Joas Wagemakers uit Utrecht, mengen zich bewust niet in het publieke debat. Zij richten zich vooral op hun wetenschappelijke activiteiten en staan desgewenst de media te woord . Andere wetenschappers, zoals Thijl Sunier, Maurits Berger en Martijn de Koning neigen in meer of mindere mate tot een naar mijn gevoel niet al te kritische houding ten opzichte van de islam. Berger lijkt af en toe de ogen te willen sluiten voor de negatieve kanten van de islam.

Martijn de Koning kampt met een bizar dilemma. Hij is diep doorgedrongen in jihadistische en salafistische kringen en heeft hier veel rapporten over geschreven. Dat is niemand anders gelukt, dit verdient onze lof. Tegelijkertijd is de kritiek dat De Koning zich, en dat heeft natuurlijk ook te maken met zijn professie als antropoloog, erg met salafisten en jihadisten heeft geïdentificeerd. Hij kan zijn groepen niet afvallen, want dan is hij zijn netwerk kwijt.’

Dat snap ik en daar heb ik tot grote hoogte begrip voor. Maar wat Martijn de Koning doet gaat veel verder. In plaats van zich buiten het publieke debat te houden en alleen maar degelijke studies te schrijven, zoals Joas Wagemakers dus doet, schrijft hij polemische stukken. Dat sommige moslims terrorist worden ligt volgens De Koning aan ‘institutioneel racisme.’ De Koning is geen islamapologeet, maar een fundamentalismeapologeet en misschien ook wel een terrorismeapologeet. En de door hem en migratiewetenschapper Leo Lucassen contant gemaakte vergelijking van discriminatie van moslims in Nederland met de Jodenvervolging, ik vind dat als historicus ronduit walgelijk.

‘De Koning is een scherpslijper met zijn gehamer. Ik heb helemaal niks met theorieën over institutioneel racisme. Dat is ook funest voor maatschappelijk evenwicht, ze zijn heel polariserend. Ik zou dan niks meer mogen zeggen, omdat ik een blanke man ben.

Vooroordelen zijn helaas van alle tijden. Joden wonen al meer dan 400 jaar in Nederland, maar nog steeds bestaan er vooroordelen tegen hen. Zolang vooroordelen niet uit de klauwen loopt dan moeten we er mee leren leven.

Leo Lucassen heeft ongelijk als hij moslims de nieuwe joden noemt. Er zijn natuurlijk wel overeenkomsten. In de negentiende eeuw werden joden gedwongen om te integreren. Ze moesten Nederlands leren, preken in de synagoge mochten niet langer in het Portugees of het Jiddisch worden gehouden. De debatten in de negentiende eeuw over de integratie van joden lijken op de debatten die nu gevoerd worden over de integratie van moslims. Maar dan houdt de vergelijking ook wel op. Het grote verschil is dat de joden nooit een moederland hadden om op terug te vallen. Moslims hebben dat natuurlijk wel.’

Hans Jansen in 2003

 

Vrijzinnigheid en fundamentalisme

Waarom kent de islam, in tegenstelling tot het christendom, eigenlijk geen echte theologie en geen vrijzinnigheid?

‘Mijn eerste reactie: wat je beweert is onterecht. De islam kent allerlei stromingen en substromingen. Als je het begrip theologie wat breder definieert dan is er wel zeker zoiets als een islamitische theologie. Er bestaan immers verschillende islamitische rechtsscholen, die de sharia elk weer anders uitleggen.

Toch heb je ook een punt. De vrijzinnige traditie is beperkt. Een moslim die zindīq (atheïst, afvallige, ketter, vrijdenker) was, dus standpunten huldigde die afweken van de centrale geloofswaarheden van de islam, werd door de islamitische machthebbers streng vervolgd hoewel sommige zindiqs zoals Abu al Alaa al Maarri in hun bed stierven.

Er bestaat dus wel degelijk een kleine vrijzinnige traditie. Binnen de islam zijn altijd individuen geweest die gehakt maakten van hypocrisie binnen de eigen religie. Maar aanhang onder de massa kregen zij niet. In Europa trokken de religiecritici na de Verlichting en de Franse Revolutie aan het langste eind, binnen de islam is alleen een kleine minderheid vrijzinnig. Voor de spirituele opiniewebsite Nieuwwij schreef ik een artikelenserie over de feministische islam, homoseksuele islam en andere vormen van islam. Het zijn allemaal kleine groepjes. Maar ze zijn er wel.’

Waarom wordt de islam sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw steeds orthodoxer, steeds fundamentalistischer?

Er is altijd al een orthodoxe/fundamentalistische beweging geweest binnen de islam. De recente ontwikkelingen zijn niet bepaald nieuw. Er zijn altijd golfbewegingen. Vlak na de Tweede Wereldoorlog waren het Midden-Oosten en Noord-Afrika nog onder koloniaal bewind. Toen de islamitische landen onafhankelijk werden was de Koude Oorlog tussen Oost en West in volle gang. Er werd gekozen voor eigen vormen van socialisme en nationalisme. Dat zette in de jaren vijftig en zestig de toon. Denk aan de Baath-partij in Irak en Syrië, het Arabisch nationalisme van generaal Nasser in Egypte en de Algerijnse Revolutie, die ook heel links was.

Maak ook in deze ‘seculiere tijden’ waren de krachten van de islam altijd aanwezig. In Egypte was in het interbellum de Moslimbroederschap opgericht, een machtige oppositiebeweging, en in Iran was er de religieuze oppositie tegen de sjah. Toen eind jaren zeventig voor iedereen duidelijk werd dat de weg van nationalisme en socialisme was mislukt sloegen velen een islamistische richting in. Het Iran van de ayatollahs zette hierbij de toon.’

Is het moslimfundamentalisme ook een reactie op het westerse kolonialisme?

‘Deels wel. We hebben daar 150 jaar gezeten. Als je met Arabieren spreekt gaat het in de tweede zin al over het kolonialisme en wat Westen allemaal fout heeft gedaan. Toen Marokko begin jaren vijftig onafhankelijk werd waren er maar weinig mensen met een opleiding. De Fransen brachten een beetje beschaving, maar dachten in de eerste plaats natuurlijk aan zichzelf.

De gedachte is: ‘Het Westen heeft ons al die tijd uitgebuit. Toch zijn de Westerse naties oppermachtig. We doen dus iets niet goed, want  ons geloof is een superieur geloof.’ Moslims staan voor een tweesprong. Moeten ze moderniseren, westerser worden? Of moeten ze terug naar hun roots, terug naar de zuivere islam uit de tijd van Mohammed? Dit vraagstuk heeft voor moslims nog niet aan actualiteit verloren.’

Ayatollah Khomeini toegejuicht door het Iraanse volk

 

Democratie en het Midden-Oosten

Maar het is toch zo dat de fundamentalisten aan de winnende hand zijn?  

Dat ligt complexer. In Egypte pleegde het leger een geslaagde coup tegen de Moslimbroederschap. De islamisten hebben in Egypte verloren.

Ja, maar in de islamitische wereld haat men generaal Sisi, toch?

Ja en nee. Morsi was geen president van alle Egyptenaren, maar alleen van de Moslimbroederschap. Hij luisterde alleen naar 52% die hem aan de macht heeft geholpen. Niet naar de 48% die op andere partijen had gestemd. Daarom hadden veel Egyptenaren moeite met hem, daarom pleegde het leger coup.

Maar de meerderheid van de Egyptenaren is toch voor een religieus regime? Tot die 48% behoorden ook christelijke Kopten, die zijn toch niet relevant in dit geval?

Of de meerderheid van Egypte wel of niet achter de coup staat, daarover kun je heel erg met elkaar van mening verschillen. Er zijn geen harde cijfers. De Kopten zijn, ondanks het feit dat ze een religieuze minderheid zijn, natuurlijk wel een machtsfactor van belang in Egypte. De coup laat in ieder geval zien dat de democratie in Egypte, helaas, heeft gefaald.

En heeft de democratie ook gefaald voor de islamitische wereld?

In de islamitische wereld wordt het debat gevoerd over de cruciale vraag: besturen we onze landen in de context democratie, of op zijn islamitisch? Wel, er zijn eigenlijk diverse wegen. De democratische weg die bewandeld wordt in Tunesië, de islamistische weg die de Golfstaten, Saoedi-Arabië en natuurlijk IS bewandelen, de min of meer autocratische staten zoals Jordanië en Marokko, en ten slotte de weg van de militaire dictatuur die Egypte nu bewandelt.

Maar onderschat de democratische krachten niet. Te makkelijk roept men: het wordt nooit wat met moslims en democratie. Maar er zijn veel goede initiatieven. In Libanon bijvoorbeeld zijn er initiatieven op gebied van vrouwen- en homorechten. Ook in Marokko wordt er vooruitgang geboekt op deze gebieden. Belangrijker is echter dat er in Tunesië in 2014 op democratische wijze een nieuwe regering is gekomen. De partij die in 2011 de verkiezingen had gewonnen nadat dictator Benali was verjaagd, de islamistische Ennahda- of Renaissancepartij, maakte vrijwillig plaats voor de seculiere Nida Tounes, wat zoveel betekent als het Tunesisch Appèl. En nu werken beide partijen samen in een coalitie. Hoewel de Tunesische democratie zeer pril is geeft dit hoop.’

Béji Caïd Essebsi, leider van Nida Tounes en sinds 31 december 2014 president van Tunesië

 

 

Reformatie, taqiyya en de ‘ware’ islam

Hoop. Tja. Dat is mooi. Maar als advocaat van de duivel, of in de context van dit interview natuurlijk advocaat van Shaytaan, moet ik een beetje sceptisch blijven. Ayaan Hirsi Ali pleit in haar vorig jaar verschenen boek Ketters voor een reformatie in de islam. Is dat niet onhaalbare utopie?

‘Je moet wel hoop hebben. Als je alleen maar zwart kijkt kom je niet verder. We moeten hervormingsbeweging een kans geven. Ayaan Hirsi Ali geloofde eerst niet dat er veranderingen mogelijk waren, dat de islam altijd hetzelfde zou blijven. Ze is gelukkig van mening veranderd. Wel heb ik natuurlijk zeer mijn twijfels over haar als boodschapper. Moslims zullen nooit luisteren naar Ayaan Hirsi Ali.

Heb jij ook een boodschap trouwens?

‘Mijn eigen agenda is: moslims functioneren het beste in de democratie. Als een monotheïstische religie aan de macht komt betekent dit altijd dat het voorbij met de verdraagzaamheid. Monotheïstische religie als een hond, je moet ervoor zorgen dat hij in zijn hok blijft en niet te veel vrijheid krijgt, anders komen er problemen van. Religie is prima, maar je moet dit goed in de gaten houden. Als christenen de politiek domineren is het ook niet goed. De tolerantie voor andersdenkenden komt in gevaar als religie de overhand krijgt.’

Is dit nobele streven geen utopie?

Het is een constant gevecht om de vrijheid. Maar gelukkig draaien veel moslims nu mee in democratische structuren.

Maar, als ik even weer de advocaat van Shaytaan speel, is dit geen taqiyya?

Als ik zo vrij mag zijn, de theocratische SGP doet ook aan taqiyya, SGP’ers doen zich democratischer voor tegenover de buitenwereld dan richting de eigen achterban. Maar je hebt een punt. Een deel van de moslims kan zich democratisch gedragen, maar is in hun hart wellicht niet democratisch. Dit is echter geen probleem, zolang deze fundamentalistische moslims maar niet de macht grijpen. Overigens maak ik mij hier geen zorgen over. Moslims zijn onderling zeer verdeeld, de fundamentalisten vormen binnen de islam in Nederland bovendien een minderheid. Een islamitische staat wordt hier niet gerealiseerd. Salafisten streven naar zo’n staat, maar zij zijn niet bepaald mainstream moslims.

Bestaat er eigenlijk zoiets als de ware islam?

De ware islam is voor wetenschappers een construct. Maar voor gelovigen is dit construct natuurlijk wel belangrijk.

Er bestaat wel zoiets als een kernislam. De kern is natuurlijk de islamitische geloofsbelijdenis, dat er geen God is behalve Allah en dat Mohammed Zijn boodschapper is. Belijd je dat dan ben je moslim.’

Er bestaat ook historisch-filologische kritiek op de islam, denk aan het werk van Christoph Luxenberg. Doe jij hier nog iets mee?

‘Critici hebben een punt. We hebben geen Koranfragmenten van de periode direct na de profeet. Er is geen historisch bewijsmateriaal voor de beginfase van de Koran en het leven van de profeet. De Mohammed-biografieën zijn ook pas veel later geschreven. Er zijn geen eigentijdse bronnen. Toch doe ik met deze historische islamkritiek maar weinig. Ik heb vooral met de traditionele werkelijkheid te maken, de werkelijkheid waarin moslims geloven, niet met hoe een en ander echt gebeurd is. De atheïst Sam Harris neemt geloof op de hak. Misschien niet onterecht, maar de realiteit is dat mensen in God geloven. Een veel betere benadering is om geloven proberen te begrijpen, in plaats van geloof te ridiculiseren. Anders is het gesprek meteen voorbij.’

Sam Harris en Ayaan Hirsi Ali

 

Islamofobie, populisme en regressief links

Wat vind je van de term islamofobie? Is dat een begrip om mensen met kritiek de mond te snoeren? Of bestaat er wel een relatie tussen ‘islamofobie’ en racisme?

We zouden de verwarrende term ‘islamofobie’ moeten afschaffen. Deze term wordt gebruikt door mensen die islamofobie semantisch gelijk stellen aan antisemitisme. Maar islamofobie betekent letterlijk: bang zijn voor de islam. Daar kan soms ook een goede reden voor zijn. Je kan daarom beter zeggen ‘antimoslim’ of ‘anti-islamitisch’. Toch is islamofobie helaas een blijvertje. De term is erkend door Verenigde Naties, dus wordt het misleidende begrip helaas niet meer afgeschaft.

Islamofoben zouden racistisch zijn en geen onderscheid maken tussen islamitische terroristen en vredelievende moslims. Als we deze definitie hanteren dan zijn Geert Wilders en Marine le Pen ook niet islamofoob, want na de aanslagen op Charlie Hebdo maakten ook zij dit onderscheid.

Er bestaat bij Wilders en de zijnen een ‘angst’ voor de islam, in die zin zijn ze wel islamofoob. De term islamofobie wordt vaak gebruikt door linkse, politiekcorrecte mensen. Zij willen de kritiek van Wilders als racisme, een vorm van antisemitisme, wegzetten en islamcritici de mond snoeren. Er zijn echter goede redenen om bezorgd te zijn over islamitisch terrorisme en de politieke agenda van salafisten. En hiervoor is de misleidende term islamofobie niet nodig.’

Maar hebben de voorstanders van deze term niet toch een beetje gelijk? Ik voel mij zeer ongemakkelijk bij rabiate retoriek over ‘haatpaleizen’, ‘haatbaarden’, ‘zandnegers’ en ‘kopvoddentax’, om maar enkele Bargoense begrippen uit het wilderiaanse woordenboek te noemen.

‘Wilders is formeel gesproken geen racist, maar wel de kampioen van discriminatie. Er is geen enkele reden om alle moslims over één kam te scheren. Geert Wilders en vele andere populisten scheren moslims maar al te vaak over één kam.

Het populisme vind ik ook gevaarlijker voor de democratie dan het salafisme. De PVV van Wilders, Le Pens Front National en Alternative für Deutschland kunnen in parlementen invloed uitoefen.’

Binnen rechts hoor je veel complotverhalen over de islam. Denk aan Eurabia van Bat Ye’or en Soumission van Michel Houellebecq. Hoe moet je als weldenkend mens hiermee omgaan?

‘Als ik na de vakantie weer terug in Nederland ben slaak ik soms een diepe zucht en denk ik: ‘Daar hebben we het eeuwige islamdebat weer.’ Het is soms heel vermoeiend.’

Maar het is ook je vak hè?

‘Klopt. Ik snap de angst van Bat Ye’or over islamisering tot op zekere hoogte wel, die discussie moet ook gevoerd worden, maar het is soms zo ontzettend vermoeiend. Haar boek Eurabia is gewoon grenzeloze onzin, gebaseerd op complottheorieën over allerlei schimmige deals die zouden zijn gesloten. Harde bewijzen levert ze natuurlijk niet.

Bij Houellebecq ligt het heel anders. Hij schreef een mooi boek, maar het is volstrekte onzin. Hij vertelt bijvoorbeeld over dat er onder de islamitische Franse president nog steeds wijn wordt gedronken op recepties van universiteiten waar dan weer geen vrouwen aanwezig zijn. Dat van die drank kan toch niet? De islam is tegen alcohol. Tegelijkertijd schrijft hij likkebaardend over de voordelen van veelwijverij.

Ik denk dan: Houellebecq schrijft graag over seks en drank, ik heb meerdere boeken van hem gelezen, en hij zal zich vast hebben verlekkerd aan de leuke dingen van de islam.’

Een voorsmaakje op het islamitische paradijs met de 72 maagden, die misschien ook wel druiven zijn dus. Maar nog iets anders. Waarom is links vaak zo pro-islam? Is die opstelling niet schijnheilig en regressief?  De Britse vrijdenker Maajid Nazwaz hekelde het linkse goedpraten van misdaden die in naam van de islam worden gepleegd. Hij noemde deze schijnheiligen ‘the regressive left’.

‘Die term is nieuw voor mij. Maar je bedoelt de zogenaamde ‘Gutmensch’. Ik word trouwens ook wel eens een Gutmensch genoemd trouwens. Dat is het nadeel van ons gepolariseerde debat. Gutmenschen zijn goedpraters. Zullen deze linkse mensen, die zich in allerlei bochten wringen om vaak zeer traditionele islamitische opvattingen te verdedigen, ook opkomen voor bijvoorbeeld katholieke waarden? Nee, natuurlijk niet. Politiekcorrecte mensen zijn juist superkritisch over christenen.’

Hoe verklaar je deze linkse schijnheiligheid?

Gutmensch-gedrag stamt denk ik uit de jaren zeventig en tachtig van de twintigste eeuw. De gastarbeiders zijn hierheen gehaald door de centrumrechtse kabinetten, maar de gezinshereniging en het multiculturele beleid waren een links dingetje. Linkse partijen ‘adopteerden’ de gastarbeiders. Die betuttelende houding van toen hebben ze nog steeds. Tegenwoordig gaat de discussie echter niet meer om arbeidsverhoudingen en sociaal-economische rechten en dergelijke, maar om de islam. En zelfs in die eisen gaan Gutmenschen mee. Het is toch bizar om te zien hoe Sylvana Simons de boerkini verdedigt?’

Overigens geloof ik niet dat progressieve politiek en de politieke islam met elkaar te verenigen zijn. De DENK-crisis binnen PvdA is hiervoor exemplarisch is. De PvdA biedt als het puntje bij paaltje komt geen ruimte aan religieus-geïnspireerde intolerantie. Ook bij GroenLinks voelen orthodoxe religieuzen zich uiteindelijk buitengesloten.’

Ten slotte, is de islam eigenlijk wel te verenigen met de democratische rechtsstaat?

‘Islam en democratie gaan niet samen, moslims en democratie wel. De islam is namelijk een systeem, moslims daarentegen zijn mensen en mensen maken een religie. Ik heb ooit gezegd dat onze democratie ‘het islamvarkentje’ wel moet kunnen wassen.’